<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2021:178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-10T13:41:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA2020H00084</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:178">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-10T13:40:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2021:178 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 08-06-2021 / AUA2020H00084</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:178:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beslissing inzake heropening van het geding is niet vatbaar voor hoger beroep (388 lid 2 Rv) doorbreking van dit appelverbod is niet mogelijk- geen volledige kosten veroordeling en/of eigen beursje ( 64 Rv)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2021:178:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2021						Vonnis no.:</para>
    <para>Registratienummers:  AUA201703976 – AUA2020H00084</para>
    <para>Uitspraak: 8 juni 2021 (bij vervroeging)</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>V O N N I S   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[APPELLANT], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>in eerste aanleg eiser tot herroeping, thans appellant,</para>
      <para>hierna: [Appellant],</para>
      <para>gemachtigde: mr. G. de Hoogd (gedesisteerd per 2 juni 2021),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">NEW INDIA ASSURANCE REPRESENTATIVE N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde,</para>
      <para>hierna: New India,</para>
      <para>gemachtigde: mr E.J.M. Lotter Homan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij akte van appel, ter griffie ingediend op 11 juni 2020 en eerder per e-mail op 10 juni 2020, is [Appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 20 april 2020 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij memorie van grieven, ingekomen op 23 juli 2020, heeft [Appellant] grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof dat vonnis zal vernietigen en de vordering van [Appellant] alsnog zal toewijzen, met veroordeling van New India in de kosten van de beide instanties. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>New India heeft geen memorie van antwoord ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Op de digitale rol van 19 januari 2021 hebben partijen schriftelijke pleitnotities ingediend. Haar pleitnota heeft New India afgesloten met een conclusie die ertoe strekt geconcludeerd dat het Hof [Appellant] in zijn appel niet-ontvankelijk zal verklaren, althans dat appel zal verwerpen, en de gemachtigde van [Appellant] (al dan niet hoofdelijk met [Appellant]) zal veroordelen in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten, of enig ander bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>New India heeft daarna nog een akte genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Vonnis is gevraagd en (bij vervroeging) bepaald op vandaag.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In eerste aanleg heeft [Appellant] de herroeping gevorderd van het tussen partijen gewezen vonnis op verzet van 27 maart 2013, waarbij  het op 1 juni 2011 bij verstrek tegen [Appellant] uitgevaardigde bevel tot betaling van een bedrag van Afl. 11.500,-,vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten werd bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij het bestreden vonnis heeft het Gerecht de vordering afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op een eis tot herroeping zoals door [Appellant] gedaan volgt eerst een beslissing tot (al dan niet) heropening van het geding als bedoeld in de artikelen 387 en 388 Rv. Het bestreden vonnis heeft dan ook als zodanig te gelden. Wat er verder zij van de door het Gerecht gegeven motivering, het bestreden vonnis is ingevolge artikel 388 lid 2 Rv niet vatbaar voor hoger beroep en dat appelverbod kan – nu cassatieberoep mogelijk was geweest – niet worden doorbroken op een van daartoe in de rechtspraak erkende gronden (HR 21 september 2012, ECLI:NL:HRBW4896, NJ 2013/351). Of [Appellant] een degelijke grond heeft gesteld – en zo ja: welke – kan dan in het midden blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4	[</nr>
      <para>Appellant] zal daarom in zijn beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het Hof zal bij de proceskostenveroordeling uitgaan van 1,5 punt van het liquidatietarief 4, zijnde Afl. 2.250,-, en niet van de door New India gevorderde daadwerkelijk gemaakte kosten ad Afl. 3.730,35. Ook toepassing van artikel 64 Rv blijft achterwege.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>B E S L I S S I N G</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart [Appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen het vonnis van 20 april 2020;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [Appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van New India gevallen en tot aan deze uitspaak begroot op Afl. 2.250.-.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. M.W. Scholte, F.W.J. Meijer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 8 juni 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>