<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2018:228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-02T14:29:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA2017H00054</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2018:228">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2018:228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-02T14:28:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2018:228 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 04-06-2018 / AUA2017H00054</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2018:228:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtenarenrechter is bevoegd omdat verzoeker gewezen ambtenaar is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2018:228:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>LARAUA2017H00054</para>
  <para>Datum uitspraak: 4 juni 2018</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="caps">gemeenschappelijk hof van jusTitie </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="caps">van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="caps">EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de minister van Financiën en Overheidsorganisatie</para>
    <para>appellant,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 5 juni 2017 in zaak nr. LAR nr. 1030 van 2016 in het geding tussen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>[verzoeker]</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de minister. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Procesverloop</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij beschikking van 5 maart 2014 heeft de minister een verzoek van [verzoeker] van 16 april 2010 om hem op grond van artikel 5 van de Landsverordening leeftijdsgrens ambtenaren een uitgestelde pensioenuitkering toe te kennen afgewezen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij brief van 11 april 2014 heeft [verzoeker] daartegen bezwaar gemaakt.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij beschikking van 16 januari 2015 heeft de minister dat bezwaar ongegrond verklaard.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij brief van 20 februari 2015 heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt tegen de beschikking van 16 januari 2015.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij beschikking van 30 maart 2016 heeft de minister de onderscheiden bezwaarschriften van 11 april 2014 en 20 februari 2015 niet‑ontvankelijk verklaard.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij uitspraak van 5 juni 2017 heeft het Gerecht het door [verzoeker] tegen de beschikking van 30 maart 2016 ingestelde beroep gegrond verklaard en die beschikking vernietigd.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 april 2018, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. I.L. Ras Orman, procesgemachtigde bij de Dienst Wetgeving en Juridische Zaken, is verschenen.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <orderedlist numeration="arabic">
    <listitem>
      <para>De toepasselijke wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>De minister betoogt terecht dat [verzoeker] een gewezen ambtenaar is, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La), en tegen de beschikking van 5 maart 2014 op de voet van artikel 35, eerste lid, van die wet een bezwaarschrift kan worden ingediend bij het Gerecht in ambtenarenzaken, dat op grond van artikel 3, eerste lid, van de La, bij uitsluiting bevoegd is om in eerste aanleg over de beschikking van 5 maart 2014 te oordelen. Het Gerecht heeft zich derhalve ten onrechte bevoegd geacht om van het ingestelde beroep kennis te nemen.</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het Gerecht alsnog onbevoegd verklaren om van het bij hem ingestelde beroep kennis te nemen.</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>Blijkens de uitspraak van het Gerecht van 3 juli 2017 in zaak nr. LAR nr. 416 van 2015 heeft het Gerecht in die zaak het bezwaarschrift tegen de beschikking van 5 maart 2014 reeds ter behandeling als bezwaarschrift in de zin van de La doorgeleid naar het Gerecht in ambtenarenzaken, zodat voor doorgeleiding van het bezwaarschrift door het Hof naar dat Gerecht thans geen aanleiding meer bestaat.</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.  </para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:</para>
  <parablock>
    <para>I.	<emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het hoger beroep <emphasis role="underline">gegrond</emphasis>;</para>
    <para>II.	<emphasis role="underline">vernietigt</emphasis> de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 	5 juni 2017 in zaak nr. LAR nr. 1030 van 2016;</para>
    <para>III.	<emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het Gerecht in eerste aanleg van Aruba <emphasis role="underline">onbevoegd</emphasis> om van 		het in die zaak ingestelde beroep kennis te nemen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. E.A. Saleh, voorzitter, en mr. J.E.M. Polak en mr. H.G. Lubberdink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse, griffier.</para>
  </parablock>
  <informaltable>
    <tgroup cols="2">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>w.g. Saleh</para>
            <para>voorzitter</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>w.g. Beerse</para>
            <para>griffier</para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <parablock>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2018</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verzonden: 4 juni 2018</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Voor eensluidend afschrift,</para>
    <para>de griffier,</para>
    <para>voor deze,</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">BIJLAGE</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Landsverordening leeftijdsgrens ambtenaren</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 1</para>
    </parablock>
    <para>1. Ambtenaar in de zin van deze landsverordening is degene die</para>
    <parablock>
      <para>door het bevoegde gezag is benoemd of aangesteld in openbare dienst om</para>
      <para>in Aruba werkzaam te zijn.</para>
    </parablock>
    <para>2. Tot de openbare dienst behoren alle diensten en bedrijven,</para>
    <parablock>
      <para>door Aruba en de openbare lichamen beheerd, met inbegrip van het van</para>
      <para>overheidswege gegeven openbare onderwijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 5</para>
    </parablock>
    <para>1. Aan de op eigen verzoek, zomede aan de op grond van artikel 4</para>
    <parablock>
      <para>van deze landsverordening dan wel wegens ongeschiktheid voor de verdere</para>
      <para>dienst uit hoofde van ouderdom of van ziels- of lichaamsziekte of -</para>
      <para>gebreken ontslagen ambtenaar in vaste niet-pensioengerechtigde dienst,</para>
      <para>die alsdan recht op pensioen zou hebben kunnen doen gelden, indien het</para>
      <para>door de stichting Algemeen Pensioenfonds Aruba verzorgde pensioenreglement</para>
      <para>op hem van toepassing zouden zijn geweest, wordt door het bevoegde</para>
      <para>gezag een uitkering bij wijze van pensioen toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Landsverordening ambtenarenrechtspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 1</para>
    </parablock>
    <para>4. Tenzij het tegendeel blijkt, zijn in deze landsverordening onder</para>
    <para>ambtenaren gewezen ambtenaren begrepen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3</para>
    </parablock>
    <para>1. Over de beschikkingen, handelingen en weigeringen (om te beschikken</para>
    <parablock>
      <para>of te handelen) ten aanzien van ambtenaren als zodanig, hun</para>
      <para>nagelaten betrekkingen en rechtverkrijgenden, door een administratief</para>
      <para>orgaan genomen, verricht of uitgesproken, oordeelt bij uitsluiting in</para>
      <para>eerste aanleg het gerecht in ambtenarenzaken en in hoger beroep de</para>
      <para>raad van beroep in ambtenarenzaken.</para>
    </parablock>
    <para>2. Onder "gerecht" verstaan deze landsverordening en de daarop</para>
    <parablock>
      <para>berustende landsbesluiten en ministeriële regelingen het gerecht in</para>
      <para>ambtenarenzaken; onder "raad" de raad van beroep in ambtenarenzaken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 35</para>
    </parablock>
    <para>1. Een bezwaarschrift kan worden ingediend ter zake dat beschikkingen,</para>
    <parablock>
      <para>handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen),</para>
      <para>ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen</para>
      <para>of rechtverkrijgenden door een administratief orgaan genomen, verricht</para>
      <para>of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen</para>
      <para>verbindende voorschriften strijden, of dat bij het nemen, verrichten</para>
      <para>of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid</para>
      <para>kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden waarvoor</para>
      <para>die bevoegdheid is gegeven.
</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>