<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2022:291</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-31T09:09:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR2020H00234-CUR2020H00235-CUR2020H00238</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2022:291">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2022:291</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-31T09:09:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2022:291 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 16-08-2022 / CUR2020H00234-CUR2020H00235-CUR2020H00238</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2022:291:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>plantage Vetter – langdurig onverdeelde boedel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2022:291:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2022					Beschikking no.:</para>
    <para>Registratienummers:  CUR201601312</para>
    <para>CUR2020H00234 - CUR2020H00235 - CUR2020H00238</para>
    <para>Uitspraak: 16 augustus 2022</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Derde tussenbeschikking </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende een verzoek op grond artikel 3:200a e.v. van het Burgerlijk Wetboek (BW) tot toekenning van de grond behorende tot de langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VETTER</emphasis>
      </para>
      <para>te Curaçao, groot 207.226 m2,</para>
      <para>gelegen ten noorden van Abrahams, ook bekend als Plantage Vetter, </para>
      <para>omschreven in meetbrief no. 561 van 2003 (Plantageregister no. 110),</para>
      <para>ten name staand van [naam 1], </para>
      <para>geboren en overleden in de 19e eeuw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de bestreden beschikking van het Gerecht in eerste aanleg, zittingsplaats Curaçao, van 11 juni 2020 zijn als <emphasis role="bold">belanghebbenden</emphasis> (met nummer) aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[belanghebbende 1 tot en met 80], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Curaçao en Nederland,</para>
      <para>verzoekers,<?linebreak?>gemachtigde: advocaat mr. L.L.A. Davelaar-Franklin,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met als verschenen belanghebbenden, veelal tevens verzoekers:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[belanghebbende 81 tot en met 94], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Curaçao en Nederland,</para>
      <para>gemachtigde: oud-notaris mr. M.L. Alexander,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[belanghebbende 95 </emphasis>en<emphasis role="bold"> 96],</emphasis></para>
      <para>wonende te Curaçao,</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. A.V.G. Rooijer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[belanghebbende 97] </emphasis>wonende te Curaçao,</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. A.V.G. Rooijer en advocaat mr. A.K.  Kleinmoedig,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[belanghebbende 98 tot en met 141], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Curaçao,</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. A.K.  Kleinmoedig,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[belanghebbende 142]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Curaçao,</para>
      <para>verschenen in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de openbare rechtspersoon <emphasis role="bold">HET LAND CURAÇAO</emphasis>,</para>
      <para>zetelend te Curaçao,</para>
      <para>gemachtigden: Giselle Hollander [(email-adres)] en Caroline Manuel [(email-adres)],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ANDERE BELANGHEBBENDEN</emphasis>, </para>
      <para>al dan niet verschenen, aan wie een openbare oproeping is gedaan en die van de processtukken kunnen kennisnemen via de website van het Gemeenschappelijk Hof (www.gemhofvanjustitie.org/uitspraken/onverdeelde-boedels).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het Hof verwijst naar zijn tussenbeschikking van 6 april 2021 (eerste tussenbeschikking) en naar zijn tussenbeschikking van 25 januari 2022 (tweede tussenbeschikking), hersteld bij herstelbeschikking van 22 februari 2022. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 18 februari 2022 heeft een descente, tevens comparitie van partijen,  plaatsgevonden. Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op de rolzitting van 22 maart 2022 is aan partijen uitstel toegestaan tot 26 juli 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Per 1 juli 2022 heeft mr. Van Rossum zich wegens pensionering teruggetrokken als gemachtigde van het Land.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Op 26 juli 2022 zijn drie aktes genomen: door [belanghebbende 1] c.s. (gemachtigde: mr. Davelaar), met producties; door [belanghebbende 81] c.s. (gemachtigde mr. Alexander); en door [belanghebbende 98] c.s. (gemachtigde: mr. Kleinmoedig), met producties waaronder een memory stick.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Het Land heeft geen akte genomen, mede in verband met het desisteren van mr. Van Rossum.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het Hof acht het cruciaal dat ook het Land een akte neemt. Het Hof zal hierna opsommen welke vragen het heeft voor het Land, deels ontleend aan de tweede tussenbeschikking met herstelbeschikking, deels opgekomen bij het Hof en partijen (zie de akte van [belanghebbende 98] c.s. van 26 juli 2022, onder 5-7) tijdens de descente/comparitie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ter inleiding – uitgifte vóór ontwikkeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Artikel 3:200e BW gaat ervan uit dat het Land, nadat de grond aan hem is toegekend ingevolge artikel 3:200d lid 1 BW, eerst deze ontwikkelt en vervolgens deze uitgeeft aan de gebruikers in erfpacht enz.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Veel gebruikers wensen dat reeds vóór de ontwikkeling door het Land, de grond aan hen wordt uitgegeven in erfpacht enz. Het Land, dat kampt met onvoldoende capaciteit om te ontwikkelen, staat hier niet onwelwillend tegenover. In een akte van 10 juni 2021 betreffende een aantal andere boedels, integraal weergegeven in de tussenbeschikking van 25 januari 2022 (de tweede tussenbeschikking), rov. 2.34 (p. 11-15), stelt het Land namelijk:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het is goed mogelijk, dat de overheid als eerste de gronduitgifte afwikkelt en pas in een later stadium kan overgaan tot de ontwikkeling van de zaak zoals de aanleg van onder meer wegen, straatverlichting afwatering ets ets. Er moet immers rekening warden gehouden met de beschikbare personele- en financiële middelen en de al lopende planningscyclus van infrastructurele projecten. Gronduitgiftes zijn de reguliere handelingen die verricht worden door UO Domein van het Ministerie WRP (zie hieromtrent de begrotingspost 142702).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 1</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het Hof wil van het Land weten of er voor de Vetter-kavels al een <emphasis role="italic">hoogte van de canon</emphasis> (of huurprijs of koopprijs) kan worden bepaald. In beginsel moeten daarmee de (latere) ontwikkelingskosten worden ‘terugverdiend’ (Hofbeschikking Rancho, ECLI:NL:OGHACMB:2018:46, rov. 3.15).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Is het denkbaar dat in de huurovereenkomst en de vestigingsakte wordt bepaald dat de huurprijs en de canon worden verhoogd met ingang van het jaar volgend op het jaar van asfaltering? Dat ingevolge artikel 8 lid 1 van de <emphasis role="italic">Landsverordening domaniale gronden</emphasis>, in verbinding met de <emphasis role="italic">Erfpachtverordening </emphasis>van 12 juni 1953, A.B. 1953, no. 29 (die ingevolge artikel 13 lid 3 van deze landsverordening de staat heeft van landsbesluit, houdende algemene maatregelen), de hoogte van de canon wordt uitgedrukt in een percentage van de grondwaarde staat, bij een redelijke uitleg, toch niet daaraan in de weg? De grondwaarde wordt toch hoger door de asfaltering?</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 3</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Wat betekent ‘tenminste’ in artikel 8 lid 1 van de <emphasis role="italic">Landsverordening domaniale gronden</emphasis>? Zelfs indexering van de canon in nieuwe erfpachtaktes is, bij een redelijke uitleg, toch mogelijk, ervan uitgaande dat ook de grondwaarde verandert?</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 4</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Het Hof verzoekt het Land de actuele tekst van de Curaçaose <emphasis role="italic">Erfpachtverordening</emphasis> die voor zover het Hof bekend niet behoorlijk gepubliceerd is (afgezien van de publicatie in het Afkondigingsblad Curaçao 1953) over te leggen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 5</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Het Hof verzoekt het Land de actuele tekst van de <emphasis role="italic">Richtlijnen voor grondwaarden</emphasis> (van 9 september 1997) over te leggen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 6</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Er zijn, blijkens de grote kaart van ROP van 29-11-2016 (schaal 1:1000) en de descente van 18 februari 2002, in het midden van Vetter, <emphasis role="italic">hele grote kavels</emphasis>. Voor zover het Hof kan zien, zijn dat:</para>
        <para>- Kaya Elijah nrs. 45, 31, 27, 13, 11 (aan [belanghebbende 1] toegewezen) en 1;</para>
        <para>- Kaya Nathan: nrs. 61, 45 en 43;</para>
        <para>- Kaya Vetter E: 2 en 6.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Kunnen deze hele grote kavels, behalve die van [belanghebbende 1], met een behoorlijk afwateringssysteem, niet <emphasis role="italic">mede verkaveld</emphasis> worden? Dat zou veel kavels opleveren, waarvoor belangstelling is bij gebruikers. Zie ook de akte van [belanghebbende 98] c.s. van 26 juli 2022, onder 5-7, met de memory stick.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Terzijde: rov. 2.6 van de tweede tussenbeschikking (van 25 januari 2022), waarin over 164 beschikbare kavels wordt gesproken, moet gecorrigeerd worden. De hele grote (zonder die van [belanghebbende 1]) moeten er vanaf. Maar, als deze ontwikkeld kunnen worden, komen er veel kavels bij.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 7</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Bij de descente bleek een aantal wegen (Kaya Vetter A, Kaya vetter B enz.) nog helemaal niet te bestaan, dus ook niet als zandweg. In het geval van Vetter zal, als tot uitgifte wordt overgegaan vóór ontwikkeling, toch wel eerst een <emphasis role="italic">minimale ontwikkeling</emphasis> nodig zijn: aanleg van in elk geval de geprojecteerde wegen, voorlopig als zandweg. Ook zullen ten aanzien van die nieuwe (zand)wegen elektriciteit- en waterleidingen nodig zijn. Is er uitzicht op korte termijn op minimale ontwikkeling van Vetter (aanleg zandwegen, leidingen)?</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 8</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Als de zandwegen worden aangelegd, kan dan ook iets gedaan worden aan de <emphasis role="italic">afwatering</emphasis>? Volgens de bewoners vond de laatste extreme regenval in 2010 plaats (kennelijk: Tomas). Zou de oude dam van Vetter hersteld kunnen worden? Een behoorlijke afwatering maakt het wellicht mogelijk dat meer kavels worden uitgegeven: zie vraag 6.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Het Hof geeft het Land de gelegenheid – op wat langere termijn want er is mede technisch onderzoek door ROP nodig – bij akte op deze acht vragen te reageren. Ook op de op 26 juli 2022 genomen aktes kan het Land desgewenst reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Daarna zullen de andere partijen een antwoordakte kunnen nemen. Zij zullen dan ook kunnen antwoorden op aktes die op 26 juli 2022 zijn genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- geeft het Land de gelegenheid de in rov. 2.15 bedoelde akte te nemen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van het Hof van 11 oktober 2022;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- draagt de griffier op deze tussenbeschikking en de voorgaande beschikkingen van het Hof, voor zover nog niet geschied, te publiceren op de website van het Gemeenschappelijk Hof (www.gemhofvanjustitie.org/uitspraken/onverdeelde-boedels), onder Vetter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, E.M. van der Bunt en S. Verheijen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en is ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 16 augustus 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>