<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2017:250</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-02T14:02:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">100.00239/13 H 013/2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2017:250">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2017:250</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-24T11:07:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2017:250 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 20-09-2017 / 100.00239/13 H 013/2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2017:250:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugverwijzing HR_tussenvonnis</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2017:250:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Strafzaken over 2017                                                            	Vonnis no.</para>
  <para>Datum uitspraak: 20 september 2017			MC</para>
  <para>Zaaknummer: H- 013/2014</para>
  <para>Parketnummer: 100.00239/13</para>
  <para>Tegenspraak </para>
  <section>
    <title>GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</title>
    <parablock>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>TUSSENVONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg  van Sint Maarten van 21 augustus 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[VERDACHTE],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in [woonplaats], [adres], [naam buurt].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg heeft het Gerecht bij vonnis van 21 augustus 2013 de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft in hoger beroep bij vonnis van 2 juli 2014 - met vernietiging van bovengenoemd vonnis - de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van het voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen dit vonnis cassatie ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 20 september 2016 voormeld Hofvonnis vernietigd en de zaak teruggewezen naar het Hof, teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 21 augustus 2013, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>30 augustus 2017 in Sint Maarten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de procureur-generaal, </para>
      <para>mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman,</para>
      <para>mr. G. Hatzmann, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de straf en, in zoverre opnieuw recht doende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Heropening en schorsing van het onderzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beraadslaging is het Hof tot de conclusie gekomen dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest. De redenen daarvoor zijn gelegen in de gevolgen van de orkaan Irma, waarmee Sint Maarten na de sluiting van het onderzoek te kampen heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Algemeen bekend is dat die gevolgen desastreus zijn. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn mogelijk (ingrijpend) gewijzigd; het Hof acht het wenselijk daarover op een nadere terechtzitting te worden voorgelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daar komt bij dat het Court House – het gerechtsgebouw in Sint Maarten – dusdanige schade heeft opgelopen, dat het niet mogelijk is om daar vandaag een uitspraak te doen. Eindvonnis wijzen in Curaçao acht het Hof eveneens problematisch, nu het maar zeer de vraag is of de verdediging in staat is om de uitspraak bij te wonen. De openbaarheid van de uitspraak van het eindvonnis – een beginsel van behoorlijke rechtsspraak, dat in het teken staat van het recht op eerlijk proces – is daarmee in het geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop kan naar het oordeel van het Hof nog geen eindvonnis worden gewezen. Het Hof zal het onderzoek heropenen en schorsen tot een nadere terechtzitting, die zal plaatsvinden op 2 november 2017 te 10:30 uur in Curaçao met behulp van een directe beeld- en geluidsverbinding met het Court House in Sint Maarten. Naar de verwachting van het Hof is het Court House tegen die tijd weer in gebruik, kan een directe beeld- en geluidsverbinding tot stand worden gebracht. Gelet op de genoemde omstandigheden kan het Hof niet anders dan het onderhavige tussenvonnis in Curaçao uitspreken buiten aanwezigheid van de verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting kunnen partijen het Hof verder informeren over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en over de vraag of die omstandigheden voor de procureur-generaal en/of de raadsman aanleiding zijn voor respectievelijk aanvullend requisitoir of aanvullend pleidooi.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heropent en schorst het onderzoek;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat ter terechtzitting van 2 november 2017 te</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>10.30</nr>
      <para>uur in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het Court House in Sint Maarten;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>beveelt de <emphasis role="underline">oproeping van de verdachte tegen deze nadere terechtzitting</emphasis> en de <emphasis role="underline">kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. F.V.L.M. Wannyn, M.C.B. Hubben en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 20 september 2017.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>