<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBAACM:2022:20</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-14T09:53:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_Beroep_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BON2019H00021</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2022:20">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2022:20</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-14T09:53:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBAACM:2022:20 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 12-01-2022 / BON2019H00021</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBAACM:2022:20:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep is niet ontvankelijk. Appellant heeft niet voldaan aan het vereiste dat hij domicilie heeft in het Caribische deel van het Koninkrijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBAACM:2022:20:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VAN BEROEP</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">IN AMBTENARENZAKEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS, SABA </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Appellant]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>woonplaats onbekend, </para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Bonaire (Gerecht) van 14 mei 2019, BON201800112, in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellant<?linebreak?></para>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het bestuurscollege van het Openbaar Lichaam Bonaire</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.C. van Lint, advocaat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geïntimeerde heeft een contramemorie ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 december 2021. Appellant is zonder bericht niet verschenen. Geïntimeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door mr. M. Valdink, werkzaam bij geïntimeerde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter heeft de behandeling ter zitting geschorst om bij afdeling Burgerzaken van het Openbaar Lichaam Bonaire (Burgerzaken) informatie over de woonplaats van appellant in te winnen. Na ontvangst van de gevraagde informatie heeft de voorzitter de behandeling van de zaak ter zitting gesloten en bepaald dat uitspraak wordt gedaan.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 104, tweede lid, van de War 1951 BES moet de appellant woonplaats kiezen in het Caribische deel van het koninkrijk.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 105 van de War 1951 BES wijst de voorzitter van de Raad de inzender van een beroepschrift, die de voorschriften van artikel 104 van de War BES niet in acht heeft genomen, op het verzuim en nodigt hem uit dit binnen een bepaalde termijn te herstellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Appellant woonde op Bonaire toen hij op 11 november 2018 op luchthaven Schiphol, Nederland, als verdachte van het plegen van een strafbaar feit is aangehouden. Op 25 februari 2019 is appellant door de rechtbank in Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Appellant verbleef vanaf die datum in de Penitentiaire Inrichting te Vught (PI), Nederland. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Op het hoger beroepschrift van 15 mei 2019 heeft appellant het adres van de PI vermeld als zijn verblijfadres. Appellant heeft via het e-mailadres van de PI met de Raad gecorrespondeerd. Naar aanleiding van de per e-mailbericht verzonden kennisgeving voor de zitting van 10 december 2021, heeft een medewerker van de PI meegedeeld dat appellant niet langer in de PI verbleef. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 26 november 2021, gericht aan het laatste bekende digitale adres van appellant, heeft de Raad appellant verzocht om zo spoedig mogelijk domicilie te kiezen in het Caribische deel van het Koninkrijk. Daarop heeft appellant niet gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Uit de op 22 december 2021 ontvangen informatie van de afdeling Burgerzaken is gebleken dat appellant sinds 11 januari 2019 uitgeschreven is uit het register burgerlijke stand van Bonaire.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Uit 1.1 tot en met 1.6 volgt dat appellant niet heeft voldaan aan het in artikel 104, tweede lid, van de War 1951 BES opgenomen domicilievereiste, noch heeft voldaan aan het verzoek van de Raad om dit verzuim te herstellen. </para>
      <para />
      <para>2. De slotsom is dat het hoger beroep van appellant niet ontvankelijk is. </para>
      <para />
      <para>3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het hoger beroep<emphasis role="underline"> niet-ontvankelijk</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mrs. W.H. Bel als voorzitter, en L.J.J. Rogier en B. Nijland als leden, en in het openbaar uitgesproken te Curaçao op 12 januari 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>