<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2018:265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-12T10:49:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">P- 2017/10089 en 2018/0252012  H-99/18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2018:265">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2018:265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-12T10:40:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2018:265 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 21-12-2018 / P- 2017/10089 en 2018/0252012  H-99/18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2018:265:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Poging doodslag</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2018:265:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>Zaaknummer: H-99/18</title>
    <parablock>
      <para>Parketnummers: P-2017/10089 en 2018/02012</para>
      <para>Uitspraak	: 21 december 2018	                                                                           </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis </title>
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht</para>
      <para>in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 23 februari 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[VERDACHTE],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in [woonplaats], </para>
      <para>thans alhier gedetineerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht  heeft de verdachte bij voornoemd vonnis ter zake van het onder parketnummers P-2017/10089 en P-2018/02012 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en aftrek van voorarrest. Tevens zijn beslissingen genomen omtrent de inbeslaggenomen goederen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, </para>
      <para>mr. F.A.P.M van Deutekom, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman,  mr. B.A.R. Heinze, naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf en onder aanvulling van de motivering daarvan. Het Hof zal ten aanzien van de op te leggen straf dan ook opnieuw recht doen en voor het overige voornoemd vonnis bevestigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oplegging van straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft op verschillende tijdstippen diverse vuurwapens en munitie voorhanden gehad. Het Hof acht daarbij de omstandigheid dat uit het dossier blijkt dat de verdachte zich daarbij bezig heeft gehouden met de verkoop van vuurwapens strafverhogend. Het voorhanden hebben en op de markt brengen van vuurwapens en munitie kan gevaarlijke situaties met zich brengen en behoort tot een categorie feiten die een ernstige inbreuk maakt op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de ernst van het bewezen verklaarde kan naar oordeel van het Hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft acht geslagen op de persoon van de verdachte en het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Daartegenover staat dat de verdachte gedurende een lange periode een grote hoeveelheid vuurwapens </para>
      <para>voorhanden heeft gehad en op geen enkele wijze inzicht heeft getoond in het laakbare van zijn handelen. Het Hof is, na één en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt in de in eerste aanleg opgelegde straf. Anders dan het Gerecht ziet het Hof geen aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. Het Hof is met eenparigheid van stemmen van oordeel dat een geheel </para>
      <para>onvoorwaardelijke gevangenistraf zoals hieronder vermeld passend en geboden is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg ten aanzien van de opgelegde straf en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">zesendertig (36) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg voor het overige, met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. S.A. Carmelia, P.A.H. Lemaire en M.C.B. Hubben, leden van het Hof, bijgestaan door mr. B.G. Scheepbouwer, (zittings)griffier, en vervolgens op 21 december 2018 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. P.A.H. Lemaire is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraakgriffier:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>