<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2022:271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-01T15:29:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">H 125/20 - 555.00121/19 en 500.00373/19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2022:271">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2022:271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-01T15:25:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2022:271 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 10-02-2022 / H 125/20 - 555.00121/19 en 500.00373/19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2022:271:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afpersingen op loterijkantoren en toeristen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2022:271:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>Zaaknummer: H 125/20</title>
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 555.00121/19 en 500.00373/19	</para>
      <para>Uitspraak	: 10 februari 2022		Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis </title>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 18 september 2020 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[Verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in [woonplaats], [adres],</para>
      <para>thans gedetineerd in het huis van bewaring in [locatie].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder parketnummer 555.00121/19 onder feit 1 en 2 en onder parketnummer 500.00373/19 onder feit 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en [benadeelde 4].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Omvang van het hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van het Hof op 27 januari 2021 en 19 augustus 2021 heeft de raadsman expliciet medegedeeld dat het hoger beroep zich uitsluitend richt tegen het vonnis in eerste aanleg voor zover dat betrekking heeft op parketnummer 500.00373/19 en het hoger beroep zich niet richt tegen de beslissingen aangaande het parketnummer 555.00121/19. Het vonnis waarvan beroep is derhalve slechts aan beoordeling in hoger beroep onderworpen voor zover het betrekking heeft op de beslissingen ten aanzien van het onder parketnummer 500.00373/19 ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het vonnis waarvan beroep dat aan het oordeel van het Hof is onderworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak (parketnummer 500.00373/19)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, </para>
      <para>mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, </para>
      <para>mr. J. Prevo, naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep onder verbetering van de pleegdatum van feit 3 zal bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder feit 4 ten laste gelegde. Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3 en feit 5 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het Hof. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het Hof:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>ten aanzien van feit 3 bewijsmiddel 12 van het Gerecht verbetert door dit bewijsmiddel aan te vullen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten aanzien van feit 3, een bewijsmiddel toevoegt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten aanzien van feit 4 bewijsmiddel 14 verbetert door dit bewijsmiddel aan te vullen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten aanzien van feit 4 bewijsmiddel 15 verbetert door dit bewijsmiddel aan te vullen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de bewezenverklaring verbeterd zal lezen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de bewijsoverweging ten aanzien van feit 4 vervangt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>In zoverre zullen de gronden van het vonnis waarvan beroep worden verbeterd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feit 3</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsmiddel 12</emphasis>
      </para>
      <para>Het Hof voegt aan bewijsmiddel 12 van het Gerecht de volgende alinea toe:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man die ons met een vuurwapen had bedreigd om ons voertuig en goederen weg te nemen was helemaal gekleed in het zwart. Zijn gezicht was bedekt met iets zwarts.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aanvullend bewijsmiddel 13a</emphasis>
      </para>
      <para>Het Hof voegt aan feit 3 het volgende bewijsmiddel toe, te weten de volgende verklaring, die de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd:</para>
      <para>[Naam 1] vroeg toen we samen in de auto op de [straatnaam 1] zaten op 11 oktober 2019 of we hun auto zouden wegnemen en toen zei ik ‘ja’ en ben ik gestopt.<footnote-ref linkend="_ffcb6fb3-7817-4762-99c8-bde04f97cd9e" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feit 4</title>
    <para>Het Hof voegt aan bewijsmiddel van 14 van het Gerecht de volgende alinea toe:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	In mijn auto had ik ook mijn portemonnee en mijn mobiele telefoon liggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof voegt aan bewijsmiddel 15 van het Gerecht de volgende alinea toe:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik heb [naam 1] bij vermeld kantoor afgezet met de Kia Rio waarmee wij de beroving op de [straatnaam 2] (Hof: feit 1) hadden gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof leest de tekst van de bewezenverklaring van het Gerecht ten aanzien van  feit 1 als volgt verbeterd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">gemakkelijk </emphasis>
        <emphasis role="italic">gemakkelijker</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof leest de tekst van de bewezenverklaring van het Gerecht ten aanzien van de pleegdatum onder feit 2 als volgt verbeterd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	18 oktober 2019 <emphasis role="strike-through">in 2019</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof leest de tekst van de bewezenverklaring van het Gerecht ten aanzien van de pleegdatum onder feit 3 als volgt verbeterd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">19 oktober 2019 </emphasis>
        <emphasis role="italic">11 oktober 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof leest de tekst van de bewezenverklaring van het Gerecht ten aanzien van het vijfde gedachtestreepje onder feit 3 als volgt verbeterd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- <emphasis role="strike-through">een vuurwapen, althans</emphasis> een soortgelijk voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp <emphasis role="italic">op </emphasis>die [benadeelde 2] en die [benadeelde 3] <emphasis role="italic">te</emphasis> richten en,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof leest de tekst van de bewezenverklaring van het Gerecht ten aanzien van  feit 4 als volgt verbeterd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">gemakkelijk </emphasis>
        <emphasis role="italic">gemakkelijker</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof leest de tekst van de bewezenverklaring van het Gerecht ten aanzien van feit 5 als volgt verbeterd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	dat hij omstreeks de periode van 11 oktober tot en met 19 oktober 2019 in</para>
      <para>Curaçao, tezamen en in vereniging, met een ander <emphasis role="strike-through">een vuurwapen, althans </emphasis>een soortgelijk voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverweging feit 4</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof vervangt de bewijsoverweging van het Gerecht ten aanzien van feit 4 als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft in hoger beroep (nogmaals) ontkend dat hij betrokken is geweest bij deze afpersing. De facto richt het hoger beroep zich uitsluitend tegen de bewezenverklaring van dit feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof acht niettemin bewezen dat de verdachte samen met [medeverdachte] dit feit heeft gepleegd. [Medeverdachte] heeft uitgebreid en gedetailleerd verklaard dat hij samen met de verdachte deze afpersing heeft gepleegd. Daarbij heeft [medeverdachte] ook zichzelf belast. Daarnaast geldt dat de verklaringen die [medeverdachte] ten aanzien van de andere (poging) afpersingen in dit dossier heeft afgelegd, op de meest essentiële punten steun vinden in andere bewijsmiddelen. [Medeverdachte] heeft daarbij ook niet geschroomd aan te geven bij welke feiten hij degene was die feitelijk de beroving heeft uitgevoerd (de feiten 1 en 3). Het Hof acht de verklaring van [medeverdachte] ten aanzien van onderhavig feit om deze redenen betrouwbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat de verdachte samen met [medeverdachte] óók deze afpersing heeft gepleegd, wordt ondersteund door de feiten en omstandigheden zoals die blijken uit de andere bewezenverklaarde afpersingen en poging afpersing. Zo staat vast dat de verdachte samen met [medeverdachte] op 11 oktober 2019 in de namiddag toeristen heeft beroofd van een Kia Rio (feit 3), terwijl onderhavig feit in de avond van 11 oktober 2019 is gepleegd door twee personen in een Kia Rio. Verder hebben de verdachte en [medeverdachte] tezamen op 18 oktober 2019 en 19 oktober 2019 – dus een week later – met de Kia Rio twee andere berovingen gepleegd op eveneens loterijkantoren (respectievelijk de [loterijkantoor 1], feit 2 en de [loterijkantoor 2], feit 1).   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft nog de suggestie geopperd dat [medeverdachte] een andere mededader uit de wind probeert te houden ten koste van de verdachte. Deze suggestie is echter op geen enkele wijze onderbouwd en ambtshalve ziet het Hof geen aanwijzingen in het dossier om deze suggestie aannemelijk te achten. Het Hof gaat hier dan ook aan voorbij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt het vonnis van het Gerecht met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. R.L.M. van Opstal, S. Verheijen en S.A. Carmelia, leden van het Hof, bijgestaan door mr. I.M. Sinon, zittingsgriffier, en op 10 februari 2022 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraakgriffier:</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ffcb6fb3-7817-4762-99c8-bde04f97cd9e" label="1">
    <para>Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2022, zoals die eventueel later – indien tegen dit vonnis beroep in cassatie wordt ingesteld – in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>