<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2017:214</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-19T14:38:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">100.00261/16 H- 208/2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2017:214">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2017:214</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-19T12:27:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2017:214 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 23-11-2017 / 100.00261/16 H- 208/2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2017:214:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bezit vuurwapen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2017:214:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Strafzaken over 2017                                                            	Vonnis no.</para>
  <para>Datum uitspraak: 23 november 2017				</para>
  <para>Zaaknummer: H- 208/2016</para>
  <para>Parketnummer: 100.00261/16</para>
  <para>tegenspraak</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">    GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
    </para>
    <para>  van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
    <para>  			     van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>                                                        STRAFVONNIS</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, van 23 november 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">[VERDACHTE],</emphasis>
    </para>
    <para>geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] (volgens eigen opgave op: [geboortedatum] [geboortejaar]), te </para>
    <para>[geboorteplaats],</para>
    <para>wonende in [woonplaats], [adres].</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Procesgang en onderzoek van de zaak </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 23 november 2016, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van </para>
    <para>van 31 augustus 2017 in Sint Maarten en van 2 november 2017 door middel van een videoverbinding tussen Curaçao en Sint Maarten.  </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de procureur-generaal, </para>
    <para>mr. J. Spaans, en van hetgeen door de raadsman, mr. G. Hatzmann, naar voren is gebracht.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van het voorarrest.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, onder aanvulling van de motivering van de straf. </para>
    <para>
      <emphasis role="underline">De motivering van de straf</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De opgelegde straf is lager dan die volgt uit de richtlijnen van het Hof. Het Hof acht deze lagere straf in dit geval passend nu sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden. Ter terechtzitting is gebleken dat de gevolgen van de orkaan Irma voor de verdachte bijzonder hevig zijn (geweest). Zijn leefomstandigheden laten ook nu veel te wensen over. De verdachte probeert daar nu, net als velen met hem, langzaam verbetering in aan te brengen. Het Hof acht het daarom niet passend aan de verdachte een hogere straf op te leggen dan de eerste rechter heeft gedaan, te meer daar ook het openbaar ministerie daartoe niet heeft gerequireerd.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Hof:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, van </para>
    <para>23 november 2016, onder aanvulling van de motivering van de straf.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. M.C.B. Hubben, H.J. Fehmers en F.V.L.M. Wannyn, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op </para>
    <para>23 november 2017.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">     GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
    </para>
    <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
    <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>EXTRACTVONNIS no.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak			: <emphasis role="bold">23 november 2017</emphasis></para>
    <para>Zaaknummer			: H- 208/2016</para>
    <para>Parketnummer			: 100.00261/16</para>
    <para>Vonnis gewezen		: op tegenspraak</para>
    <para>Naam				: <emphasis role="bold">[VERDACHTE] </emphasis></para>
    <para>Geboortedatum en -plaats 	: geboortedatum] [geboortejaar] te [geboorteplaats]</para>
    <para>Woonplaats			: [woonplaats] </para>
    <para>Gedetineerd			: nee	</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Kwalificatie:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 1: 	</para>
      <para>overtreding van een in artikel 3 van de Vuurwapenverordening gegeven verbod, meermalen gepleegd,</para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Vuurwapenverordening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2: 	</para>
      <para>overtreding van een in artikel 1 van de Wapenverordening gegeven verbod,</para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Wapenverordening.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitspraak:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf voor de duur van 15 (VIJFTIEN) MAANDEN</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot <emphasis role="bold">5 (VIJF) MAANDEN</emphasis>, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op <emphasis role="bold">3 (DRIE) JAAR</emphasis>, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onherroepelijk op:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> wegens verstrijken termijn cassatieberoep. </para>
      <para> wegens intrekking cassatieberoep.</para>
      <para> na verwerping cassatieberoep door de Hoge Raad.</para>
      <para> na niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep door de Hoge Raad</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>Willemstad, </para>
      <para>De griffier,</para>
      <para>v.d.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>