<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2017:84</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-05T14:15:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HLAR 80234/16 en 80235/16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2017:84">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2017:84</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-05T14:14:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2017:84 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 08-05-2017 / HLAR 80234/16 en 80235/16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2017:84:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Appellante heeft er voor gekozen om alle rechtsmiddelen uit te putten, zodat zij na een jaar opnieuw een aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning voor de vreemdelingen in kwestie kan indienen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2017:84:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>HLAR 80234/16 en 80235/16</para>
    <para>Datum uitspraak: 8 mei 2017                                                                   	</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="caps">gemeenschappelijk hof van jusTitie </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op de hoger beroepen van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De naamloze vennootschap Checkmate Security Services N.V., gevestigd in Sint Maarten, appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de onderscheiden uitspraken van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 27 juni 2016 in zaken nrs. 51/2016 en 52/2016, in de gedingen tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellante</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij onderscheiden beschikkingen van 7 augustus 2015 en 27 oktober 2015 heeft de minister aanvragen van appellante om verlening van een tewerkstellingsvergunning voor twee vreemdelingen afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij onderscheiden beschikkingen van 12 april 2016 heeft de minister het door appellante daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij onderscheiden uitspraken van 27 juni 2016 heeft het Gerecht het door appellante daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraken heeft appellante hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 maart 2017, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. B.B. Brooks, advocaat en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.O. Muller, advocaat, zijn verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis></para>
      <para> Voor de tekst van de relevante wettelijke bepalingen wordt verwezen naar de bijlage bij deze uitspraak.</para>
      <para> Appellante betoogt dat ingevolge artikel 3, zevende lid, van het Landsbesluit houdende algemene maatregelen ter uitvoering van de Landsverordening arbeid vreemdelingen, na een afwijzing een binnen een termijn van drie jaar ingediende opvolgende aanvraag niet in behandeling wordt genomen, indien met betrekking tot de eerdere aanvraag niet alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. De termijn bedraagt een jaar indien met betrekking tot de eerdere aanvraag alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. Omdat appellante de termijn van drie jaar niet wenst af te wachten, is er voor gekozen om alle rechtsmiddelen uit te putten, zodat zij na een jaar opnieuw een aanvraag voor de vreemdelingen in kwestie kan indienen.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Dit betoog in hoger beroep richt zich niet tegen de aangevallen uitspraken en leidt derhalve niet tot vernietiging daarvan.</para>
      <para>3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraken dienen te worden bevestigd.</para>
      <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.  </para>
      <para>5. <emphasis role="underline">Beslissing</emphasis></para>
      <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>bevestigt de aangevallen uitspraken. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. E.J. van der Poel, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. H.G. Lubberdink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>w.g. Van der Poel</para>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>w.g. Beerse</para>
              <para>griffier</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden: 8 mei 2017</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>BIJLAGE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Landsbesluit houdende algemene maatregelen ter uitvoering van de Landsverordening arbeid vreemdelingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Een aanvraag wordt evenmin in behandeling genomen indien het een vreemdeling betreft ten aanzien van wie eerder tewerkstellingsvergunning was aangevraagd doch geweigerd, tenzij een bepaalde tijd verlopen is nadat de eerdere aanvraag was afgewezen. Die bepaalde tijd bedraagt een jaar indien met betrekking tot de eerdere aanvraag alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. Die bepaalde tijd bedraagt drie jaar indien met betrekking tot de eerdere aanvraag alle rechtsmiddelen niet zijn uitgeput.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>