<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2018:76</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-07T12:22:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR 46/14 - ghis 80253 - H 281/16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2018:76">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2018:76</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-07T12:22:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2018:76 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 03-04-2018 / AR 46/14 - ghis 80253 - H 281/16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2018:76:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bonaire. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2017:75. Geldlening. Bewijsopdracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2018:76:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2018						Vonnis no.:</para>
    <para>Registratienummer: AR 46/14 - ghis 80253 - H 281/16</para>
    <para>Uitspraak: 3 april 2018</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V O N N I S</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[APPELLANT],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende op Bonaire,</para>
      <para>oorspronkelijk eiser,</para>
      <para>thans appellant, </para>
      <para>gemachtigde: mr. C.A. Peterson,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="bold">[GEÏNTIMEERDE 1],</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonende op Bonaire,</para>
      <para>oorspronkelijk gedaagde,</para>
      <para>thans geïntimeerde, </para>
      <para>gemachtigde: mr. A.F. van Toll,</para>
    </parablock>
    <para>2. <emphasis role="bold">[GEÏNTIMEERDE 2], </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>zonder bekende woonplaats,</para>
      <para>oorspronkelijk gedaagde,</para>
      <para>thans geïntimeerde, </para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna [appellant], [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van 29 augustus 2017 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor akten aan de zijden van [appellant] en [geïntimeerde 1]. Beiden hebben een akte ingediend. [geïntimeerde 1] heeft nog een akte uitlating producties ingediend. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In de zaak tussen [appellant] en [geïntimeerde 2]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>appellant] heeft zijn vorderingen tegen [geïntimeerde 2] ingetrokken. Gelet hierop zal het Hof het vonnis van het GEA vernietigen, voor zover tussen [appellant] en [geïntimeerde 2] gewezen, [appellant] alsnog niet-ontvankelijk verklaren in zijn vorderingen tegen [geïntimeerde 2] en [appellant] veroordelen in de proceskosten in de zaak tussen [appellant] en [geïntimeerde 2], aan de zijde van [geïntimeerde 2] begroot op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de zaak tussen [appellant] en [geïntimeerde 1]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>appellant] heeft het Hof verzocht terug te komen van enige in de zaak tussen [appellant] en [geïntimeerde 1] gegeven overwegingen. Het Hof ziet daar geen aanleiding voor. Overigens was de gelegenheid die het Hof [appellant] geboden heeft om een akte in te dienen, niet bedoeld voor uitlatingen in de zaak tussen [appellant] en [geïntimeerde 1].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Het Hof zal [geïntimeerde 1] gelegenheid bieden om de in het dictum te vermelden stellingen te bewijzen. Er zal eerst gelegenheid worden geboden om getuigen in het gerechtsgebouw op Bonaire voor te brengen. Die zullen hetzij rechtstreeks door een daar aanwezige rechter worden gehoord, hetzij via videoconferentie door een rechter in het gerechtsgebouw in Curaçao. Beide advocaten wordt verzocht binnen twee weken na heden per </para>
        <para>e-mailbericht aan de Hofadministratie verhinderdata op te geven voor de maanden april tot en met juli 2018. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>B E S L I S S I N G</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de zaak tussen [appellant] en [geïntimeerde 2]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover tussen [appellant] en [geïntimeerde 2] gewezen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en in zoverre opnieuw rechtdoende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen tegen [geïntimeerde 2];</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [appellant] in de kosten van beide instanties, aan de zijde van [geïntimeerde 2] gevallen en tot op heden begroot op nihil;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de zaak tussen [appellant] en [geïntimeerde 1]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>draagt [geïntimeerde 1] op te bewijzen dat:</para>
      </parablock>
      <para>a.	[geïntimeerde 1] op 22 oktober 2012 en in november 2012 telkens </para>
      <parablock>
        <para>	US$ 5.000,00 heeft betaald aan [betrokkene 1], 	</para>
        <para>	werkneemster van [appellant];</para>
      </parablock>
      <para>b.	[geïntimeerde 2] omstreeks februari 2013 in Nederland in opdracht van </para>
      <parablock>
        <para>	[geïntimeerde 1] € 60.000,00 in contanten aan [appellant] heeft betaald 	ter </para>
        <para>	aflossing van de lening aan [geïntimeerde 1] en dat [appellant] </para>
        <para>	redelijkerwijs moest begrijpen dat de betaling diende ter aflossing van </para>
        <para>	de lening aan [geïntimeerde 1];</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bepaalt dat [geïntimeerde 1], indien hij daartoe getuigen wil doen horen, deze kan voorbrengen op een nader te bepalen datum voor een nader aan te wijzen lid van het Hof, te beginnen met getuigen die worden opgeroepen om te verschijnen in het gerechtsgebouw op Bonaire;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en S.A. Carmelia, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, </para>
        <para>Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 3 april 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>