<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:ORBAACM:2020:29</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-27T14:48:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_Beroep_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM2019H00055</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2020:29">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2020:29</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-27T14:48:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:ORBAACM:2020:29 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 20-11-2020 / SXM2019H00055</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:ORBAACM:2020:29:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Sint Maartense zaak. Toepassing van artikel 96, tweede lid, van de RAr. Het bezwaarschrift is na zes maanden ingediend. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:ORBAACM:2020:29:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="underline">Regeling Ambtenarenrechtspraak	 1951 (RAr)</bridgehead>
    <para>Uitspraakdatum: 20 november 2020</para>
    <para>Zaaknummer: SXM2019H00055</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VAN BEROEP</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">IN AMBTENARENZAKEN</emphasis>
      </para>
      <para>Zittingsplaats Sint Maarten</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Proces-verbaal</bridgehead>
    <para>van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[appellant],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Sint Maarten,</para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Sint Maarten van 15 april 2019, zaaknr. SXM201801288 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellant</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de gouverneur van Sint Maarten,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.A. Kraaijeveld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad <emphasis role="underline">bevestigt</emphasis> de aangevallen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft op 14 mei 2019 tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geïntimeerde heeft een contramemorie ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 november 2020 waarbij in verband met de COVID-19-maatregelen gebruik is gemaakt van een videoverbinding met het Gerecht in Sint Maarten. De leden van de Raad en de griffier hadden zitting in Curaçao. Appellant is verschenen. Geïntimeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hadden W.H. Bel, voorzitter, en L.C. Hoefdraad en J. Sybesma, leden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het door appellant op 5 oktober 2018 ingediende bezwaarschrift tegen de weigering om gevolg te geven aan de onherroepelijke uitspraak van het Gerecht van 22 augustus 2016, niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan heeft het Gerecht ten grondslag gelegd dat appellant niet binnen zes maanden nadat geïntimeerde op 3 januari 2018 het hoger beroep tegen genoemde uitspraak had ingetrokken, bezwaar heeft gemaakt tegen het door geïntimeerde niet gevolg geven aan de onherroepelijk geworden veroordeling en dat van een verschoonbare termijnoverschrijding geen sprake is.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de termijnoverschrijding voor het indienen van bezwaar wel verschoonbaar is, omdat geïntimeerde appellant had verzekerd dat een nieuw besluit in de maak was met een correcte aanstellingsdatum en inschaling. Daarnaast stelt appellant dat hij niet tijdig bezwaar kon maken, omdat hij door de orkaan Irma zijn woning kwijt was en hij met zijn gezin naar Frankrijk was geëvacueerd. Appellant moest bijna elke maand heen en weer reizen om voor zijn familie te zorgen. Verder was hij druk met het repareren van zijn woning. Appellant verkeerde dan ook in een situatie van onmacht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het betreft hier de toepassing van artikel 96, tweede lid, van de RAr op grond waarvan een bezwaarschrift over het niet of niet volledig gevolg geven aan een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak binnen zes maanden moet worden ingediend. Deze termijn van zes maanden is vele malen ruimer dan de gebruikelijke bezwaartermijn van 30 dagen. Appellant had dan ook voldoende gelegenheid om, al dan niet door tussenkomst van een derde, bezwaar te maken. De Raad ziet daarom geen aanleiding om van de wettelijke termijn van zes maanden af te wijken. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant het bezwaar buiten deze termijn heeft ingediend. Het Gerecht heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, zij het met verbetering van gronden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak laat overigens onverlet dat geïntimeerde nog steeds verplicht is de desbetreffende uitspraak na te komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>__________________________				________________________</para>
      <para>P.N.F. Pereira do Tanque, griffier	mr. W.H. Bel, voorzitter </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>