<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2016:57</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-03T13:36:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ 70317/14 - H 63/16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2016:57">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2016:57</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-03T13:36:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2016:57 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 31-05-2016 / EJ 70317/14 - H 63/16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2016:57:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Appeltermijn. Verschoonbaarheid termijnoverschrijding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2016:57:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2016					Beschikking no.:</para>
    <para>Registratienummer: EJ 70317/14 - H 63/16</para>
    <para>Uitspraak: 31 mei 2016</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>B E S C H I K K I N G</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[appellant],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Assen, Nederland,</para>
      <para>oorspronkelijk verweerder,</para>
      <para>thans appellant, </para>
      <para>gemachtigde: mr. J.B.F. Soppe, advocaat te Assen, Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[geïntimeerde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Curaçao,</para>
      <para>oorspronkelijk verzoekster,</para>
      <para>thans geïntimeerde, </para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij beroepschrift van 24 december 2015, met producties, ter griffie ingekomen op 24 december 2015 per e-mailbericht en op 23 februari 2016 in hard copy, is de man in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gewezen en op 22 januari 2015 en 26 maart 2015 uitgesproken beschikkingen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: GEA). Bij het beroepschrift heeft de man drie grieven tegen de beschikking van 26 maart 2015 aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof, uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking van 26 maart 2015 zal vernietigen en de verzoeken van de vrouw alsnog zal afwijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Een verweerschrift in hoger beroep is niet ingekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 3 mei 2016 is het hoger beroep mondeling behandeld op Curaçao. Namens de man is verschenen: mr. K.J. Kanning, advocaat te Assen, Nederland. De vrouw is in persoon verschenen. Na partijdebat is beschikking bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>De man heeft in eerste aanleg een verweerschrift doen indienen door een advocaat en is aldus in de procedure verschenen. Daarom is ingevolge </para>
        <para>art. 429n lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Curaçao de appeltermijn zes weken, te rekenen van de dag van de uitspraak. Die termijn verstreek op 7 mei 2015. Het beroepschrift is (ten vroegste) op </para>
        <para>24 december 2015 ingekomen. De appeltermijn is dus overschreden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Een termijnoverschrijding is verschoonbaar indien degene die beroep instelt, ten gevolge van een door (de griffie van) het GEA of het Hof begane fout of verzuim niet tijdig wist en redelijkerwijs ook niet kon weten dat de rechter uitspraak heeft gedaan en de uitspraak hem als gevolg van een niet aan hem toe te rekenen fout of verzuim pas na afloop van de termijn voor het instellen van hoger beroep of cassatie is toegezonden of verstrekt. In een zodanig geval moet de appeltermijn verlengd worden met een termijn van veertien dagen - of een zoveel kortere termijn als overeenstemt met de wettelijke beroepstermijn - na de dag van verstrekking of verzending van de beschikking. In het midden kan blijven of een zodanig geval zich voordoet. Volgens de eigen stelling van de man heeft hij de beschikking van </para>
        <para>26 maart 2016 bij brief van 25 november 2015 ontvangen. De termijn van veertien dagen vanaf 25 november 2015 verstreek op 9 december 2015 en is ook overschreden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Ter zitting in hoger beroep heeft de advocaat van de man medegedeeld dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de appeltermijn drie maanden bedroeg. Deze rechtsdwaling komt voor risico van de man.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande dient de man niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep. Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>B E S L I S S I N G</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart de man niet-ontvankelijk in het hoger beroep;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en D. Radder, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, </para>
        <para>Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 31 mei 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>