<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2024:171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-25T08:14:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA2024H00004</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2024:171">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2024:171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-25T08:14:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2024:171 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 04-09-2024 / AUA2024H00004</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2024:171:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Lob-verzoek. Het Gerecht is niet in gegaan op het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Vernietiging aangevallen uitspraak, voor zover geen vergoeding van immateriële schade is toegekend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2024:171:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>AUA2024H00004</para>
    <para>Datum uitspraak: 4 september 2024</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="caps">gemeenschappelijk hof van jusTitie </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellante], wonend in Aruba,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 27 december 2023 in zaak nr. AUA202203953, in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellante</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de minister van Algemene Zaken, Innovatie, Overheidsorganisatie, Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening (hierna: de minister)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 10 november 2020 heeft de minister het verzoek van [appellante] om openbaarmaking van documenten op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (hierna: Lob), afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 30 september 2022 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard (hierna: bestreden beschikking).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 27 december 2023 heeft het Gerecht het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beschikking vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met toestemming van partijen is een behandeling ter zitting achterwege gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Het Gerecht heeft de bestreden beschikking vernietigd omdat het bezwaarschrift wederom niet in handen is gesteld van de bezwaaradviescommissie. De rechtsgevolgen zijn in stand gelaten omdat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat er niet nog andere documenten onder hem berusten. Een behandeling door de bezwaaradviescommissie kan daar geen verandering in brengen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In hoger beroep voert [appellante] aan dat het Gerecht ten onrechte niet in is gegaan op haar verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het Hof stelt vast dat [appellante] op de zitting van het Gerecht erop gewezen heeft dat de redelijke termijn overschreden is en verzocht heeft om vergoeding van immateriële schade. Het Gerecht had dat verzoek niet onbehandeld mogen laten. Het betoog slaagt. Het Hof zal het verzoek alsnog beoordelen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Vaststaat dat [appellante] op 25 november 2020 bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikking van 10 november 2020. Het Gerecht heeft op 27 december 2023 uitspraak gedaan. De behandeling van het bezwaar en beroep heeft daarmee ongeveer drie jaar en een maand geduurd. De redelijke termijn is dus met een jaar, een maand en twee dagen overschreden. Gelet op het tijdsverloop tussen de beschikking van 10 november 2020 en de beschikking van 30 september 2022 komt de termijnoverschrijding voor rekening van de minister. De minister moet daarom worden veroordeeld tot vergoeding van door [appellante] geleden immateriële schade van Afl. 1.500,-.</para>
      <para>3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd, voor zover het Gerecht heeft nagelaten de minister te veroordelen tot een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      <para>4. De minister moet de proceskosten van [appellante] in hoger beroep vergoeden tot een bedrag van Afl. 350,- (1 punt voor het indienen van een hogerberoepschrift; wegingsfactor 0,5). Er wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast omdat in hoger beroep alleen de overschrijding van de redelijke termijn aan de orde is. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>I.	<emphasis role="underline">vernietigt</emphasis> de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 27 december 2023 in zaak nr. AUA202203953, voor zover het Gerecht heeft nagelaten de minister van Algemene Zaken, Innovatie, Overheidsorganisatie, Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening te veroordelen om aan [appellante] een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn te betalen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>II.	<emphasis role="underline">veroordeelt</emphasis> de minister van Algemene Zaken, Innovatie, Overheidsorganisatie, Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening om aan [appellante] een vergoeding van immateriële schade van Afl. 1.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn te betalen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>III.		<emphasis role="underline">veroordeelt</emphasis> de minister van Algemene Zaken, Innovatie, Overheidsorganisatie, Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening tot vergoeding van bij [appellante] in verband met het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van Afl. 350,-, geheel toe te rekenen aan door een derde verleende rechtsbijstand;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>IV.	<emphasis role="underline">gelast</emphasis> dat het Land Aruba aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht van Afl. 75,- vergoedt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>w.g. Bel</para>
                <para>voorzitter</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>w.g. Van der Heide</para>
                <para>griffier</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>