<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2025:101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-12T10:24:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR2023H00081</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2025-0294</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2025-0294</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2025:101">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2025:101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-19T16:43:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2025:101 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 15-04-2025 / CUR2023H00081</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2025:101:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolg op ECLI:NL: OGHACMB:2025:17. Inmiddels is ook verkoop door alle erven voldoende onderbouwd. Voor recht wordt verklaard dat A sterker recht heeft op de huurgrond in kwestie dan de erven zolang het Land niet anders heeft beslist op de aanvraag van A om de huurrechten op zijn naam te zetten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2025:101:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2025</para>
    <para>Registratienummers: CUR202203100 en CUR2023H00081</para>
    <para>Uitspraak: 15 april 2025</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>V O N N I S </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[appellant],</emphasis>
      </para>
      <para>die woont in [woonplaats],</para>
      <para>in eerste aanleg eiser, </para>
      <para>thans appellant,</para>
      <para>gemachtigde: mr. I.F. Moeniralam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de erfgenamen van [erflater A],</emphasis>
      </para>
      <para>die wonen in [woonplaats] of elders,</para>
      <para>niet in rechte verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als [appellant] respectievelijk de erven [erflater A].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1 [</nr>
      <para>appellant] stelt gerechtigd te zijn tot de huurrechten van een perceel grond in Curaçao. Hij wens dat dit perceel bij Bureau Domeinbeheer op zijn naam gesteld wordt. Zijn vorderingen zijn daarop gericht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht) heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen op de grond deze onvoldoende onderbouwd zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Het Hof heeft op 21 januari 2025 een tussenvonnis gewezen. [appellant] is daarbij verzocht nadere informatie te verstrekken. Dat heeft [appellant] gedaan. Het vonnis van het Gerecht zal worden vernietigd en de vorderingen van [appellant] zullen, alsnog, deels worden toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom zo geoordeeld wordt. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter uitvoering van het tussenvonnis van 21 januari 2025 heeft [appellant] op 25 februari 2025 een akte (met producties) genomen. Vonnis is gevraagd en bepaald op vandaag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De nadere instructie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>In het tussenvonnis van 21 januari 2025 is het volgende overwogen:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">4.19 Het Hof zal [appellant] in de gelegenheid stellen bij akte nadere informatie te verschaffen waaruit kan blijken dat ook de erfgenamen [erfgenaam A] (4), [erfgenaam B] (5), [erfgenaam C] (6) en [erfgenaam D] (7) hebben ingestemd met de verkoop van de huurrechten, althans de wijziging van de tenaamstelling daarvan bij Domeinbeheer ten gunste van [erflater B], thans opgevolgd door diens enige erfgenaam [appellant].</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Blijkens de handgeschreven aantekeningen op de volmacht waren drie van de vier erfgenamen om wie het nu gaat in 2000 al op leeftijd. Indien deze drie of vier erfgenamen inmiddels zouden zijn overleden en hun instemming met de verkoop/wijziging tenaamstelling niet voldoende kan worden onderbouwd, kan voor toewijzing van de vordering ook toereikend zijn dat hun erfgenamen instemmen met de wijziging van de tenaamstelling van de huurrechten</emphasis>.”</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De reactie van [appellant]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In zijn akte van 25 februari 2025 heeft [appellant] het volgende meegedeeld. Navraag bij een oom van hem heeft geleerd dat de vier erven in kwestie zijn overleden en hun erfgenamen onbekend zijn. [appellant] was in 1999 zelf aanwezig bij de verkoop van het huis. Alle erven [erven] waren daar ook. Zij zijn toen allemaal akkoord gegaan met de verkoop. De huur van het huis wordt al 40 jaar lang aan Domeinbeheer betaald zonder enig bezwaar van welke erfgenaam dan ook. Ook overigens is al 40 jaar lang van ongestoord bezit van het huis sprake. De gezamenlijke erven zijn zowel in eerste aanleg als in hoger beroep correct opgeroepen (via een advertentie) maar niet verschenen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De gerechtigde tot de huurrechten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Met de nadere onderbouwing van zijn vordering heeft [appellant] voldoende aannemelijk gemaakt dat van de vier erven in kwestie (of hun erfgenamen) inmiddels geen verklaring meer is te verkrijgen over hun instemming destijds met de verkoop van de huurrechten. Dat ook deze vier tegen die verkoop geen bezwaar hadden is, tegen die achtergrond bezien, voldoende onderbouwd met de stelling dat [appellant] en zijn vader al 40 jaar lang het ongestoord bezit hebben van de woning en dat de huur al die jaren aan Domeinbeheer wordt voldaan, zonder enig bezwaar van welke erfgenaam [erven] dan ook. Daarbij komt dat de gezamenlijke erven [erven] zowel in eerste aanleg als in hoger beroep correct zijn opgeroepen, maar niet zijn verschenen. De vordering van [appellant] is dus niet weersproken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering en de toewijzing daarvan</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>Zoals het Hof in het tussenvonnis (rov 4.25) al heeft uiteengezet gaat deze zaak  over de rechtsverhouding tussen [appellant] enerzijds en de erfgenamen van [erflater A] anderzijds. Overwogen is toen:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Het Hof kan als civiele rechter niet vaststellen of [appellant] een exclusief recht op de huur van het perceel in kwestie heeft, dus een recht met werking tegenover iedereen. Wel kan het Hof beoordelen of [appellant], de maatschappelijke opvattingen (mede) in aanmerking genomen, een sterker recht heeft dan de erfgenamen van [erflater A], zodat, zolang het Land Curaçao (Domeinbeheer) niet anders heeft beslist op de aanvragen, de erfgenamen het huurrecht van [appellant] moeten respecteren. In de vorderingen van [appellant ligt als subsidiaire vordering besloten dat het Hof een verklaring voor recht van die strekking geeft</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Nu de vordering van [appellant] inmiddels voldoende onderbouwd is zal een dergelijke verklaring voor recht gegeven worden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <parablock>
        <para>De grieven van [appellant] slagen. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd. De gezamenlijke erven van [erflater A] zullen worden veroordeeld in de kosten van de procedure van beide instanties. Die kosten bedragen (in NAf):</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">eerste aanleg:</emphasis>
        </para>
        <para>verschotten		   869,50	(griffierecht 450, oproeping 419,50)</para>
        <para>salaris advocaat	1.250,- 		(1 punt tarief 5 à 1.250 per punt)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hoger beroep:</emphasis>
        </para>
        <para>verschotten:		1.389,73	(griffierecht 900, oproeping 489,73)</para>
        <para>salaris advocaat	6.000,- 		(3 punten, tarief 5 à 2.000 per punt)</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>B E S L I S S I N G</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>vernietigt het vonnis van het Gerecht van 16 januari 2023 en doet opnieuw recht als volgt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart voor recht dat [appellant] een sterker recht heeft dan de erfgenamen van [erflater A] op de huurrechten van het perceel grond te [adres A], registernummer [registernummer], gelegen in het tweede district, Domeinkaart VI, kaveling [nummer] met de daarop gebouwde woning, waarvan het lokaal adres is [adres B], zodat, zolang het Land Curaçao (Domeinbeheer) niet anders heeft beslist op de aanvragen, de erfgenamen het huurrecht van [appellant] moeten respecteren;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt de erven [erflater A] in de kosten van de procedure die aan de zijde van [appellant] zijn gevallen en begroot die kosten op:</para>
      </parablock>
      <para>- eerste aanleg: NAf 869,50 aan verschotten en NAf 1.250,- aan salaris advocaat;</para>
      <para>- hoger beroep: NAf 1.389,73 aan verschotten en NAf 6.000,- aan salaris advocaat;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis ten aanzien van de uitgesproken proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, W.P.M. ter Berg en M.A. Loth, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 15 april 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>