<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2017:190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-25T13:52:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">H- 187/2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2017:190">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2017:190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-25T13:52:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2017:190 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 12-10-2017 / H- 187/2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2017:190:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontnemingsvonnis, afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2017:190:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Strafzaken over 2017                                                            	Vonnis no.</para>
  <para>Datum uitspraak: 12 oktober 2017				MC</para>
  <para>Zaaknummer: H- 187/2016</para>
  <para>Parketnummer: 400.00222/15 (=BES.248/15B) (ontneming)</para>
  <para>Tegenspraak</para>
  <section>
    <title>    GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</title>
    <parablock>
      <para>  van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>  			     van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">O N T N E M I N G S V O N N I S</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in hoger beroep tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire van 18 november 2016, op de vordering van de officier van justitie in Bonaire om aan de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[VERDACHTE], </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1963 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de verplichting op te leggen tot betaling van USD 21.441,28 aan de Staat, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, dat deze door middel van of uit strafbare feiten heeft verkregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang en onderzoek van de zaak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg bij requisitoir gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van </para>
      <para>USD 21.441,28.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de veroordeelde bij vonnis van 18 april 2016 ter zake van de feiten 1 primair, 2 en 3 vrijgesproken en ter zake van feit 1 subsidiair veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk wegens – zakelijk weergegeven – verduistering in dienstbetrekking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts is de veroordeelde bij het ontnemingsvonnis van eveneens 18 november 2016 veroordeeld tot betaling van USD 759,00 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, bij noch volledige betaling noch volledig verhaal te vervangen door vijftien dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft beroep ingesteld tegen dat laatste vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 februari 2016 en 28 oktober 2016, zoals daarvan blijkt uit de </para>
      <para>processen-verbaal van die terechtzittingen, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 1 juni 2017, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, en 21 september 2017 in Bonaire. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de procureur-generaal, </para>
      <para>mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de verdachte en diens raadslieden, </para>
      <para>mrs. S.C. Larmonie en H.N. Alejandra, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal heeft gevorderd aan de veroordeelde, met bevestiging van het vonnis in eerste aanleg gewezen, de verplichting op te leggen USD 759,00 aan wederrechtelijk verkregen voordeel terug te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot een andere beslissing komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van de vordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft bij vonnis van heden, 12 oktober 2017, de veroordeelde ter zake van feit </para>
      <para>1 subsidiair veroordeeld tot betaling van een geldboete van USD 2.000,00 (zegge: tweeduizend US dollars), bij noch volledige betaling noch volledig verhaal te vervangen door veertig dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts is de inbeslaggenomen witte Iphone 5 verbeurd verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 38e, tweede lid, Sr BES kan aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, indien die persoon voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van dit strafbare feit of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de onderhavige zaak is op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_8abd2c37-982a-43fe-af17-96112098aae7" /> genoegzaam gebleken dat de veroordeelde wedderrechtelijk voordeel van USD 759,00 heeft genoten. Derhalve stelt het Hof het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op USD 759,00. </para>
      <para>Het Hof acht het, gelet op het voorgaande, aannemelijk geworden dat de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel ter waarde van USD 759,00 heeft genoten door op kosten van het Kadaster, een Iphone aan te schaffen en deze vervolgens voor privégebruik aan zijn dochter te schenken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof zal, ondanks het voorgaande, de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen. De volgende overweging ligt daaraan ten grondslag. </para>
      <para>Vast is komen te staan dat de witte Iphone 5 een voorwerp betreft met betrekking tot welke het strafbare feit is begaan. Om deze reden is bij vonnis van 12 oktober 2017 dan ook deze witte Iphone 5 ter waarde van USD 759,00 door het Hof verbeurd verklaard. Nu voornoemde Iphone reeds verbeurd is verklaard en de verbeurdverklaring van voorwerpen die geheel of grotendeels van of uit de baten van het strafbare feit zijn verkregen een alternatief voor ontneming is en de mogelijke overlap tussen verbeurdverklaring en ontneming niet moet worden gebruikt</para>
      <para>om dubbel te ontnemen, zal de vordering tot ontneming van wederrechtelijk voordeel worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, van </para>
      <para>18 november 2017 en doet opnieuw recht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af de vordering van de procureur-generaal, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten bedrage van USD 759,00 (zegge: zevenhonderdnegenenvijftig US dollar).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. D. Radder, T.E. van der Spoel en A.J. Martijn, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof op Bonaire uitgesproken op 12 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8abd2c37-982a-43fe-af17-96112098aae7" label="1">
    <para> Het door [verbalisant 1], inspecteur van politie en financieel rechercheur werkzaam bij Rijksrecherche, op 29 april 2015 op ambtseed opgemaakte proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict (proces-verbaal nr. 20140012), voor zover inhoudende paragraaf 5.2.1 met de titel: “aankoop Iphone 5”, pagina’s 9 t/m 11.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>