<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBAACM:2021:28</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-23T11:47:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_Beroep_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA2019H00090</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2021:28">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2021:28</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-23T11:47:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBAACM:2021:28 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 07-07-2021 / AUA2019H00090</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBAACM:2021:28:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Op grond van artikel 46 van de La kan de ambtenarenrechter zonder nader onderzoek het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren als een appellant de beschikking waartegen het bezwaar is gericht niet heeft overgelegd. De bevoegdheid om een bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de bestreden beschikking niet is overgelegd, vervalt niet als de zaak inhoudelijk is behandel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBAACM:2021:28:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="underline">Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)</bridgehead>
    <para>Uitspraakdatum: 7 juli 2021</para>
    <para>Zaaknummer: AUA2019H00090</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VAN BEROEP</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">IN AMBTENARENZAKEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Op het hoger beroep van:</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[appellant],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.M.E. Mohamed, advocaat,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van <?linebreak?>25 maart 2019, AUA201801684 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellant</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Gouverneur van Aruba,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. K. Veekmans, werkzaam bij het Departemento di Recurso Humano.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 21 maart 2018 heeft geïntimeerde het verzoek van appellant om te worden bevorderd naar de rang van referendaris (schaal 12) afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het door appellant tegen de bestreden beschikking gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geïntimeerde heeft een contramemorie ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 juni 2021. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Geïntimeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 4 februari 2019 is het bezwaar van appellant kennelijk gevoegd op zitting behandeld met de gelijkluidende bezwaren van zeven collega’s. Na de zitting is gebleken dat de door appellant overgelegde beschikking niet gericht was aan appellant, maar aan een van zijn collega’s. Het Gerecht heeft kennelijk na de zitting de acht zaken gesplitst en aan de gemachtigde van appellant verzocht alsnog de aan appellant gerichte beschikking over te leggen. Aan dat verzoek is geen gevolg gegeven.</para>
      <para />
      <para>2. Het Gerecht heeft bij de aangevallen uitspraak het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant niet binnen de daartoe bepaalde termijn het door hem gepleegde verzuim heeft hersteld. </para>
      <para />
      <para>3. Appellant heeft in hoger beroep alsnog de aan hem gerichte beschikking van </para>
      <para>21 maart 2018 overgelegd en aangevoerd dat artikel 45 van de La alleen ziet op de situatie voordat een inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden. Het Gerecht had het bezwaar van appellant na de inhoudelijke behandeling niet meer niet-ontvankelijk mogen verklaren.</para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De artikelen 43, 45 en 46 van de La luiden als volgt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Artikel 43</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	1. Het bezwaar wordt ingebracht door het inzenden van een bezwaarschrift aan het 	gerecht.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	2. Bij het bezwaarschrift wordt ten minste een afschrift daarvan overgelegd, alsmede, 	indien het bezwaar gericht is tegen een beschikking of schriftelijke weigering, een 	gewaarmerkt afschrift daarvan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 45</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	De rechter wijst de inzender van een bezwaarschrift, die de voorschriften van de 	artikelen 43, tweede lid, of 44 niet in acht genomen heeft, op het gepleegde verzuim en 	nodigt hem uit dit binnen een bepaalde termijn te herstellen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 46</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	1. Degene die niet binnen de door de rechter ingevolge het voorgaande artikel bepaalde 	termijn het door hem gepleegde verzuim heeft hersteld, kan, zonder dat een nader 	onderzoek vereist is, in zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard worden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	2. De beschikking wordt in het openbaar uitgesproken.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Artikel 46 van de La beperkt de bevoegdheid van de ambtenarenrechter niet, maar breidt deze uit. De ambtenarenrechter kan ook zonder nader onderzoek het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren als een appellant de beschikking waartegen het bezwaar is gericht niet heeft overgelegd. De bevoegdheid om een bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de bestreden beschikking niet is overgelegd, vervalt niet als de zaak inhoudelijk is behandeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Vaststaat dat appellant niet binnen de hem gegeven termijn een afschrift van de aan hem gerichte beschikking van 21 maart 2018 bij het Gerecht heeft overgelegd. Het door appellant in eerste aanleg gepleegde verzuim kan niet in hoger beroep worden hersteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De slotsom luidt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad <emphasis role="underline">bevestigt</emphasis> de aangevallen uitspraak.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mrs. M.C. Bruning voorzitter, J. Sybesma en L.J.J. Rogier, leden, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>