<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2025:363</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-18T14:09:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR2020H00234 - CUR2020H00235 - CUR2020H00238</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2025:363">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2025:363</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-18T14:06:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2025:363 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 16-12-2025 / CUR2020H00234 - CUR2020H00235 - CUR2020H00238</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2025:363:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Zesde tussenbeschikking Vetter. Langdurig onverdeelde boedel.</para>
        <para>Bereidheid woningbouwcorporatie FKP om Vetter te ontwikkelen.</para>
        <para>Geen toekenning aan individuele gebruikers in dit stadium.</para>
        <para>Ontwikkeling van de gehele zaak, niet van delen.</para>
        <para>Instructies en aanbevelingen (algemene gezichtspunten) van het Hof.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2025:363:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2025					</para>
    <para>Registratienummers: CUR201601312 en</para>
    <para>     CUR2020H00234 - CUR2020H00235 - CUR2020H00238</para>
    <para>Uitspraak: 16 december 2025</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zesde tussenbeschikking </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende een verzoek op grond artikel 3:200a e.v. van het Burgerlijk Wetboek (BW) tot toekenning van de grond behorende tot de langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VETTER</emphasis>
      </para>
      <para>te Curaçao, groot 207.226 m2,</para>
      <para>gelegen ten noorden van Abrahams, ook bekend als Plantage Vetter, </para>
      <para>omschreven in meetbrief no. 561 van 2003 (Plantageregister no. 110),</para>
      <para>ten name staand van [erflaatster], </para>
      <para>geboren en overleden in de 19e eeuw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de bestreden beschikking van het Gerecht in eerste aanleg, zittingsplaats Curaçao, van 11 juni 2020 zijn als <emphasis role="bold">belanghebbenden</emphasis> (met nummer) aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[belanghebbende 1 t/m 80]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoekers,<?linebreak?>gemachtigde: advocaat mr. L.L.A. Davelaar-Franklin,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met als verschenen belanghebbenden, veelal tevens verzoekers:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[belanghebende 81 t/m 94]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] en [woonplaats],</para>
      <para>gemachtigde: oud-notaris mr. M.L. Alexander,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">95 [belanghebbende 95] en96. [belanghebbende 96],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. A.V.G. Rooijer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">97 [belanghebbende 97], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. A.V.G. Rooijer en advocaat mr. A.K.  Kleinmoedig,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[belanghebbende 98 t/m 141],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>hierna te noemen: [belanghebbende 98 t/m 141],</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. A.K.  Kleinmoedig,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">142. [belanghebbende 142]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verschenen in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de openbare rechtspersoon <emphasis role="bold">HET LAND CURAÇAO</emphasis>,</para>
      <para>zetelend te Curaçao,</para>
      <para>hierna: het Land,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] ([e-mailadress]),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting <emphasis role="bold">FUNDASHON KAS POPULAR</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>hierna: FKP,</para>
      <para>gemachtige: mr. H.W. Braam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ANDERE BELANGHEBBENDEN</emphasis>, </para>
      <para>al dan niet verschenen, aan wie een openbare oproeping is gedaan en die van de processtukken kunnen kennisnemen via de website van het Gemeenschappelijk Hof (<emphasis role="underline">www.gemhofvanjustitie.org/uitspraken/onverdeelde-boedels</emphasis>).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het Hof verwijst naar zijn tussenbeschikkingen van:</para>
        <para>- 6 april 2021, gepubliceerd op https://uitspraken.rechtspraak.nl als: ECLI:NL:OGHACMB:2021:95 (eerste tussenbeschikking; Vetter I), </para>
        <para>- 25 januari 2022,  ECLI:NL:OGHACMB:2022:292 (tweede tussenbeschikking; Vetter II), hersteld bij herstelbeschikking van 22 februari 2022, </para>
        <para>- 16 augustus 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:291 (derde tussenbeschikking; Vetter III) en </para>
        <para>- 23 januari 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:314  (vierde tussenbeschikking; Vetter IV);</para>
        <para>- 27 mei 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:145  (vijfde tussenbeschikking; Vetter V).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 19 augustus 2025 is een akte genomen door: </para>
        <para>- de woningbouwcorporatie FKP;</para>
        <para>- mr. Alexander namens de door hem vertegenwoordigde personen ([belanghebbenden]).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 28 oktober 2025 is een (antwoord)akte genomen door:</para>
        <para>- Mr. Alexander, met productie 38;</para>
        <para>- Mr. Kleinmoeder, met vier producties;</para>
        <para>- Mr. Davelaar-Franklin, met productie 157.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 2 december 2025 is een akte genomen door:</para>
        <para>- FKP;</para>
        <para>- Mr. Franklin-Davelaar;</para>
        <para>- [persoon] namens hemzelf en naar eigen zeggen 42 door hem vertegenwoordiged personen;</para>
        <para>- Mr. Kleinmoedig;</para>
        <para>- Mr. Alexander.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Beschikking is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Afstamming van [erflaatster]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het Hof heeft kennis genomen van productie 157 van mr. Davelaar-Franklin en productie 38 van mr. Alexander, beide bevattende een ‘Antwoord op [persoon]’ van [betrokkene]. Het Hof zal niet terugkomen van de bindende eindbeslissing in Vetter II, ECLI:NL:OGHACMB:2022:292, rov. 2.8, inhoudende dat ook het aandeel van de deelgenoten in de groep-[belanghebbende 98 t/m 141] ‘zeer gering’ is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toekenning van de eigendom aan individuele gebruikers </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Mr. Franklin-Davelaar en mr. Alexander dringen erop aan dat het Hof de eigendom van de percelen zal toekennen aan individuele gebruikers. Het Hof heeft ter gelegenheid van de descente waargenomen dat Vetter geenszins ontwikkeld is. Zelfs zandwegen naar de kavels uit het ontwikkelingsplan ontbreken; zie Vetter III, ECLI:NL:2022:291, rov. 2.22. Dit betekent dat de wet (artikel 3:200a e.v., BW, in het bijzonder artikel 3:200c BW) aan toekenning van de eigendom aan individuele gebruikers in de weg staat. Eerder heeft het Hof al beslist dat de <emphasis role="italic">gehele</emphasis> zaak ontwikkeld moet zijn, niet een enkele kavel. Zie Rancho ECLI:NL:OGHACM:2018:46, r.o. 3.6: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met ontwikkeling in artikel 3:200c lid 1 BW is bedoeld een ontwikkeling van de <emphasis role="italic">gehele zaak</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het is waar dat het Land heeft verklaard dat het, nadat de eigendom aan het Land is toegekend ingevolge artikel 3:200d lid 1 BW, in beginsel bereid is eerst uit te geven en daarna te ontwikkelen; zie Vetter III, ECLI:NL:2022:291, rov. 2.3. Maar deze bereidheid is nog in het geheel niet uitgewerkt. Vandaar de vragen van het Hof in Vetter III. Bovendien staat, door het aanbod van FKP, toekenning aan het Land thans op losse schroeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Mr. Alexander wijst erop dat de gronden waarvan de door hem vertegenwoordige personen als gebruiker zijn aangewezen, allemaal liggen aan de hoofdweg ([straat]) en dat dus een verharde weg, internet, water en andere aansluitingen reeds aanwezig zijn. Dit zou volgens mr. Alexander reden kunnen zijn voor rechttreekse toekenning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Vooralsnog houdt het Hof vast aan de ontwikkeling van <emphasis role="italic">de gehele zaak</emphasis>.  De situatie dat sommige bestaande woningen aan de rand liggen van de zaak, aan de hoofdweg buiten de zaak, deed zich ook voor in Rancho. Bij de omslag van ontwikkelingskosten zou hiermee rekening kunnen worden gehouden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toekenning aan de bestaande Stichting Plantage Vetter </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Wegens het gevaar van een deconfiture en daarmee verlies van de eigendom van Vetter aan crediteuren, acht het Hof toekenning van Vetter aan de Stichting Plantage Vetter te risicovol en daarom niet verantwoord, ook al zou ACU bereid zijn te financieren (productie 4 bij antwoordakte mr. Kleinmoedig van 28 oktober 2025). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bereidverklaring FKP </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>FKP stelt in haar akte van 19 augustus 2025: </para>
        <para>2. FKP verzoekt Uw Hof de eigendom van het perceel/de percelen in kwestie (Plantage Vetter) aan haar toe te kennen, zoals eerder het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao op 8 januari 2021 heeft beslist in de percelen Orleans, gelegen te Zuid Abrahamsz (…) </para>
        <para>3. FKP zal, bij het in huur dan wel in erfpacht uitgeven van de terreinen in kwestie, uiteraard de door Uw Hof te geven instructies/aanbevelingen opvolgen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 3:200e lid 2, eerste volzin, BW luidt: </para>
        <para>Het Land of de stichting geeft de zaak, geheel of gedeeltelijk, na ontwikkeling uit aan de gebruikers in koop, huurkoop inbegrepen, erfpacht of ander beperkt recht, dan wel huur, afhankelijk van wat in het gegeven geval redelijk en mogelijk is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Volgens de wet dient FKP dus in beginsel ook bereid te zijn tot <emphasis role="italic">verkoop</emphasis> aan die gebruikers die bereid zijn de koopprijs te betalen, waarin de ontwikkelingskosten zijn verdisconteerd. Zie Rancho ECLI:NL:OGHACMB:2018:46, rov. 3.15: </para>
        <para>de … gemaakte kosten kunnen worden “terugverdiend” uit de verkoopprijzen, erfpachtcanons en huursommen.’ </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>FKP dient hierover een akte te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Het Hof wil van FKP ook weten <emphasis role="italic">wanneer</emphasis> de ontwikkeling van Vetter kan worden aangevangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Naar aanleiding van een opmerking van Antersijn c.s. wil het Hof weten hoe het staat met de ontwikkeling van Orleans.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Kan FKP al een indicatie geven van het <emphasis role="italic">aantal kavels</emphasis> dat beschikbaar komt? In Vetter III, ECLI:NL:2022:291, rov. 2.10 suggereerde het Hof dat met een behoorlijk afwateringssysteem (met herstel van dammen) veel extra kavels kunnen worden ontwikkeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>In de zaak Orleans, ECLI:NL:OGEAC:2021:1, waarin toekenning aan FKP plaatsvond, repte het Gerecht niet van overheidstoezicht. Artikel 3:200d lid 1 BW dient aldus te worden uitgelegd dat toekenning kan geschieden aan een woningbouwcorporatie zonder dat nadere eisen gesteld worden op grond van de zinsnede ‘stichting die ingevolge haar statuten de belangen van de gebruikers behartigt en van overheidswege onder toezicht staat’. De wetgever gaat ervan uit dat gelet op de regelgeving inzake volkshuisvesting een woningbouwcorporatie zonder meer in aanmerking kan komen voor toekenning van de zaak aan haar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>FKP heeft verklaard de door het Hof te geven instructies/aanbevelingen  te zullen opvolgen. Het Hof heeft algemene uitgangspunten gegeven in: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>- Rancho ECLI:NL:OGHACMB:2018:46, rov. 3.2-3.38; en</para>
        <para>- Vetter I, ECLI:NL:OGHACMB:2021:95, rov. 5.13-5.18. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>FKP kan desgewenst hierop reageren in haar akte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>Het Hof vraagt het Land bij akte te reageren op de bereidverklaring van FKP. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>Andere potentiële voor het Hof acceptabele ontwikkelaars (zoals APC) zijn, blijkens mededeling van mr. Franklin-Davelaar en mr. Alexander niet beschikbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- laat FKP en het Land toe de in rov. 2.10-2.13 en 2.16 onderscheidenlijk rov. 2.17 bedoelde akte te nemen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van 24 februari 2026;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en is ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 16 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>