<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2024:16</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-15T12:06:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA2020H00141</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2024:16">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2024:16</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-15T12:01:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2024:16 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 06-02-2024 / AUA2020H00141</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2024:16:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aruba. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2023:14. Koop te bouwen woning. Ontbinding. Verwijzing naar de schadestaatprocedure.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2024:16:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2024</para>
    <para>Registratienummers: AUA200800002 – AUA2020H00141</para>
    <para>Uitspraak: 6 februari 2024	</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>V O N N I S</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STRONG CACTUS LTD.,</emphasis>
      </para>
      <para>met gekozen domicilie in Aruba,</para>
      <para>in eerste aanleg eiseres, </para>
      <para>thans appellante in principaal appel,</para>
      <para>geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel appel,</para>
      <para>gemachtigde: mr. O.E. Kostrzewski,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">TIERRA DEL SOL REAL ESTATE N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>in eerste aanleg gedaagde, </para>
      <para>thans geïntimeerde in principaal appel,</para>
      <para>appellante in voorwaardelijk incidenteel appel,</para>
      <para>gemachtigde: mr. Th. Aardenburg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Strong Cactus en Tierra del Sol genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In 2005 hebben partijen een koopovereenkomst ondertekend, op grond waarvan Strong Cactus een toen nog te bouwen woning heeft gekocht van Tierra del Sol. In deze rechtszaak heeft Strong Cactus uiteindelijk ontbinding van de koopovereenkomst en schadevergoeding gevorderd. In dit hoger beroep heeft het Hof vorig jaar een tussenvonnis uitgesproken en verwijst het Hof de zaak nu bij eindvonnis naar de schadestaatprocedure. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij vonnis van 24 januari 2023 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor aktewisseling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Strong Cactus heeft een akte ingediend en Tierra del Sol een antwoordakte. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Hof zal geen comparitie van partijen gelasten om de mogelijkheden van een minnelijke regeling te onderzoeken. Waar Strong Cactus niet alleen een waardeverschil, maar ook misgelopen huuropbrengsten en werkelijke proceskosten als schade ziet, en Tierra del Sol meent dat Strong Cactus geen schade heeft geleden of hooguit geringe schade, ziet het Hof onvoldoende basis voor het welslagen van een minnelijke regeling tijdens een comparitie van partijen. Uiteraard staat het partijen vrij om, al dan niet met behulp van hun advocaten, zonder bemoeienis van het Hof de mogelijkheden van een minnelijke regeling te onderzoeken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het Hof is thans niet in staat de schade te begroten. Het Hof acht de geschilpunten over de schadebegroting van dien aard dat verwijzing naar de schadestaatprocedure aangewezen is. Die verwijzing zal niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De door het Gerecht uitgesproken ontbinding dient in stand te blijven. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd wat betreft de afwijzing van de overige vorderingen van Strong Cactus. Tierra del Sol zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de eerste aanleg, het principaal hoger beroep en het incidenteel hoger beroep. Het salaris van de gemachtigden zal worden begroot volgens het liquidatietarief voor vorderingen van onbepaalde waarde. Onder 3.26 van het tussenvonnis heeft het Hof verder als volgt overwogen. Strong Cactus heeft geen recht op vergoeding van alle kosten die zij in verband met de procedure heeft gemaakt. Voor zover zij in verband met dit geschil advocaatkosten, adviseurskosten, vertaalkosten e.d. heeft gemaakt waarvoor proceskostenveroordelingen geen vergoeding plegen in te sluiten, komen alleen redelijke kosten als bedoeld in art. 6:96 lid 2 BW voor vergoeding in aanmerking. Het Hof blijft bij die overwegingen en voegt er thans aan toe dat in de schadestaatprocedure aan de orde kan komen of Strong Cactus redelijke kosten als bedoeld in art. 6:96 lid 2 BW heeft gemaakt en zo ja, welke vergoeding daarvoor in aanmerking komt.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>B E S L I S S I N G</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover het Gerecht daarbij de koopovereenkomst heeft ontbonden;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en in zoverre opnieuw rechtdoende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt Tierra del Sol tot vergoeding van de schade die Strong Cactus lijdt doordat geen wederzijdse nakoming, maar ontbinding van de koopovereenkomst heeft plaatsgevonden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt Tierra del Sol in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van Strong Cactus gevallen en begroot op Afl. 649,00 aan verschotten en Afl. 7.500,00 aan salaris voor de gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt Tierra del Sol in de kosten van het geding in principaal en incidenteel hoger beroep, aan de zijde van Strong Cactus gevallen en tot op heden begroot op Afl. 15.384,28 aan verschotten en Afl. 9.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en C.G. ter Veer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 6 februari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>