<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBAACM:2020:37</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-21T14:04:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_Beroep_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM2019H00052</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2020:37">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2020:37</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-21T14:03:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBAACM:2020:37 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 20-11-2020 / SXM2019H00052</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBAACM:2020:37:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak. Bezwaarschrift tegen fictieve weigering te laat ingediend. Termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Dat appellant in de veronderstelling verkeerde dat een nieuw besluit zou worden genomen komt voor zijn rekening en risico.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBAACM:2020:37:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="underline">Regeling Ambtenarenrechtspraak	 1951 (RAr)</bridgehead>
    <para>Uitspraakdatum: 20 november 2020</para>
    <para>Zaaknummer: SXM2019H00052</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VAN BEROEP</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">IN AMBTENARENZAKEN</emphasis>
      </para>
      <para>Zittingsplaats Sint Maarten</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Proces-verbaal</bridgehead>
    <para>van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[appellant],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Sint Maarten,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>gemachtigde: dhr. L.C.J. Lewis,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Sint Maarten van 15 april 2019, zaaknr. SXM201801290 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellant</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Gouverneur van Sint Maarten,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.A. Kraaijeveld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad <emphasis role="underline">bevestigt</emphasis> de aangevallen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft op 13 mei 2019 tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geïntimeerde heeft een contramemorie ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 november 2020 waarbij in verband met de COVID-19-maatregelen gebruik is gemaakt van een videoverbinding met het Gerecht in Sint Maarten. De leden van de Raad en de griffier hadden zitting in Curaçao. Appellant was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. Geïntimeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hadden W.H. Bel, voorzitter, en L.C. Hoefdraad en J. Sybesma, leden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het door appellant op 5 oktober 2018 ingediende bezwaarschrift tegen de fictieve weigering van geïntimeerde om te beslissen op zijn bezwaarschrift van 13 februari 2018, niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft de bezwaartermijn overschreden en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de termijnoverschrijding voor het indienen van bezwaar wel verschoonbaar is, omdat de minister van Justitie appellant had verzekerd dat een nieuw besluit in de maak was met een correcte aanstellingsdatum en inschaling. Daarnaast stelt appellant dat hij niet tijdig bezwaar kon maken, omdat hij door de orkaan Irma zijn woning met inhoud heeft verloren en hij met zijn zoon voor langere periodes naar Curaçao en Nederland moest reizen voor een behandeling van zijn zieke zoon. Daarnaast had hij het heel druk met het repareren van zijn woning. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De omstandigheid dat appellant heeft gewacht met het indienen van bezwaar omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat geïntimeerde een nieuw besluit zou nemen, komt voor zijn rekening en risico. Ook in de persoonlijke omstandigheden van appellant wordt geen aanleiding gezien om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij gedurende de periode waarbinnen appellant bezwaar kon maken in het geheel niet in staat was om passende en toereikende maatregelen te treffen ter behartiging van zijn eigen belangen. Het hoger beroep slaagt daarom niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>__________________________				________________________</para>
      <para>P.N.F. Pereira do Tanque, griffier	mr. W.H. Bel, voorzitter </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>