<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2021:350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-06T11:35:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM2021H00100</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:350">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-06T11:34:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2021:350 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 01-10-2021 / SXM2021H00100</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:350:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>klacht tegen deurwaarder Sint Maarten – geen basis voor tuchtrechtspraak – Deurwaardersreglement deels vervallen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:350:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke Zaken over 2021					</para>
    <para>Registratienr.: SXM2021H00100</para>
    <para>Uitspraak: 1 oktober 2021</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN </para>
      <para>ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN </para>
      <para>BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslissing inzake de klacht van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">ISLAND SNOBALLS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: Snoballs,</para>
      <para>gevestigd in Sint Maarten,</para>
      <para>klaagster,</para>
      <para>vertegenwoordigd door [Naam 1], [adres 1],</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[deurwaarder]</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: deurwaarder [Naam deurwaarder],</para>
      <para>standplaats in Sint Maarten,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij  klaagschrift ingekomen op 12 juli 2021 ter griffie van het Hof, met producties, heeft Snoballs een klacht ingediend tegen deurwaarder [Naam deurwaarder].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Deurwaarder [Naam deurwaarder] heeft geen verweerschrift ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 19 augustus 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden per videoverbinding ten overstaan van mr. J. de Boer, lid van het Hof, aanwezig in het Courthouse in Sint Maarten. Verschenen per video zijn voor Snoballs de heer [Naam 1] voornoemd en [Naam 2]. Ook deurwaarder [Naam deurwaarder] is per video verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De beslissing is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de gronden van de klacht wordt verwezen naar het klaagschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bevoegdheid van het Hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Op 25 juni 2013 (ECLI:NL:OGHACMB:2013:12) heeft het Hof een beslissing genomen over het ontbreken van een wettelijke grondslag voor de tuchtrechtspraak over deurwaarders, waaraan het Hof thans vasthoudt. De benodigde formele wetgeving is thans in Sint Maarten – in tegenstelling tot Aruba, Curaçao en de BES-eilanden – nog niet tot stand gekomen. Het Hof overwoog destijds, wat Curaçao betreft, als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>De klacht is gebaseerd op artikel 15 van het <emphasis role="italic">Deurwaardersreglement </emphasis>(P.B. 1986, no. 61). Dit luidt:</para>
        <para>‘1. Indien een deurwaarder zijn ambtsplichten verwaarloost, zich schuldig maakt aan enig handelen of nalaten in strijd met de zorg die hij behoort te betrachten jegens degenen ter wier behoeve hij optreedt, of anderszins handelt in strijd met hetgeen hem in zijn ambt betaamt, kan hij door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, nadat dit hem gehoord of daartoe behoorlijk opgeroepen heeft, ambtshalve of naar aanleiding van een klacht bij een met redenen omklede beslissing berispt worden dan wel aan hem een geldboete van ten hoogste eenduizend gulden worden opgelegd.</para>
        <para>2. Hij kan ook deswege door het hof in zijn ambt geschorst worden, in afwachting der nadere beslissing van de Gouverneur.</para>
        <para>(...).’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Naar het oordeel van het Hof kan de bevoegdheid van het Hof om kennis te nemen van de klacht niet worden gebaseerd op artikel 15 van het <emphasis role="italic">Deurwaardersreglement</emphasis>, gezien het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>In het kader van de staatkundige transitie is per 10 oktober 2010 de <emphasis role="italic">Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie </emphasis>(Stb. 2010, 335) in werking getreden. Artikel 17 van de<emphasis role="italic"> Rijkswet </emphasis>luidt:</para>
        <para>‘(…).</para>
        <para>2. Het Hof treedt op als rechter in eerste aanleg in de gevallen bij landsverordening of wet bepaald.</para>
        <para>3. Het Hof of de leden vervullen voorts de hun bij landsverordening of wet opgedragen taken.</para>
        <para>(...).’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Het <emphasis role="italic">Deurwaardersreglement</emphasis> is een landsbesluit, houdende algemene maatregelen. Nu volgens artikel 17, tweede en derde lid, van de <emphasis role="italic">Rijkswet</emphasis> rechtsprekende en andere taken slechts bij landsverordening of wet aan het Hof kunnen worden opgedragen, is de opdracht om de tuchtrechtspraak ten aanzien van deurwaarders uit te voeren bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen uitgesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Voorts is het <emphasis role="italic">Deurwaardersreglement</emphasis> een uitvoeringsregeling, te weten een landsbesluit op basis van § 5 (artikel 40 aanhef en onder 3) van de <emphasis role="italic">Eenvormige landsverordening op de rechterlijke organisatie</emphasis> (P.B. 1985, no. 170), luidende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘§ 5. Opdracht tot nadere regeling</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Artikel 40</para>
        <para>Bij landsbesluit houden algemene maatregelen, door de Nederlandse Antillen en Aruba gelijkluidend vast te stellen, worden regels gegeven omtrent:</para>
        <para>(…);</para>
        <para>(…);</para>
        <para>3. de aanstelling en de ambtsuitoefening van deurwaarders;</para>
        <para>(…).’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Deze<emphasis role="italic"> Eenvormige landsverordening op de rechterlijke organisatie</emphasis> houdt regels in betreffende de rechterlijke organisatie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Ook in de <emphasis role="italic">Samenwerkingsregeling Nederlandse Antillen en Aruba</emphasis> (P.B. 1985, no. 88) zijn bepalingen opgenomen over het rechtswezen en de rechterlijke macht (Hoofdstuk VI). De <emphasis role="italic">Samenwerkingsregeling</emphasis> is een onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het <emphasis role="italic">Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden</emphasis>. In de <emphasis role="italic">Onderlinge regeling voortzetting onderlinge regelingen Nederlandse Antillen</emphasis> (Staatscourant 17 november 2010, nr. 18394) wordt de <emphasis role="italic">Samenwerkingsregeling</emphasis> niet genoemd als een van de onderlinge regelingen die zal blijven gelden tussen opvolgers van de Nederlandse Antillen en andere partijen. Algemeen wordt aangenomen dat de <emphasis role="italic">Samenwerkingsregeling</emphasis> na de staatkundige transitie van 10 oktober 2010 niet meer geldt. Mede gelet daarop gaat het Hof ervan uit dat de<emphasis role="italic"> Eenvormige landsverordening op de rechterlijke organisatie</emphasis> met de inwerkingtreding van de <emphasis role="italic">Rijkswet</emphasis> is komen te vervallen en is vervangen door de <emphasis role="italic">Rijkswet</emphasis>.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Het voorgaande heeft tot consequentie dat met ingang van 10 oktober 2010 het <emphasis role="italic">Deurwaardersreglement</emphasis>, zijnde een uitvoeringsregeling, geen wettelijke grondslag meer biedt voor de tuchtrechtspraak ten aanzien van deurwaarders.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>In de <emphasis role="italic">Rijkswet </emphasis>is geen nieuwe wettelijke grondslag in het leven geroepen voor de tuchtrechtspraak ten aanzien van deurwaarders, zonder toelichting ter zake (Kamerstukken 32 017 [R 1884]). Ook overigens is dit niet – conform artikel 17, tweede en derde lid, van de <emphasis role="italic">Rijkswet</emphasis> – geregeld voor het land Curaçao.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <parablock>
        <para>Voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is per 10 oktober 2010 de <emphasis role="italic">Deurwaarderswet BES</emphasis> (Stb. 2010, 512), dus formele wetgeving, ingevoerd, grotendeels inhoudelijk gelijk aan het <emphasis role="italic">Deurwaardersreglement</emphasis>. In de memorie van toelichting (<emphasis role="italic">Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba</emphasis>, Kamerstukken 31 959, nr. 3, p. 89) is ter zake opgemerkt:</para>
        <para>‘Het Deurwaardersreglement dat de status had van een landsbesluit</para>
        <para>houdende algemene maatregelen is tot wet verheven omdat de gerechtsdeurwaarders</para>
        <para>in Nederland een wettelijke regeling kennen.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12</nr>
      <para>Het Hof acht het ongewenst dat klaarblijkelijk door een omissie van de wetgever deurwaarders in (…) Curaçao (…) niet meer onderworpen zijn aan tuchtrechtspraak. Desondanks acht het Hof het niet aangewezen dat het Hof tegen een deurwaarder ingediende klachten wel inhoudelijk behandelt (vgl. HR 6 maart 2013; LJN: BZ3450). Het Hof is namelijk niet de enige instantie die met tuchtrechtspraak is belast; voor de tuchtrechtspraak ten aanzien van advocaten, notarissen en medici bestaan bijzondere rechtscolleges. Ook speelt mee dat voor de deurwaarder een tuchtrechtrechtelijke sanctie, in het bijzonder schorsing in zijn ambt, zeer ingrijpende gevolgen kan hebben.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het Hof in Curaçao geen bevoegdheid heeft om (in eerste aanleg) te oordelen over tegen een deurwaarder ingediende klachten (…).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op dezelfde gronden zal thans voor Sint Maarten hetzelfde worden beslist, te weten dat het Hof onbevoegd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Overigens is ter gelegenheid van de mondelinge behandeling gebleken dat er onduidelijkheid bestaat omtrent de naam van de rechtspersoon die veroordeeld is om aan Snoballs onder meer NAf 10.000 te betalen, dat Snoballs geen aanwijzingen heeft gegeven aan deurwaarder [Naam deurwaarder] omtrent de objecten waarop beslag moet worden gelegd en dat Snoballs nog niet betaald heeft voor beslagleggingen. Zou het Hof bevoegd zijn, dan zou daarom de klacht ongegrond worden verklaard. Afgesproken is ter zitting dat de communicatie tussen de deurwaarder [Naam deurwaarder] en Snoballs per e-mail zal geschieden, dus niet per telefoon, en dat deurwaarder [Naam deurwaarder] klaarheid zal trachten te krijgen omtrent de exacte naam van de veroordeelde.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof verklaart zich onbevoegd van de klacht kennis te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. J. de Boer, M.W. Scholte en F.W.J. Meijer, leden van het Gemeenschappelijk Hof, ondertekend door de oudste rechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting in Sint Maarten van 1 oktober 2021 in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>