<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG1175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T15:37:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BG1175</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHvJAntil" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-04-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">114 HLAR 36/05</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG1175">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG1175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T03:38:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG1175 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba , 20-04-2008 / 114 HLAR 36/05</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG1175:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Weigering te verklaren dat de door appellante in het buitenland genoten huisartsenopleiding gelijkwaardig is aan de opleiding die door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst vereist wordt voor de inschrijving in het register van erkende huisartsen.</para>
        <para>Tegen een beschikking kan een belanghebbende  bij de terzake bevoegde rechter slechts opkomen, indien hij door het gebruik van het rechtsmiddel in en gunstiger positie kan geraken. Appellante kan door het instellen van hoger beroep niet in een gunstiger positie geraken, nu gegrondbevinding van het hoger beroep niet tot een ander resultaat kan leiden dan dat waartoe de aangevallen uitspraak strekt, zodat het hoger beroep niet ontvankelijk is.</para>
        <para>Hoger beroep niet ontvankelijk verklaard</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG1175:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>114 HLAR 36/05</para>
      <para>Datum uitspraak: 20 april 2006</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE </para>
      <para>VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellante], wonend in [woonplaats],</para>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 5 oktober 2005 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Medische Commissie, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening uitoefening geneeskunst. </para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij beschikking van 16 augustus 2002 heeft de Medische Commissie, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening uitoefening geneeskunst (hierna: de Medische Commissie), geweigerd te verklaren dat de door appellante in het buitenland genoten huisartsenopleiding gelijkwaardig is aan de opleiding die door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst vereist wordt voor de inschrijving in het register van erkende huisartsen. </para>
    <para />
    <para>Bij beschikking van 27 juni 2003 heeft de Medische Commissie het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 19 januari 2005 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het daartegen door appellante ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd en de Medische Commissie opgedragen om een nieuwe beslissing op het gemaakte bezwaar te nemen. </para>
    <para />
    <para>Bij beschikking van 30 maart 2005 heeft de Medische Commissie het door appellante gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 5 oktober 2005 heeft het Gerecht het daartegen door appellante ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd en de Medische Commissie opgedragen om wederom een nieuwe beslissing op het gemaakte bezwaar te nemen. </para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 16 november 2005, bij het Gerecht ingekomen op diezelfde dag, hoger beroep ingesteld bij het Hof. </para>
    <para />
    <para>Bij brief van 16 januari 2006 heeft de Medische Commissie van antwoord gediend. </para>
    <para />
    <para>Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 april 2006, waar appellante in persoon, bijgestaan door mr. D.L. Carolina, advocaat, en de Medische Commissie, vertegenwoordigd door mr. D.M. Passchier, advocaat, en T.L. van Gellecum, voorzitter van de Medische Commissie, zijn verschenen. </para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. Ambtshalve overweegt het Hof als volgt. </para>
    <para />
    <para>2.1.1. Een belanghebbende kan bij de terzake bevoegde rechter slechts opkomen tegen een beschikking, indien hij door het gebruik van het rechtsmiddel in een gunstiger positie kan geraken. </para>
    <para />
    <para>2.1.2. Nu gegrondbevinding van het hoger beroep niet tot een ander resultaat kan leiden dan dat waartoe de aangevallen uitspraak strekt, namelijk vernietiging van de beschikking van 30 maart 2005, kan appellante door het instellen van hoger beroep niet in een gunstiger positie geraken. Hierbij is in aanmerking genomen dat, anders dan appellante kennelijk veronderstelt, het Gerecht geen van de door haar aangevoerde beroepsgronden uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft verworpen. Appellante heeft derhalve de mogelijkheid om hetgeen zij in hoger beroep heeft aangevoerd in het door haar ingestelde beroep tegen de door de Medische Commissie nieuw genomen beslissing van 16 december 2005 aan de orde te stellen. </para>
    <para />
    <para>2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>2.3. Voor een proceskostenveroordeling biedt de Landsverordening administratieve rechtspraak geen mogelijkheid. </para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Ter Berg</para>
      <para>Voorzitter</para>
      <para>w.g. Martinez</para>
      <para>griffier</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2006.</para>
    <para />
    <para>Verzonden: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift,</para>
      <para>de griffier,</para>
      <para>voor deze,</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>