<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2025:119</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-12T11:25:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR2024H00206</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2025:119">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2025:119</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-12T11:24:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2025:119 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 11-06-2025 / CUR2024H00206</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2025:119:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het uitblijven van een reactie van de minister op een reactie op een ontwerpbeschikking kan niet met een beschikking worden gelijkgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2025:119:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>CUR2024H00206</para>
    <para>Datum uitspraak: 11 juni 2025</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="caps">gemeenschappelijk hof van jusTitie </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellante], wonend in Curaçao,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 22 juli 2024 in zaak nr. CUR202401474, in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellante</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de minister van Gezondheid, Milieu en Natuur (hierna: de minister)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak met toepassing van artikel 79 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) van 17 april 2024 in zaak nr. CUR202303814 heeft het Gerecht zich onbevoegd verklaard om van het door appellante ingestelde beroep kennis te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 22 juli 2024 heeft het Gerecht het door appellante  daartegen gedane verzet ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft de zaak op een zitting behandeld op 7 mei 2025. Appellante was aanwezig. De minister werd vertegenwoordigd door mr. H.W. Braam, advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Appellante heeft op 22 januari 2019 een brief gestuurd aan de minister, waarin zij bezwaren heeft ingebracht naar aanleiding van een aanvraag van het Advent Ziekenhuis, locatie Damacor, om een hindervergunning en de daarop door de minister opgestelde ontwerpvergunning. De minister heeft niet op die brief gereageerd.</para>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Appellante heeft op 27 november 2023 beroep ingesteld bij het Gerecht tegen het uitblijven van een reactie. Het Gerecht heeft zich in de uitspraak van 17 april 2024 onbevoegd verklaard om van dat beroep kennis te nemen, omdat een reactie van de minister op de brief niet tot een beschikking in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Lar had kunnen leiden en het uitblijven van een reactie dus ook niet op grond van artikel 3, tweede lid, van de Lar met een beschikking kan worden gelijkgesteld. </para>
        <para>2. Niet in geschil is dat de brief van appellante een reactie is op een ontwerpbeschikking als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Hinderverordening. Ook is niet in geschil dat de minister ten tijde van de ontvangst van de brief nog geen beschikking had genomen op de aanvraag van het ziekenhuis om een hindervergunning. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het Gerecht heeft terecht overwogen dat een reactie op de brief van appellante uitsluitend moet worden geplaatst in de context van de nog te nemen beschikking op de lopende aanvraag om een hindervergunning. Zo’n beschikking was er op het moment van het instellen van beroep (nog) niet. Elke andere reactie op de brief van appellante zou daarom geen beschikking hebben opgeleverd en het uitblijven daarvan evenmin. Gelet op het voorgaande heeft het Gerecht het verzet tegen de onbevoegdverklaring terecht ongegrond verklaard. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Appellante betoogt in hoger beroep dat de minister het ziekenhuis niet goed heeft ingelicht over de procedure voor afgifte van een hindervergunning, dat een ander ziekenhuis al wel een hindervergunning heeft gekregen, dat zij door deze handelswijze is benadeeld gelet op het lange tijdsverloop en dat zij hinder ondervindt van het ziekenhuis. Dit alles verandert echter niet dat er geen beroep op grond van de Lar openstaat tegen het uitblijven van een reactie op de brief van appellante. Het betoog slaagt niet.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Verder is op de zitting gebleken dat appellante vooral overlast ervaart door hinderlijk gedrag van bezoekers van het ziekenhuis. Appellante zal zich met haar klachten hierover tot de politie moeten wenden.  </para>
        <para>3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht moet worden bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>bevestigt de aangevallen uitspraak.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. G.T.J.M. Jurgens, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>w.g. Bel</para>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>w.g. Buntjer</para>
              <para>griffier</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>