<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2021:397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-01T10:10:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR2021H00070</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:397">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-01T10:08:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2021:397 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 24-11-2021 / CUR2021H00070</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:397:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om medische uitzending naar Nederland afgewezen. Verzoekster woont niet meer in Curaçao. Uit de consultbrief blijkt niet dat een behandeling in Nederland noodzakelijk was en dat daarmee een aanzienlijke gezondheidswinst kon worden verwacht. Bevestiging aangevallen uitspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:397:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>CUR2021H00070</para>
    <para>Datum uitspraak: 24 november 2021</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="caps">gemeenschappelijk hof van jusTitie </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellante], wonend in Curaçao,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van </para>
      <para>14 januari 2021 in zaak nr. CUR201901405, in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellante</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Sociale Verzekeringsbank Curaçao (hierna: de SVB)</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 13 maart 2019 heeft de SVB het verzoek van [appellante] om een medische uitzending naar Nederland afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 14 januari 2021 heeft het Gerecht het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De SVB heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De SVB heeft nadere stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 oktober 2021, waar [appellante], vertegenwoordigd door A.V.E. Vilchez, en de SVB, vertegenwoordigd door mr. M. Bonafasia, werkzaam bij de SVB, zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Bij [appellante] is in 2010 in Nederland een totale linker knieprothese verricht. In maart 2016 kreeg zij ernstige pijnklachten aan haar linkerknie. Als gevolg daarvan is zij opnieuw naar Nederland uitgezonden en op 27 oktober 2016 door drs. [arts], orthopedisch chirurg, aan haar knieprothese geopereerd. Vanwege aanhoudende pijnklachten is zij opnieuw naar Nederland uitgezonden. Bij een consult op 19 juni 2017 constateerde drs. [arts] dat de gereviseerde knieprothese goed functioneerde en dat er geen duidelijke verklaring is voor de pijnklachten. Daarna is [appellante] voor een second opinion naar Colombia uitgezonden, waar zij van 26 tot en met 29 augustus 2018 heeft verbleven. De arts in Colombia concludeerde dat een herrevisie van de knieprothese niet nodig is omdat de prothese goed functioneert. Vervolgens heeft de orthopedisch chirurg van [appellante] in Curaçao de SVB verzocht om [appellante] opnieuw naar Nederland uit te zenden voor onderzoek en eventueel een herrevisie van de knieprothese. Dit verzoek heeft de SVB bij beschikking van 13 maart 2019 afgewezen omdat de behandeling niet noodzakelijk is en daarmee ook geen aanzienlijke gezondheidswinst wordt verwacht. Het Gerecht heeft onder meer overwogen dat [appellante] niet aan de hand van objectieve medische gegevens heeft onderbouwd dat sprake is van een aanzienlijke gezondheidswinst bij medische uitzending.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In hoger beroep voert [appellante] aan dat die aanzienlijke gezondheidswinst er wel is. Zij is namelijk op eigen kosten naar Nederland gereisd en als gevolg van de daar verkregen zorg heeft zij nauwelijks nog klachten. Ter onderbouwing daarvan wijst zij op de consultbrief van 22 februari 2021 van drs. [arts], orthopedisch chirurg. [Appellante] wil dat de SVB de door haar gemaakte kosten van ruim € 8.000,- aan haar vergoedt.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ter zitting is vastgesteld dat [appellante] sinds 16 juli 2019 is uitgeschreven en in Nederland woont. Per die datum is zij dus niet meer verzekerd bij de SVB en bestaat voor een restitutie van na die datum gemaakte kosten geen grond. Daarnaast geeft de door haar overgelegde brief van 22 februari 2021, waaruit blijkt dat zij op 4 februari 2021 bij haar orthopedisch chirurg op consult is geweest, geen aanleiding voor het oordeel dat de SVB ten tijde van de bestreden beschikking van 13 maart 2019 ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat een behandeling in Nederland niet noodzakelijk was en daarmee ook geen aanzienlijke gezondheidswinst kon worden verwacht. Daarbij is van belang dat in die brief is opgenomen dat, zoals ook blijkt uit het consult van 19 juni 2017 en het onderzoek in Colombia, de revisieprothese links goed functioneert en dat gewichtsafname en fysiotherapie worden geadviseerd. Het betoog slaagt niet.</para>
      <para>3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
      <para>4. De SVB hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>bevestigt de aangevallen uitspraak.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. E.A. Saleh, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>w.g. Saleh</para>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>w.g. Van der Heide</para>
              <para>griffier</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 24 november 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>