<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBAACM:2022:28</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-14T10:37:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_Beroep_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA2020H00057</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2022:28">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2022:28</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-14T10:37:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBAACM:2022:28 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 23-03-2022 / AUA2020H00057</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBAACM:2022:28:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>niet-ontvankelijk hoger beroep. De aangevallen uitspraak is gewezen in een geschil tussen geintimeerde en de minister. Het is ook de minister die de opdracht heeft gekregen van het Gerecht om een nieuwe beslissing te nemen op de aanvraag van geïntimeerde om een waarnemingstoelage. Het hoger beroep van de Gouverneur moet dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
      <para />
      <para>Formele relatie: AUA201902067</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBAACM:2022:28:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="underline">Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)</bridgehead>
    <para>Uitspraakdatum: 23 maart 2022</para>
    <para>Zaaknummer: AUA2020H00057		 </para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VAN BEROEP</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">IN AMBTENARENZAKEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Op het hoger beroep van:</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Gouverneur van Aruba,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>appellant,</para>
      <para>gemachtigde: mr. Y.F.M. Kaarsbaan, werkzaam bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van <?linebreak?>6 april 2020, AUA201902067 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellant</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Betrokkene] </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.G. Croes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij Landsbesluit van 21 mei 2019 (Landsbesluit), heeft appellant aan geïntimeerde over de jaren 2014, 2015 en 2016 een gratificatie ter grootte van Afl. 1.000,- per kalenderjaar toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het door geïntimeerde tegen de bestreden beschikking gemaakte bezwaar gegrond verklaard, de bestreden beschikking vernietigd voor zover daarbij het verzoek van geïntimeerde om haar een waarnemingstoelage toe te kennen is afgewezen, en bepaald dat de minister van Algemene Zaken, Integriteit, Overheidszorg, Innovatie en Energie (minister) binnen drie maanden na dagtekening van die uitspraak opnieuw op het verzoek van geïntimeerde van 22 november 2016 moet beslissen, met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen. Als verweerder is in die uitspraak alleen de minister aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geïntimeerde heeft een contramemorie ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 februari 2022. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Geïntimeerde is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Geïntimeerde is als ambtenaar werkzaam bij het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Aruba (het Kabinet). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Met een brief van 22 november 2016 heeft zij verzocht om een waarnemingstoelage over de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2016, omdat zij in die periode werd belast met de leiding van de Afdeling Financiën van het Kabinet wegens de overplaatsing van het toenmalig Hoofd van die afdeling. Met een beroep op het gelijkheidsbeginsel acht geïntimeerde een bevordering naar schaal 12 ook gerechtvaardigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>In reactie op dit verzoek heeft appellant aan geïntimeerde bij Landsbesluit over de jaren 2014 tot en met 2016 een gratificatie toegekend van Afl. 1.000 per jaar. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. Het Gerecht heeft in het Landsbesluit ook een impliciete afwijzing van het verzoek om toekenning van een waarnemingstoelage gelezen en overwogen dat gelet op artikel 26, tweede lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lar) niet appellant, maar de minister bevoegd is om op dat verzoek te beslissen. Ter zitting van het Gerecht heeft de gemachtigde van appellant desgevraagd bevestigd dat het Landsbesluit ook een afwijzing van het verzoek van geïntimeerde om toekenning van een waarnemingstoelage behelst en daarbij te kennen gegeven eveneens door de minister te zijn gemachtigd om hem in die zaak te vertegenwoordigen en dat de minister de rechtsgevolgen van de afwijzing voor zijn rekening neemt. Het Gerecht heeft vastgesteld dat daarmee het bevoegdheidsgebrek is geheeld en vervolgens bezien of er aanleiding bestaat de rechtsgevolgen van de vernietigde afwijzing in stand te laten. Die aanleiding heeft het Gerecht niet gezien. Vervolgens is uitspraak gedaan op de wijze zoals verwoord in het procesverloop. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak, omdat het Gerecht ten onrechte niet in aanmerking heeft genomen de inhoud (met name de tweede alinea) van de door appellant overgelegde brief van 14 juli 2016 van de toenmalige Gevolmachtigde minister van Aruba. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Geïntimeerde heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De aangevallen uitspraak is gewezen in een geschil tussen geïntimeerde en de minister. Het is ook de minister die de opdracht heeft gekregen een nieuwe beslissing te nemen op de aanvraag van geïntimeerde van 22 november 2016 om toekenning van een waarnemingstoelage.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Nu appellant geen partij was bij de aangevallen uitspraak kan niet anders worden geoordeeld dan dat het hoger beroep van appellant niet ontvankelijk moet worden verklaard. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. De Raad ziet aanleiding appellant te veroordelen in de proceskosten van geïntimeerde in hoger beroep.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>-	<emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het hoger beroep <emphasis role="underline">niet-ontvankelijk;</emphasis></para>
    <para>-	<emphasis role="underline">veroordeelt</emphasis> de Gouverneur van Aruba tot betaling aan geïntimeerde van haar <emphasis role="underline">proceskosten</emphasis> in hoger beroep tot een bedrag van Afl. 1.400,00 (eenduizend en vierhonderd gulden), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.<?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mrs. M.C. Bruning voorzitter, W.H. Bel en A.H.M. van de Leur, leden, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>