<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2025:234</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-29T11:20:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BON2024H00047 en BON2024H00048</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2025:234">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2025:234</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-29T11:19:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2025:234 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 19-08-2025 / BON2024H00047 en BON2024H00048</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2025:234:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bonaire; gezag en alimentatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2025:234:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2025</para>
    <para>Registratienummers: BON202400485 - BON2024H00047 en </para>
    <para>BON2024H00048 - BON202400510</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 19 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>B E S C H I K K I N G</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de man]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats],</para>
      <para>in eerste aanleg verzoeker, thans appellant, </para>
      <para>hierna: de man,</para>
      <para>procederend zonder gemachtigde, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de vrouw]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats],</para>
      <para>in eerste aanleg verweerster, thans geïntimeerde,</para>
      <para>hierna: de vrouw,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>belanghebbende: [de minderjarige] (hierna de minderjarige), geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats].<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij op 18 december 2024 ingekomen beroepschrift, met producties, is de man in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gewezen mondelinge uitspraak van 4 december 2024 (vastgelegd in een proces-verbaal dat is vastgesteld op 10 december 2024) van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Saba en Sint Eustatius, zittingsplaats Bonaire (hierna: het Gerecht). Hierbij heeft de man bezwaren tegen de beschikking aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe (zo begrijpt het Hof) dat het Hof de uitspraak zal vernietigen en zijn verzoeken alsnog zal toewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij verweerschrift in hoger beroep, met een productie heeft de vrouw verweer gevoerd. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof de bestreden beschikking zal bevestigen, met veroordeling van in de proceskosten in beide instanties. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De man heeft op 9 mei 2025, op 1 juni 2025, op 4 juni 2025, op 16 juni 2025, op 17 juni 2025 en op 18 juni 2025 mailberichten verstuurd aan het Hof en de wederpartij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Op 23 juni 2025 heeft een mondelinge behandeling door het Hof plaatsgevonden in het gerechtsgebouw in Bonaire. Aldaar zijn partijen beiden verschenen, de vrouw bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de Voogdijraad was [medewerker Voogdijraad] aanwezig. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van het Hof beantwoord. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Voorafgaand aan de zitting heeft de voorzitter een gesprek gehad met de minderjarige.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Beschikking is aangezegd en nader bepaald op vandaag.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen zijn in Bonaire op 19 december 2008 met elkaar gehuwd in gemeenschap van goederen. Uit het huwelijk is de minderjarige geboren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij beschikking van 21 januari 2015 (2014:E28, hierna de echtscheidingsbeschikking) heeft het Gerecht de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is de man (onder meer) veroordeeld tot betaling van USD 1.000 per maand als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de minderjarige (kinderalimentatie) en USD 2.000 per maand als bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw (partneralimentatie voor de vrouw). Deze beschikking is op 12 maart 2015 ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>In 2015 heeft de man gedurende een aantal maanden alimentatie betaald ten behoeve van de minderjarige. In de loop van dat jaar is hij daarmee gestopt. De man heeft daarna meerdere verzoeken ingediend tot nihilstelling van de kinderalimentatie maar die zijn steeds afgewezen. Dat gebeurde voor het laatst door het Hof in een beschikking van 15 december 2020 (BON2019H00034).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De man heeft nooit alimentatie betaald ten behoeve van de vrouw. Bij beschikking van 22 september 2017 (EJ 64) heeft het Gerecht het verzoek van de man tot nihilstelling van de partneralimentatie toegewezen met ingang van 1 september 2017. Bij beschikking van dit Hof van 20 maart 2018 (BON2017H00026) heeft het Hof deze beschikking bevestigd, met dien verstande dat de nihilstelling van de partneralimentatie ingaat per 1 februari 2016. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Bij beschikking van 2 mei 2024 (BON202400038) heeft het Gerecht met wijziging van voorafgaande uitspraken zowel de partneralimentatie als de kinderalimentatie op nihil gesteld met ingang van 12 maart 2015. Deze beschikking is door dit Hof vernietigd voor wat betreft de kinderalimentatie, waarbij het Hof de man heeft veroordeeld USD 500 per maand te betalen als bijdrage in het onderhoud van de minderjarige. De beschikking is bevestigd voor wat betreft de partneralimentatie.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De procedure bij het Gerecht</title>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In de eerste plaats heeft de man verzocht om naast de vrouw te worden belast met het gezag over de minderjarige.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In de tweede plaats heeft de man verzocht te bepalen dat de echtscheidingsbeschikking waarin hij is veroordeeld tot betaling van partner- en kinderalimentatie een onjuiste beslissing is geweest die frauduleus tot stand is gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het Gerecht heeft beide verzoeken afgewezen</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">gezag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ter zitting in hoger beroep heeft de man het hoger beroep ter zake het gezag ingetrokken. Dat betekent dat de bestreden beschikking op dit punt zal worden bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">partneralimentatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>In de beschikking van 2 mei 2024 heeft het Gerecht de partneralimentatie op nihil gesteld met ingang van 12 maart 2015 en dat deel van de beschikking is door het Hof in de vorige beschikking bevestigd. Deze beslissing houdt in dat de man nooit partneralimentatie na echtscheiding verschuldigd is geweest. Voor schadevergoeding als door de man bedoeld is in het kader van deze procedure geen plaats. Deze verzoeken zijn bovendien niet onderbouwd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">kinderalimentatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Voor wijziging van de kinderalimentatie heeft de man onvoldoende aangevoerd. Met name heeft hij niet aangevoerd dat de omstandigheden van partijen zijn gewijzigd sinds de datum van de vorige beschikking van het Hof van 21 januari 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het beroep faalt. De beschikking waarvan beroep dient te worden bevestigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De vrouw heeft om een proceskostenveroordeling verzocht. In haar verweerschrift heeft zij er onder meer op gewezen dat de man vele procedures tegen haar heeft gevoerd, waarin steeds dezelfde beweringen, zonder feitelijke en juridische basis worden herhaald. Het Hof ziet hierin voldoende aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>B E S L I S S I N G</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bevestigt de beschikking waarvan beroep;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt de man in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van de vrouw tot op heden begroot op USD 2.234 aan salaris voor de gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, E.M van der Bunt en E.W.A. Vonk leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 19 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>