<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2019:55</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-06T15:26:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">500.00506/16 H-63/2018</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2019:55">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2019:55</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-06T15:26:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2019:55 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 02-05-2019 / 500.00506/16 H-63/2018</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2019:55:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bev (schending ambtsgeheim) (als ambtenaar een gift aannemen)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2019:55:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>Zaaknummer: H-63/2018</title>
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 500.00506/16	</para>
      <para>Uitspraak:  	2 mei 2019		Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis </title>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht van Curaçao (hierna: Gerecht), van 9 maart 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[VERDACHTE],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in [woonplaats], [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het onder 1 ten laste gelegde deels vrijgesproken en ter zake van het onder 1 (overig) en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, </para>
      <para>mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. J.B.S. Loth, naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, met dien verstande:</para>
    </parablock>
    <para>- met weglating van de hierna te vermelden zinsnede uit de tekst van bewijsmiddel 3, </para>
    <para>- onder aanvulling van de bewijsoverweging, </para>
    <para>- met verbetering van de kwalificatie,</para>
    <para>- onder aanvulling van de toepasselijke wettelijke voorschriften met artikel 1:62 van het Wetboek van Strafrecht;</para>
    <para>- onder vervanging van de hierna te vermelden zinsnede uit de tekst van de strafmotivering. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zinsnede die wordt weggelaten luidt als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij weet nu hoe het moet gaan met de kustwacht en boten. Dus niet met hoge snelheid naar de kust toe varen, maar doen alsof je een visser bent en rustig varen. Ik heb de telefoon aangenomen en gezegd, rustig maar het komt goed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverweging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft in hoger beroep aangevoerd dat het tapgesprek van 28 augustus 2016 tussen de verdachte en [medeverdachte] over de reparatie van auto’s op Bonaire ging. [getuige1] en [getuige2] zouden deze werkzaamheden samen met de verdachte op Bonaire gaan verrichten. In de ter beschikking gestelde versie van het tapgesprek, waar een en ander uit zou moeten blijken, is kennelijk geknipt, aldus de raadsman, aangezien deze volgens de verdachte niet de gehele tekst van het gesprek zou bevatten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het tapgesprek</emphasis>
      </para>
      <para>De stelling van de raadsman dat in het tapgesprek van 28 augustus 2016 is geknipt, vindt geen steun in het dossier. Ook overigens zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het Hof aanleiding geven te twijfelen aan de volledigheid van het ter beschikking gestelde tapgesprek. Het verweer wordt daarom verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De reparatie van auto’s op Bonaire</emphasis>
      </para>
      <para>De voorgespiegelde lezing van de verdachte wordt noch door de getuige [getuige1] noch door de getuige [getuige2] bevestigd. Zij hebben beiden, in tegenstelling tot wat de verdachte het Hof wil doen geloven, verklaard dat zij weleens met de verdachte hebben gesproken over de reparatie van auto’s op Bonaire, maar dat dit niet is geconcretiseerd. Nu ook overigens van een concreet samenwerkingsverband tussen de verdachte, [getuige2] en [getuige1] met betrekking tot het verrichten van reparatiewerkzaamheden op Bonaire niet is gebleken, wordt ook dit verweer verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kwalificatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof verbetert de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde met dien verstande dat in plaats van “opzettelijk enig geheim waarvan hij weet dat hij uit hoofde van ambt verplicht is het te bewaren, schenden” gelezen dient te worden “opzettelijk enig geheim waarvan hij weet dat hij uit hoofde van ambt verplicht is het te bewaren, schenden, meermalen gepleegd”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafmotivering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zinsnede “voorts is aannemelijk dat zijn handelen de ongemoeide overtocht van de handlangers van [medeverdachte] naar Bonaire heeft bevorderd. Die overtocht heeft geleid tot een gewelddadige gewapende overval en de dood van een medewerker van het Korps Politie Caribisch Nederland”, wordt vervangen door de zinsnede “het Hof rekent het de verdachte ten slotte aan dat mede door zijn handelen het mogelijk is geworden dat er drugs, wapens en personen naar Bonaire zijn gesmokkeld. Dat dit vervolgens heeft geleid tot een gewelddadige gewapende overval en de dood van een medewerker van het Korps Politie Caribisch Nederland zal de verdachte niet worden aangerekend, aangezien deze schokkende gebeurtenissen in een te ver verwijderd verband staan met wat voor de verdachte nog voorzienbaar moet zijn geweest”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
      <para>bevestigt het vonnis van het Gerecht met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. D. Radder, M.C.B. Hubben en H. de Doelder, leden van het Hof, bijgestaan door mr. M.D.M. Connor, (zittings)griffier, en op 2 mei 2019 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. H. de Doelder is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraakgriffier:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>