<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2021:186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-10T16:15:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA2020H00106</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:186">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-10T16:14:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2021:186 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 27-07-2021 / AUA2020H00106</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:186:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>herstelvonnis salaris gemachtigde op nihil gesteld</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:186:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>BURGERLIJKE ZAKEN OVER 2021			 BESCHIKKING NO.</para>
    <para>UITSPRAAK: 27 juli 2021 </para>
    <para>ZAAKNUMMER: AUA201903848 – AUA2020H00106</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Herstelbeschikking in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Appellant]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>in eerste aanleg verzoeker, thans appellant,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>-tegen-</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon <emphasis role="bold">HET LAND ARUBA,</emphasis></para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>in eerste aanleg verweerster, thans geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.L. Geerman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna worden aangeduid met Tromp en het Land.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij e-mail van vrijdag 16 juli 2021 heeft mr. Kock het Hof gewezen op een kennelijke fout in de tussen partijen gegeven beschikking van 6 juli 2021. In r.o. 3.12 en in het dictum van de hierboven vermelde beschikking staat vermeld dat Tromp wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure in appel, gevallen aan de zijde van het Land en tot aan deze beschikking begroot op NAf 4.000,- wegens salaris gemachtigde (tarief 5, 2 punten). Echter is het Land in de procedure bijgestaan door medewerkers van Directie Wetgeving en Juridische Zaken en wordt alsdan het salaris op nihil vastgesteld, aldus mr. Kock.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij e-mail van vrijdag 16 juli 2021 heeft mr. Geerman het Hof bericht dat er geen bezwaar bestaat namens het Land tegen de inwilliging van het verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In het Procesreglement van 2018 staat dat als de gemachtigde in dienst is van een client, in het algemeen geen salaris wordt geliquideerd. </para>
        <para>	Het Hof is van oordeel dat in het beschikking van 6 juli 2021 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent als bedoeld in artikel 66 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzoek tot verbetering van het vonnis is derhalve toewijsbaar en het Hof zal het vonnis verbeteren zoals hieronder in de beslissing is bepaald.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- bepaalt dat in r.o. 3.12 van de tussen partijen gegeven beschikking van <?linebreak?>6 juli 2021 met bovenvermeld zaaknummer, waar staat: “[Appellant] zal worden veroordeeld in de kosten van deze procedure in appel, gevallen aan de zijde van het Land en tot aan deze beschikking begroot op NAf 4.000,- wegens salaris gemachtigde (tarief 5, 2 punten)” wordt gewijzigd in“<emphasis role="italic">Nu het Land in dit geding vertegenwoordigd is geweest door een ambtenaar, ziet het Hof geen aanleiding tot een veroordeling voor gemachtigdensalaris”; </emphasis></para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat in het dictum van de tussen partijen gegeven beschikking van 6 juli 2021 met bovenvermeld zaaknummer, waar staat “bevestigt de bestreden beschikking van 2 juni 2021; Veroordeelt [Appellant] in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van het Land en tot aan de beschikking begroot op<?linebreak?>NAf 4.000,-  wordt gewijzigd in “<emphasis role="italic">bevestigt de bestreden beschikking van 2 juni 2020.”</emphasis></para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat deze verbetering op de minuut van de beschikking van 6 juli 2021 wordt vermeld, met een verwijzing naar de onderhavige herstelbeschikking;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de griffie van het Hof een afschrift van het aldus gerectificeerde beschikking zal verstrekken aan partijen; </para>
    <para />
    <para>- gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet al hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van de beschikking van 6 juli 2021 na ontvangst van deze herstelbeschikking aan de griffie van het Hof te retourneren.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mrs. O. Nijhuis, Th.G. Lautenbach en A.S. Arnold, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao op 27 juli 2021 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij afwezigheid van de voorzitter, tekent de oudste rechter.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>