<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2021:189</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-12T10:31:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201601533 - CUR2019H00277</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:189">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:189</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-11T14:33:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2021:189 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 01-06-2021 / CUR201601533 - CUR2019H00277</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:189:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>nabetaling griffiegeld</para>
        <para>formele relatie: CUR201601533</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:189:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2021						Vonnis no.:</para>
    <para>Registratienummers: CUR201601533 - CUR2019H00277</para>
    <para>Uitspraak: 1 juni 2021</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V O N N I S</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING JOHANNES BOSCO,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Curaçao, </para>
      <para>oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,</para>
      <para>thans appellante, </para>
      <para>gemachtigden: mrs. M.F. Murray en S.J.C. Anthonio,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEÏNTIMEERDE]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Curaçao,</para>
      <para>oorspronkelijk eiseres in conventie, verweerster in reconventie,</para>
      <para>thans geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.M. Saleh.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna de Stichting en [Geïntimeerde] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij akte van appel van 19 juli 2019 is de Stichting in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht) van 10 juni 2019 en de daaraan voorafgaande tussenvonnissen (van 18 juni 2018 en 8 oktober 2018; verder het eerste en tweede tussenvonnis).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De Stichting heeft bij memorie van grieven - ingekomen ter griffie van het Hof op 30 augustus 2019 - twee grieven aangevoerd, haar eis gewijzigd en geconcludeerd dat het Hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en opnieuw rechtdoende alsnog de gewijzigde vorderingen van de Stichting zal toewijzen, met veroordeling van [Geïntimeerde] in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op de rol van 18 februari 2020 hebben beide partijen een pleitnota ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Griffierecht</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij indiening van de memorie van grieven heeft de Stichting NAf 900,00 griffierecht voldaan. Het hoger beroep van de Stichting heeft per saldo een financieel belang van NAf 721.000,00 (de gevorderde huur vanaf 1 januari 2007 tot en met juni 2019, zijnde 150 maanden, uitgaande van het maximum bedrag van NAf 4.875,00 per maand, in totaal NAf 731.250,00, verminderd met de door [Geïntimeerde] betaalde bedragen, te stellen op 12,5 x NAf 820,00 = NAf 10.250,00). Ingevolge artikel 20 lid 2 aanhef en onder f jo. lid 7 <emphasis role="italic">Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken </emphasis>(Ltbz) is daarover 2% aan griffiegeld verschuldigd, hetgeen ingevolge artikel 20 lid 6 Ltbz afgerond op het meest nabij gelegen veelvoud van NAf 10,00 neerkomt op een bedrag van NAf 14.420,00.  De Stichting dient dus nog NAf (14.420,00 – 900 =) 13.520,00 te voldoen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De zaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen een akte overlegging kwitantie nabetaling griffiegeld door de Stichting. In afwachting daarvan wordt iedere verdere beslissing aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 29 juni 2021 (P3) voor het nemen van een akte door de Stichting als hiervoor bedoeld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. F.W.J. Meijer, O. Nijhuis en A.S. Arnold, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 1 juni 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>