<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF3242</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T18:56:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BF3242</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHvJAntil" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-05-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14 HLAR 03/03</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF3242">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF3242</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T03:27:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF3242 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba , 10-05-2004 / 14 HLAR 03/03</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF3242:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen procesbelang, nu – na een eerdere vernietiging door het Gerecht – nog geen beschikking is genomen door het bestuursorgaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF3242:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>14 HLAR 03/03.</para>
      <para>Datum uitspraak: 10 mei 2004  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</para>
      <para>VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap "Curaçao Jurong Engineering N.V.", gevestigd op Curaçao, en de rechtspersoon naar Italiaans recht “Irem S.p.a.”, gevestigd in Italië,</para>
      <para>appellanten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 13 februari 2003 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellanten</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Minister van Binnenlandse Zaken.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij beschikking van 13 mei 2002 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken (hierna: de Minister) een aan de toenmalige Minister van Arbeid en Sociale Zaken gericht verzoek van appellanten om vrijstelling van premiebetaling voor ziekte- en ongevallenverzekeringen van haar buitenlandse werknemers afgewezen. </para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 13 februari 2003 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht), het door appellanten daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en die beschikking vernietigd. </para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 24 maart 2003, bij het Gerecht ingekomen op die dag, hoger beroep ingesteld bij het Hof. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 maart 2004, waar appellanten, vertegenwoordigd door mr. S.M. Saleh, advocaat, en de Minister, vertegenwoordigd door mr. C.W.T. Nordemann, advocaat, zijn verschenen.</para>
      <para>Voorts is daar als partij gehoord de Minister van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling, vertegenwoordigd door mr. C.W.T. Nordemann, advocaat, en J. Bokma. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. Het Hof overweegt ambtshalve het volgende.</para>
    <para />
    <para>2.1.1. Het Gerecht heeft de bij hem aangevochten beschikking van de Minister vernietigd, omdat de Minister ingevolge de Landsverordening Ziekteverzekering en de Landsverordening Ongevallenverzekering, noch anderszins bevoegd was haar te geven. Op het verzoek van appellanten moet thans alsnog worden beslist door de Minister van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling. Nu daarvan anderszins evenmin is gebleken, is de conclusie dat appellanten, gelet hierop, geen belang hebben bij het hoger beroep. </para>
    <para />
    <para>2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.  </para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.C. Visser, griffier.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Ter Berg				w.g. Visser</para>
      <para>Voorzitter				griffier</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2004.</para>
    <para />
    <para>Verzonden: </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift,</para>
      <para>de griffier,</para>
      <para>voor deze,</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>