<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK9416</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T13:03:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK9416</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHvJAntil" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR 3670/07 - H 151/09</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK9416">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK9416</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:46:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK9416 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba , 08-12-2009 / AR 3670/07 - H 151/09</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK9416:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arubaanse zaak. Geschil tussen partijen over erfdienstbaarheid. Verweer dat appellant niet allen in hoger beroep kan komen nu hij niet alleen eigenaar is faalt. Ook bezwaar tegen eiswijziging wordt verworpen. Hof bepaalt dat een plaatsopneming zal plaatshebben met de gelegenheid om tot een minnelijke regeling te komen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK9416:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Registratienummers: AR 3670/07 - H 151/09</para>
      <para>Uitspraak: 8 december 2009</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE </para>
      <para>VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Vonnis in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant],</para>
      <para>wonend in Aruba, </para>
      <para>oorspronkelijk eiser, thans appellant,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.J. Coutinho,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- tegen -</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Geïntimeerden],</para>
      <para>wonend in Aruba, </para>
      <para>oorspronkelijk gedaagden, thans geïntimeerden,</para>
      <para>gemachtigde: mr. L.D. Gomez.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen worden hierna [appellant] en [geintimeerde] (in enkelvoud) genoemd </para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Het verloop van de procedure</para>
    <para />
    <para>1.1 Op 12 maart 2008 en 22 oktober 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna te noemen “GEA”) tussen partijen vonnis gewezen. In die procedure trad naast [appellant] ook [A. G.] (hierna: [A.G.]) als eiseres op. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar die vonnissen. </para>
    <para />
    <para>1.2 [appellant] is in hoger beroep gekomen van het vonnis van 22 oktober 2008 door op 2 december 2009 een akte van hoger beroep in te dienen. Bij afzonderlijke memorie van grieven heeft [appellant] drie grieven geformuleerd en toegelicht en zijn eis gewijzigd. Zijn conclusie strekt ertoe dat het bestreden vonnis wordt vernietigd en dat zijn vorderingen alsnog worden toegewezen, met veroordeling van [geintimeerde] in de kosten van beide instanties. Voor zover het Hof oordeelt dat de erfdienstbaarheden gehandhaafd dienen te blijven, vordert [appellant] dat [geintimeerde] wordt bevolen om de gedaante van het stuk terrein dat de erfdienstbaarheden omvat te herstellen in de oude staat als ten tijde van het passeren van de akte, alsmede dat [geintimeerde] wordt bevolen de airco’s geïnstalleerd op het terrein van [appellant] te verplaatsen met dien verstande dat die niet binnen twee meter van de officiële grens tussen de percelen mogen worden geherinstalleerd, met veroordeling van [geintimeerde] in de kosten van beide instanties.</para>
    <para />
    <para>1.3 [geintimeerde] heeft geen memorie van antwoord ingediend. Op de daarvoor bepaalde dag hebben partijen pleitaantekeningen overgelegd. </para>
    <para />
    <para>1.4 Vonnis is bepaald op heden. </para>
    <para />
    <para />
    <para>2. De beoordeling</para>
    <para />
    <para>2.1 [geintimeerde] heeft in hoger beroep de exceptio plurium litis consortium opgeworpen, stellende dat nu [appellant] en (de erfgenamen van) [A.G.] gezamenlijk eigenaar zijn van het in geding zijnde perceel, [appellant] niet alleen in hoger beroep kan komen. Dit verweer wordt verworpen. Nog afgezien van de vraag of het verweer tijdig is gevoerd en ook afgezien van de vraag of tussen [appellant] en (de erfgenamen van) [A.G.] een ondeelbare rechtsverhouding bestaat, kan het feit dat alleen [appellant], als een van de oorspronkelijk eisers, hoger beroep heeft ingesteld niet tot niet-ontvankelijkheid van [appellant] leiden. </para>
    <para />
    <para>2.2 [geintimeerde] heeft voorts bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging. Dit bezwaar wordt verworpen. De eiswijziging is gedaan bij memorie van grieven en houdt verband met het geding tussen partijen zoals dat in eerste aanleg is gevoerd. [geintimeerde] heeft de gelegenheid gehad om op de eiswijziging te reageren. [geintimeerde] wordt door de eiswijziging niet onredelijk in zijn procesvoering bemoeilijkt en het geding wordt er ook niet onredelijk door vertraagd. De eiswijziging is niet in strijd met de eisen van een goede procesorde. Dat de aanvulling van de eis een voorwaardelijk (subsidiair) karakter heeft, maakt dat niet anders. Er zal daarom op grond van de gewijzigde eis recht worden gedaan. </para>
    <para />
    <para>2.3 Het Hof acht het geraden om, alvorens verder te beslissen, de situatie ter plaatse in ogenschouw te nemen. Het Hof zal daartoe bepalen dat een plaatsopneming en bezichtiging (descente) zal plaatshebben. De gelegenheid van de descente zal tevens kunnen worden benut voor het beproeven van een minnelijke regeling. Met het oog op een eventueel te bereiken minnelijke regeling wordt [appellant] verzocht te bewerkstelligen dat, indien hij niet zelf enig erfgenaam is, (een vertegenwoordiger van) de erfgenamen van [A.G.] bij de descente aanwezig zal/zullen zijn. Hij kan daartoe de eventuele (andere) erfgenamen ook verzoeken hem te machtigen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>Het Hof:</para>
    <para />
    <para>bepaalt een descente ter plaatse van de percelen Caya Bunita Bista nrs. 5 en 6 te Bella Vista in Tierra del Sol, Aruba, welke descente, in aanwezigheid van partijen en hun raadslieden, zal plaatsvinden op dinsdag 19 januari 2010 om 11:15 uur;</para>
    <para />
    <para>verzoekt [appellant] te bewerkstelligen dat ook (een vertegenwoordiger van) de erfgenamen van [A.G.] bij de descente aanwezig zal/zullen zijn;</para>
    <para />
    <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en F.J.P. Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 8 december 2009.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>