<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2017:220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-20T09:50:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">100.00547/15 (strafzaak en ontneming)  H- 115/2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2017:220">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2017:220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-20T09:50:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2017:220 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 20-09-2017 / 100.00547/15 (strafzaak en ontneming)  H- 115/2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2017:220:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>tussenvonnis def (2)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2017:220:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Strafzaken over 2017                                                            	Vonnis no.</para>
  <para>Datum uitspraak: 20 september 2017			MC</para>
  <para>Zaaknummer: H- 115/2016</para>
  <para>Parketnummer: 100.00547/15 (strafzaak en ontneming)</para>
  <para>Tegenspraak</para>
  <section>
    <title>    GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</title>
    <parablock>
      <para>  van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>  			     van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>                                                     TUSSENVONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de vonnissen van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, van 13 juli 2016 (strafzaak) en 15 december 2016 (benadeelde partijen en ontneming)  in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende  in [woonplaats],</para>
      <para>thans gedetineerd in het Huis van Bewaring in Sint Maarten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang en onderzoek van de zaak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 30 maart 2016, 22 juni 2016, 5 oktober 2016 en 24 november 2016, zoals daarvan blijkt uit de processen-verbaal van die terechtzittingen, alsmede van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 11 mei 2017, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, en van 31 augustus 2017 in Sint Maarten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de procureur-generaal, </para>
      <para>mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw, </para>
      <para>mr. S.D.M. Roseburg, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof de vonnissen waarvan beroep zal bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6 primair,7 en 8 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig jaren met aftrek van voorarrest. Voorts is (gedeeltelijk) beslist omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen. De verdachte is voorts veroordeeld tot betaling van USD 3.460,00 aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] en NAf 2.197,16 en USD 1.900,00 aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2]. Tot die bedragen is aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Ten slotte is aan de verdachte de verplichting opgelegd tot betaling van USD 15.668,94 aan het Land ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Heropening en schorsing van het onderzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beraadslaging is het Hof tot de conclusie gekomen dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest op grond van de navolgende redenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voor de verdachte belastende bewijsmateriaal ten aanzien van het onder feiten 2 en 5 tenlastegelegde berust in overwegende mate op de verklaringen van getuige [getuige]. De verdediging heeft de betrouwbaarheid van haar verklaringen betwist. Nu deze verklaringen centraal staan in de eventuele bewijsvoering van de feiten 2 en 5, terwijl het dossier weinig steunbewijs bevat voor de door haar afgelegde verklaringen, acht het Hof het noodzakelijk om [getuige] als getuige ter terechtzitting te horen om zich een oordeel te kunnen vormen over de betrouwbaarheid van haar verklaringen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts overweegt het Hof dat de gevolgen van de orkaan Irma, waarmee Sint Maarten na de sluiting van het onderzoek te kampen heeft gehad, desastreus zijn geweest. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn mogelijk (ingrijpend) gewijzigd; het Hof acht het wenselijk daarover op een nadere terechtzitting te worden voorgelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van het Hof thans nog geen eindvonnis worden gewezen. Het Hof zal derhalve het onderzoek heropenen en schorsen tot een nadere terechtzitting, die zal plaatsvinden op 2 november 2017 te 14:00 uur in Curaçao met behulp van een directe beeld- en geluidsverbinding met het Court House, het gerechtsgebouw in Sint Maarten. Naar de verwachting van het Hof is het Court House, dat flinke schade heeft opgelopen als gevolg van de orkaan Irma, tegen die tijd weer in gebruik en kan een directe beeld- en geluidsverbinding tot stand worden gebracht. Op dit moment is het Court House nog buiten gebruik zodat het Hof niet anders kan dan het onderhavige tussenvonnis in Curaçao uitspreken, buiten aanwezigheid van de verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof zal tegen voornoemde terechtzitting en tijdstip de oproeping gelasten van [getuige], teneinde haar ter terechtzitting als getuige te horen.  </para>
      <para>Het Hof verneemt graag, binnen twee weken middels e-mailbericht aan de griffier (monice.connor@caribjustitia.org), of de procureur-generaal en de verdediging instemmen met het getuigenverhoor door middel van een beeld- en geluidsverbinding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting kan het Hof verder geïnformeerd worden over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en over de vraag of die omstandigheden voor de procureur-generaal en/of de raadsvrouw aanleiding zijn voor respectievelijk aanvullend requisitoir of aanvullend pleidooi.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heropent en schorst het onderzoek;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat ter terechtzitting van 2 november 2017 te</para>
      <para>14:00 uur in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het Court House in Sint Maarten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelast <emphasis role="underline">de oproeping tegen voornoemde terechtzitting van de getuige [getuige]</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt de verdediging en de procureur-generaal om het Hof binnen twee weken,  middels e-mailbericht aan de griffier (monice.connor@caribjustitia.org), mede te delen of zij instemmen met het getuigenverhoor door middel van een beeld- en geluidsverbinding;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de <emphasis role="underline">oproeping van de verdachte tegen deze nadere terechtzitting</emphasis> en de <emphasis role="underline">kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. M.C.B. Hubben, H.J. Fehmers en F.V.L.M. Wannyn, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 20 september 2017.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>