<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBAACM:2021:79</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-31T10:57:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_Beroep_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM2018H00218</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2021:79">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2021:79</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-31T10:56:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBAACM:2021:79 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 18-10-2021 / SXM2018H00218</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBAACM:2021:79:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen verschoonbare termijnoverschrijding bij te laat indienen hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBAACM:2021:79:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="underline">Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (RAr)</bridgehead>
    <para>Uitspraakdatum: 18 november 2021</para>
    <para>Zaaknummer: SXM2018H00218</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VAN BEROEP</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">IN AMBTENARENZAKEN</emphasis>
      </para>
      <para>VAN SINT MAARTEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Proces-verbaal </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Appellante],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Sint Maarten,</para>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Sint Maarten van 1 oktober 2018, zaaknr. SXM201800191 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>appellante</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Gouverneur van Sint Maarten</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.F. Gibson jr.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad van Beroep <emphasis role="underline">verklaart </emphasis>het hoger beroep <emphasis role="underline">niet-ontvankelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het bezwaar van appellante tegen het door geïntimeerde genomen besluit van 16 november 2017 ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft op 5 november 2018 hoger beroep ingesteld bij de Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak ter zitting in Curaçao behandeld op 19 november 2020 waarbij partijen via een videoverbinding aan de zitting hebben deelgenomen. De zaak is vervolgens aangehouden en ter zitting in Sint Maarten behandeld op <?linebreak?>18 november 2021. Appellante is niet verschenen. Geïntimeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.A.M. Brandon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hadden W.H. Bel, voorzitter, en L.J.J. Rogier en P.J. Thijssen als leden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat het hoger beroep niet binnen de in artikel 98, eerste lid, van de RAr vastgestelde beroepstermijn van dertig dagen is ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij ontvangst van een beroepschrift na afloop van de beroepstermijn blijft, gelet op vaste rechtspraak van de Raad, een niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien er sprake is van feiten of omstandigheden die grond opleveren voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten (vergelijk de uitspraak van <?linebreak?>3 december 2007, ECLI:NL:ORBANAA:2017:BJ6425).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft aangevoerd dat de termijnoverschrijding bij de indiening van het hoger beroep verschoonbaar is. Haar gemachtigde is op 17 september 2018 voor vakantie naar Nederland vertrokken. Daar bleek zijn moeder terminaal ziek te zijn. Zij is op 6 oktober 2018 overleden. Door de ziekte en het overlijden van zijn moeder en het feit dat het retourticket niet meteen kon worden gewijzigd, heeft de gemachtigde zijn praktijk in oktober 2018 niet op een behoorlijke wijze kunnen voeren of laten waarnemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad volgt appellante niet in haar betoog. Daarbij acht de Raad van belang dat haar gemachtigde geen maatregelen heeft getroffen of laten treffen om de lopende zaken in de periode dat hij onverwacht langer in Nederland verbleef over te dragen. Dit had wel van hem als professioneel advocaat mogen worden verwacht, ook al begrijpt de Raad dat hij zich in een emotioneel beladen situatie bevond. De gevolgen van (processueel) handelen of nalaten van een gemachtigde dienen voor rekening te blijven van degene die zijn belangen aan die gemachtigde heeft toevertrouwd. De Raad ziet geen aanleiding om daarover in dit geval anders te oordelen en ziet geen redenen om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>__________________________				________________________</para>
      <para>mr. W.H. Bel, voorzitter	M.F.G. Maes, griffier</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>