<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHNAA:2010:BP1173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T15:49:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP1173</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHvJAntil" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR-2230/06-H-103/10</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHNAA:2010:BP1173">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHNAA:2010:BP1173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:31:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHNAA:2010:BP1173 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba , 14-12-2010 / AR-2230/06-H-103/10</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHNAA:2010:BP1173:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arubaanse zaak. Het griffiegeld is te laat betaald, derhalve moet het hoger beroep als vervallen worden beschouwd. Dit zou anders kunnen zijn indien de gemachtigde van appellant een rekening-courant heeft bij de griffie. Appellant krijgt gelegenheid zich hierover uit te laten en het Hof houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHNAA:2010:BP1173:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Registratienummer: AR-2230/06-H-103/10</para>
      <para>Uitspraak: 14 december 2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE </para>
      <para>van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant],</para>
      <para>wonend te Aruba,</para>
      <para>voorheen eiser, thans appellant,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E. Duijneveld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [geïntimeerde],</para>
      <para>wonend te Aruba,</para>
      <para>voorheen gedaagde, thans geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.R.C. Brown,</para>
      <para>en</para>
      <para>2. de naamloze vennootschap NEW INDIA INSURANCE REPRESENTATIVE N.V.,</para>
      <para>gevestigd te Aruba,</para>
      <para>voorheen gedaagde, thans geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.J.M. Lotter Homan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. Het verloop van de procedure</para>
    <para />
    <para>1.1 Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, verder: GEA, wordt verwezen naar de tussen partijen gewezen vonnissen van 7 november 2007 en 19 augustus 2009. De inhoud van die vonnissen geldt als hier ingevoegd. </para>
    <para />
    <para>1.2 Appellant is in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis van 19 augustus 2009 door indiening op 30 september 2009 van een daartoe strekkende akte ter griffie van het GEA. Bij zijn op 11 november 2009 ingediende memorie van grieven heeft appellant drie grieven aangevoerd, deze toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de vonnissen a quo zal vernietigen en de vordering van appellant alsnog zal toewijzen, kosten rechtens. </para>
    <para />
    <para>1.3 Geïntimeerden sub 1 en 2 hebben respectievelijk op 8 en 7 januari 2010 een memorie van antwoord ingediend.</para>
    <para> </para>
    <para>1.4 Op de daarvoor nader bepaalde dag hebben partijen pleitnotities overgelegd. De gemachtigden hebben vonnis gevraagd, waarvan de uitspraak is bepaald op heden. </para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Ontvankelijkheid</para>
    <para />
    <para>2.1 Artikel 270 lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) bepaalt dat, indien binnen de voor indiening van de memorie van grieven gestelde termijn geen vooruitbetaling plaatsvindt van het door de griffier getaxeerde bedrag aan kosten en vast recht, het hoger beroep vervalt en de aantekening in het algemeen register van de verklaring waarbij hoger beroep is ingesteld wordt doorgehaald. Blijkens een aantekening van de griffier op het faxexemplaar van de memorie van grieven, is het bedrag aan vast recht in deze zaak op 11 november 2009 getaxeerd op Afl. 1.500,-. Blijkens aantekening op het andere exemplaar van de memorie van grieven heeft betaling van het griffierecht plaatsgevonden op 23 november 2009.</para>
    <para />
    <para>2.2 Bij schrijven van 8 juli 2009, mede gericht aan de advocatuur, is zijdens het Hof aangekondigd dat de regeling van artikel 270 lid 5 Rv bij beroepen ingesteld vanaf 1 augustus 2009 strikt zal worden gehandhaafd. Het onderhavige hoger beroep dateert van na die datum. Gelet op de datum van indiening van de akte van appel en de ingevolge artikel 270 lid 5 Rv hier toepasselijke termijn van zes weken, moest het griffierecht uiterlijk op 11 november 2009 worden betaald. De betaling op 23 november 2009 was derhalve te laat. Het hoger beroep moet dan ook als vervallen worden beschouwd. De grieven behoeven aldus geen beoordeling. </para>
    <para />
    <para>2.3 Het voorgaande zou anders kunnen zijn indien de gemachtigde van appellant een rekening-courant heeft bij de griffie (GHVJNAA 8 juni 2004, TAR 2007/4 p.252-253). Appellant zal in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten of zijn gemachtigde op 11 november 2009 al dan niet een rekening-courant had bij de griffie en wat daarvan volgens hem de consequenties zijn, waartoe de zaak naar de rol zal worden verwezen, onder ambtshalve peremptoirstelling. Geïntimeerden zullen vervolgens bij antwoordakte kunnen reageren. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing:</para>
    <para />
    <para>Het Hof:</para>
    <para />
    <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van het Hof in Aruba van 18 januari 2011 voor akte houdende uitlating als bedoeld onder 2.3 zijdens appellant;</para>
    <para />
    <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, P.E. de Kort en H.J. van Kooten, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 14 december 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>