<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2021:210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-06T14:47:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA2020H00050</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:210">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-16T15:32:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2021:210 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 11-01-2021 / AUA2020H00050</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:210:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>hersteluitspraak – aanpassing griffierecht</para>
      <para />
      <para>formele relatie: AUA201901761 / ECLI:NL:OGEAA:2020:112</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:210:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>BURGERLIJKE ZAKEN OVER 2021			 BESCHIKKING NO.</para>
    <para>UITSPRAAK: 11 januari 2021 </para>
    <para>ZAAKNR: AUA201901761 – AUA2020H00050</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Herstelbeschikking in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Appellant]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>in eerste aanleg verzoeker, thans appellant,</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.G. Figaroa,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>-tegen-</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MIMI COMPUTER &amp; BUSINESS PRODUCTS N.V. h.o.d.n. MY COMPUTER</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>in eerste aanleg verweerster, thans geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. L.J. Pieters.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna (ook) worden aangeduid met [Appellant] en My Computer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij e-mail van vrijdag 18 december 2020 heeft mr. Figaroa het Hof gewezen op een kennelijk fout in de tussen partijen gegeven beschikking van 15 december 2020. In het dictum van de hierboven vermelde beschikking staat in de vierde alinea vermeld dat My Computer veroordeeld wordt tot betaling aan proceskosten van een bedrag van Afl. 100,- aan griffierecht, terwijl het griffierecht in hoger beroep Afl. 900,- bedraagt, aldus mr. Figaroa.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Mr. Figaroa heeft zijn verzoek in kopie aan mr. Pieters verzonden. Mr. Pieters heeft op 18 december 2020 gereageerd op het verzoek en heeft geconcludeerd tot afwijzing ervan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Nu uit de gedingstukken blijkt dat [Appellant] inderdaad Afl. 900,- aan griffierecht heeft betaald is het Hof is van oordeel dat in de beschikking van 15 december 2020 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent als bedoeld in artt. 429q lid 5 jo 429k lid 3 jo 66 Rv. Het verzoek tot verbetering van de beschikking is derhalve toewijsbaar en het Hof zal de beschikking verbeteren zoals hieronder in de beslissing is bepaald.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het betoog van mr. Pieters dat abusievelijk teveel griffierecht is betaald omdat het tarief voor hoger beroep in een arbeidszaak ingesteld door een werknemer Afl. 100,- zou bedragen, doet, wat daar verder van zij, aan het bovenstaande niet af. Nu daadwerkelijk Afl. 900,- door [Appellant] is betaald, dient bij kostenveroordeling dat bedrag door de in het ongelijk gestelde partij vergoed te worden.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- bepaalt dat in het dictum van de tussen partijen gewezen beschikking van <?linebreak?>15 december 2020 met bovenvermeld zaaknummer, waar staat: “in hoger beroep: Afl. 100,- aan griffierecht” wordt gewijzigd in“in hoger beroep: Afl. 900,- aan griffierecht”; </para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat deze verbetering op de minuut van de beschikking van 15 december 2020 wordt vermeld, met een verwijzing naar de onderhavige herstelbeschikking;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de griffie van het Hof een afschrift van de aldus gerectificeerde beschikking zal verstrekken aan partijen; </para>
    <para />
    <para>- gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet al hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van de beschikking van 15 december 2020 na ontvangst van deze herstelbeschikking aan de griffie van het Hof te retourneren.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mrs. E.M. van der Bunt, E.A. Saleh en F.W.J. Meijer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba op 11 januari 2021 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>