<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:39:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN0562</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHvJAntil" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HLAR 031/09</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0562">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:39:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0562 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba , 18-12-2009 / HLAR 031/09</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0562:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om tijdelijke verblijfsvergunning wordt afgewezen omdat hij niet met objectieve gegevens heeft aangetoond dat de referent, bij wie verblijf wordt beoogd, over voldoende middelen van bestaan beschikt. Hof oordeelt dat aan de voor het eerst in hoger beroep overgelegde salarisstroken niet de betekenis kan worden toegekend die de vreemdeling daaraan gehecht wil zien, nu hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat die stroken niet reeds bij de gezaghebber konden worden overgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0562:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>HLAR 031/09</para>
      <para>Datum uitspraak: 18 december 2009</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE </para>
      <para>VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[...], wonend op Sint Maarten,</para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, van 10 februari 2009 in zaak nr. 2008/143 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de gezaghebber van het Eilandgebied Sint Maarten, namens de minister van Justitie.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij beschikking van 4 juni 2008 heeft de gezaghebber van het Eilandgebied Sint Maarten (hierna: de gezaghebber) een verzoek van appellant (hierna: de vreemdeling) om hem een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen afgewezen.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 10 februari 2009 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, (hierna: het Gerecht) het door de vreemdeling daartegen ingestelde beroep kennelijk beoogd ongegrond te verklaren.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij het Hof ingekomen op 24 maart 2009, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De gezaghebber heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 oktober 2009, waar de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.L. Telgt, advocaat, deze laatste vergezeld door […] (hierna: de referent), en de gezaghebber, vertegenwoordigd door mr. A.O. Muller, advocaat, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1. Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Landsverordening Toelating en Uitzetting (hierna: de LTU) kan de vergunning tot tijdelijk verblijf of tot verblijf door of namens de Minister van Justitie worden geweigerd:</para>
      <para>a. met het oog op de openbare orde of het algemeen belang, waaronder economische redenen mede worden begrepen; </para>
      <para>b. indien niet kan worden aangetoond dat degene, voor wie toelating wordt verzocht, over voldoende middelen van bestaan zal beschikken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2. Volgens het gevoerde beleid, zoals vermeld in paragraaf 3.7, onder a, van de door de minister van Justitie aan de gezaghebbers gegeven instructie inzake de toepassing van de LTU en het Toelatingsbesluit, dient degene die toelating voor zijn kind van twaalf jaar of ouder verzoekt, om die toelating mogelijk te maken, duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan te beschikken. Het normbedrag hiervoor is volgens dat beleid een inkomen van Naf. 42.000,00 bruto per jaar. </para>
    <para />
    <para>2.3. De vreemdeling betoogt dat het Gerecht, door te overwegen dat hij niet met objectieve gegevens heeft aangetoond dat de referent, bij wie verblijf wordt beoogd, over voldoende middelen van bestaan beschikt, heeft miskend dat hij in beroep niet slechts de belastingaangifte van de referent over het jaar 2007, maar ook een inkomensverklaring van de belastinginspecteur heeft overgelegd en daaruit en uit verschillende salarisstroken blijkt dat de referent wel aan het middelenvereiste voldoet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3.1. Omdat de belastingaangifte over het jaar 2007 slechts op gegevens van de referent zelf berust en uit de inkomstenverklaring niet blijkt dat de belastinginspecteur de juistheid van die gegevens heeft gecontroleerd en geverifieerd, heeft het Gerecht in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de gezaghebber aan de beschikking van 4 juni 2008 ten onrechte ten grondslag heeft gelegd dat de referent niet over voldoende middelen van bestaan beschikt.</para>
      <para>Aan de voor het eerst in hoger beroep overgelegde salarisstroken kan, voor zover deze de periode, voorafgaand aan de beschikking van 4 juni 2008 betreffen, niet de betekenis worden toegekend die de vreemdeling daaraan gehecht wil zien, nu hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat die stroken niet reeds bij de gezaghebber konden worden overgelegd.</para>
      <para>Het betoog faalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Wattel</para>
      <para>voorzitter</para>
      <para>w.g. Martinez</para>
      <para>griffier</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2009</para>
    <para />
    <para>Verzonden: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift,</para>
      <para>de griffier,</para>
      <para>voor deze,</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>