<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBAACM:2022:54</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-20T16:12:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_Beroep_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2020H00312</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2022:54">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2022:54</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-20T16:10:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBAACM:2022:54 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 09-03-2022 / 2020H00312</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBAACM:2022:54:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Te laat ingediend bezwaar. De gemachtigde van appellante heeft een onjuist e-mailadres gebruikt voor de indiening van het pro forma bezwaarschrift.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBAACM:2022:54:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RAAD VAN BEROEP</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">IN AMBTENARENZAKEN</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[appellante]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te Curacao,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>gemachtigde: A.V.E. Vilchez</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Curaçao (Gerecht) van<?linebreak?>31 augustus 2020, CUR201904670, in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Regering van Curaçao,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geintimeerde (hierna: de Regering),</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.I. da Costa Gomez, advocaat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Regering heeft een contramemorie ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak behandeld ter zitting van 24 februari 2022. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De Regering heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek is ter zitting geschorst voor nader onderzoek. Op 2 maart 2022 is aan partijen bericht dat het onderzoek is gesloten en dat uitspraak zal worden gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De Regering heeft appellante bij landsbesluit van 25 oktober 2019 (bestreden besluit), door appellante ontvangen op 15 november 2019, met ingang van <?linebreak?>1 november 2019 ontslagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht vastgesteld dat appellante op 17 december 2019 bezwaar heeft gemaakt tegen het bestreden besluit. Omdat de termijn voor het indienen van bezwaar afliep op 16 december 2019 en niet is gebleken van verschoonbare termijnoverschrijding, heeft het Gerecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Appellante heeft in hoger aangevoerd dat het Gerecht ten onrechte heeft vastgesteld dat het bezwaar buiten de daarvoor gegeven termijn is indiend. Appellante heeft dit onderbouwd door te wijzen op een e-mailbericht van <?linebreak?>16 december 2019 waarbij haar gemachtigde om 20:50 uur een pro forma bezwaarschrift heeft gemaild naar het adres: frontoffice@caribjustitia.org.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. 	De Raad komt tot het volgende oordeel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit het door appellante overgelegde e-mailbericht van 16 december 2019 leidt de Raad af dat &lt;postmaster@caribjustitia.org&gt; op 16 december 2019 om 20:50 uur aan de gemachtigde van appellante het volgende heeft gemaild: <?linebreak?>“---the following addresses had permanent fatal errors -- frontoffice@caribjustitia.org.” Dit betekent dat het Gerecht het e-mailbericht van de gemachtigde van appellante met het pro forma bezwaarschrift niet op 16 december 2019 heeft ontvangen.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ter zitting heeft de Raad met partijen besproken dat nader intern onderzoek bij het front office van het Gerecht wordt gedaan naar het in gebruik zijn van het door de gemachtigde van appellante gehanteerde e-mailadres, en zo dit het geval is, of het verzonden e-mailbericht alsnog blijkt te zijn ontvangen door het Gerecht.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit nader onderzoek is gebleken dat het e-mailadres frontoffice@caribjustitia.org al zeker vanaf begin 2017 niet langer beschikbaar was voor extern gebruik. Het door partijen te gebruiken e-mailadres is, zoals destijds ook op de website van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie al stond vermeld, focur@caribjustitia.org geworden. Dit is dan ook het e-mailadres dat appellante had moeten gebruiken toen zij het pro forma bezwaarschrift op 16 december 2019 wilde indienen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit 2.3 volgt dat appellante een onjuist e-mailadres heeft gebruikt voor de indiening van het pro forma bezwaarschrift. Toen het e-mailbericht retour kwam van de postmaster, heeft appellante het verzuim niet hersteld door het pro forma bezwaarschrift alsnog naar het juiste e-mailadres te sturen. Gebruikmaking van een onjuist e-mailadres komt voor risico van appellante. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Appellante heeft betoogd dat het Gerecht noch de Regering op enig moment gedurende de behandeling van haar zaak een punt heeft gemaakt van de ontvankelijkheid van het bezwaar. Daargelaten dat uit de zittingsaantekeningen van het Gerecht is op te maken dat de Regering tijdens de behandeling ter zitting naar voren heeft gebracht dat appellante niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard, betreft het hier de toepassing door het Gerecht van een bepaling van openbare orde die het ambtshalve moet toepassen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De slotsom is dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. </para>
        <para>3. 	Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De Raad van Beroep <emphasis role="underline">bevestigt</emphasis> de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. J. Sybesma en mr. P. Klik, leden, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>