<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2020:200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-02T15:27:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR2020H000218</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2020:200">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2020:200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-02T15:26:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2020:200 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 27-07-2020 / CUR2020H000218</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2020:200:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vooruitlopend op de inhoudelijke behandeling van het verzoek om voorlopige voorzienig, heeft de voorzitter een ordemaatregel getroffen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2020:200:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>CUR2020H00218</para>
    <para>Datum uitspraak: 27 juli 2020</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="caps">gemeenschappelijk hof van jusTitie </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening hangende het hoger beroep van: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De besloten vennootschap Joyfields International B.V.,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De naamloze vennootschap RHM Management and Investment Company N.V.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De besloten vennootschap Continual B.V., en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De besloten vennootschap Horizon Financing Curaçao B.V., allen gevestigd in Curaçao,</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>verzoeksters,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 12 november 2018, in zaak nr. CUR201702232 t/m -2236 en <?linebreak?>-2272 in het geding tussen onder meer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoeksters</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: CBCS).  <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>
      <?linebreak?>Bij onderscheiden beschikkingen van 2 mei 2017 heeft CBCS verzoeksters meegedeeld dat vanaf 5 mei 2017 in de Provisions on the Disclosure of Pricing Information on Consumer Credit (de APR Provisions) voor consumentenkrediet een maximum Annual Percentage Rate (APR) zal worden opgenomen en dat vanaf die datum, met een overgangsperiode van twee maanden, een maximum APR van 27% geldt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij onderscheiden beschikkingen van 28 september 2017 heeft CBCS de daartegen door verzoeksters gemaakte bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 12 november 2018 heeft het Gerecht de daartegen door verzoeksters ingestelde beroepen gegrond verklaard, de bestreden beschikkingen vernietigd en bepaald dat CBCS nieuwe inhoudelijke beslissingen op de bezwaarschriften van verzoeksters moet nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak hebben verzoeksters hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij onderscheiden beschikkingen van 17 juni 2020 heeft CBCS de door verzoeksters tegen de beschikkingen van 2 mei 2017 ingediende bezwaren ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeksters hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis></para>
      <para> De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.</para>
      <para> Bij uitspraak van 7 februari 2018, CUR201804071 heeft de voorzitter van het Gerecht hangende bezwaar een voorlopige voorzienig getroffen. De voorzitter heeft bepaald dat de beschikkingen van 2 mei 2017 worden geschorst en verzoeksters niet gebonden zijn aan een maximum APR van 27% bij het verlenen van nieuwe consumentenkredieten, tot zes weken nadat verweerder nieuwe beslissingen op hun bezwaren heeft genomen. </para>
      <para> Bij onderscheiden beschikkingen van 17 juni 2020 heeft CBCS nieuwe beslissingen op de door verzoeksters tegen de beschikkingen van 2 mei 2017 ingediende bezwaren genomen. Dit leidt ertoe dat de door de voorzitter van het Gerecht getroffen voorziening na 28 juli 2020 vervalt. Verzoeksters betogen dat de beschikkingen voor hen zwaarwegende en zeer nadelige financiële consequenties zullen hebben. Zij verzoeken de voorzitter daarom om bij wijze van voorlopige voorziening de werking van de beschikkingen op te schorten totdat uitspraak in de hoofdzaak is gedaan.</para>
      <para> Gelet op de omstandigheid dat de door het Gerecht getroffen voorlopige voorziening na 28 juli 2020 vervalt en er op het moment dat het verzoek om voorlopige voorziening bij de voorzitter van het Hof binnenkwam geen gelegenheid bestond om partijen voordien op een zitting te horen, ziet de voorzitter aanleiding om vooruitlopend op de behandeling ter zitting van het verzoek om voorlopige voorziening een ordemaatregel te treffen. Rekening houdend met de stand van de procedure en de aan verzoeksters geboden termijn tot 31 augustus om hun gronden tegen de beschikkingen van 17 juni 2020 naar voren te brengen, zal deze ordemaatregel inhouden dat de ten aanzien van verzoeksters genomen beschikkingen van 2 mei 2017 en 17 juni 2020 worden geschorst en dat wordt bepaald dat verzoeksters niet gebonden zijn aan een maximum APR van 27% bij het verlenen van nieuwe consumentenkredieten, tot twee weken na de behandeling van het verzoek ter zitting.</para>
      <para> In de week van 17 augustus 2020 zal het verzoek inhoudelijk op een zitting van de voorzitter worden behandeld, waarbij zal worden bezien of aanleiding bestaat de bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening met toepassing van artikel 90 van de Landsverordening administratieve rechtspraak op te heffen of te wijzigen. Partijen zullen voor deze inhoudelijke behandeling ter zitting een aparte uitnodiging ontvangen.</para>
      <para> Met deze te treffen ordemaatregel wordt niet vooruitgelopen op de beslissing van de voorzitter na een inhoudelijke behandeling ter zitting van het verzoek. </para>
      <para> Omdat de te treffen voorlopige voorziening uitsluitend een ordemaatregel betreft, zal over de proceskosten worden beslist op het moment waarop de voorzitter uitspraak doet op het verzoek na behandeling ter zitting. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing<?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline">bepaalt</emphasis> bij wijze van voorlopige voorziening dat de ten aanzien van verzoeksters genomen beschikkingen van 2 mei 2017 en 17 juni 2020 worden <emphasis role="underline">geschorst</emphasis> en verzoeksters niet gebonden zijn aan een maximum APR van 27% bij het verlenen van nieuwe consumentenkredieten, tot twee weken na de dag waarop het verzoek om voorlopige voorziening ter zitting is behandeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Donner-Haan, griffier.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para>w.g. Van Ettekoven<?linebreak?>voorzitter</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para>w.g. Donner-Haan</para>
              <para>griffier</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2020</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>