<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2023:61</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-03T14:19:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR2023H00097</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2023:61">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2023:61</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-03T14:18:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2023:61 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 18-04-2023 / CUR2023H00097</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2023:61:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet griffierecht</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2023:61:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2023						Uitspraak no.:</para>
    <para>Registratienummers: CUR201902096 (eerste aanleg) – CUR2021H00364 (hoger beroep) – CUR2023H00097 (verzet griffierecht)</para>
    <para>Uitspraak: 18 april 2023</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>B E S C H I K K I N G</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzet ex artikel 35 lid 3 Ltbz van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING BELANGENBEHARTIGING </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEDUPEERDEN ONLINE KANSSPELEN,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: SBGOK,</para>
      <para>gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE GRIFFIER van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna: de griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>SBGOK  is op 6 december 2021 in hoger beroep gekomen van het tussen haar enerzijds en Trigonon, Cyberluck en [geïntimeerde] anderzijds gewezen en op 8 november 2021 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ter gelegenheid van het indienen van de memorie van grieven is door SBGOK NAf 4.000,- aan griffierecht betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De griffier heeft echter op 13 maart 2023 NAf 3.320,- aan griffierecht nageheven. Dit bedrag is door SBGOK voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Op 14 maart 2023 heeft het Hof vonnis gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Op 20 maart 2023 hebben mr. Bijkerk en LMS Advocaten B.V. – het Hof begrijpt: namens SBGOK – tijdig een verzetschrift ex artikel 35 lid 3 <emphasis role="italic">Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken</emphasis> (Ltbz) ingediend en het Hof verzocht om het verzet gegrond te verklaren en de griffier op te dragen om NAf 3.320,- te restitueren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>De griffier heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het Hof.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>De beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het verzet</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzet is gegrond. De griffier heeft zich kennelijk gebaseerd op de vordering in eerste aanleg. In hoger beroep moet echter de hoogte van het griffierecht <emphasis role="italic">zelfstandig</emphasis> worden beoordeeld. Zie de beschikking van het Hof in Ltbz-verzet van 17 maart 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:41. Die beschikking betrof het ‘direct geldelijk belang’, bedoeld in artikel 20 lid 3 Ltbz, maar voor de uitleg van ‘de eis of het verzoek strekt tot betaling van een bepaalde geldsom’, bedoeld in artikel 20 lid 2 onder d-f Ltbz, geldt hetzelfde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het Hof overwoog onder meer in die zaak:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het is dus denkbaar dat in eerste aanleg een hoger of lager direct geldelijk belang geldt dan in hoger beroep (bijvoorbeeld: eiser vordert betaling van NAf 100.000, de eerste rechter wijst NAf 60.000 toe, de gedaagde gaat in hoger beroep want hij meent dat de eerste rechter slechts NAf 50.000 had mogen toewijzen; het geldelijk belang in hoger beroep is dan slechts NAf 10.000 en niet NAf 100.000). </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Ook is denkbaar dat in eerste aanleg een onbepaalde waarde geldt en in hoger beroep een direct geldelijk belang dat op een bepaald bedrag kan worden gewaardeerd. (…)</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het door de griffier aangehaalde artikel 20 lid 4 Ltbz, omtrent een vermindering van eis of verzoek, geldt slechts binnen een instantie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>SBGOK heeft recht op restitutie van het nabetaalde bedrag van NAf 3.320,-.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>B E S L I S S I N G</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- verklaart het verzet gegrond;</para>
      <para />
      <para>- draagt de griffier op NAf 3.320,- aan SBGOK te restitueren.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Verheijen, C.G. ter Veer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 18 april 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>