<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2016:175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-28T13:52:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR 66035/13 - H 245/15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2016:175">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2016:175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-28T13:51:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2016:175 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 05-04-2016 / AR 66035/13 - H 245/15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2016:175:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Curaçao. Beroepsaansprakelijkheid huisarts. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2015:68.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2016:175:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2016						Vonnis no.:</para>
    <para>Registratienummer: AR 66035/13 - H 245/15</para>
    <para>Uitspraak: 5 april 2016 (bij vervroeging)</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V O N N I S</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[APPELLANT],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Curaçao,</para>
      <para>oorspronkelijk eiser,</para>
      <para>thans appellant, </para>
      <para>gemachtigde: mr. E. Kleist,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEÏNTIMEERDE],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Curaçao,</para>
      <para>oorspronkelijk gedaagde,</para>
      <para>thans geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.J. Henriquez.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van 24 november 2015 heeft het Hof geïntimeerde opgedragen tegenbewijs te leveren.</para>
      <para>Op 25 januari 2016 zijn drie getuigen gehoord. Het daarvan opgemaakte proces-verbaal vermeldt onder meer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>"Het getuigenverhoor wordt aan beide zijden gesloten. Mr. Kleist wil wel nog schriftelijk bewijs in het geding brengen. De zaak wordt verwezen naar de rol van </para>
      <para>9 februari 2016 voor akte schriftelijk bewijs aan de zijde van appellant. Daarna zal eerst aan de zijde van geïntimeerde en vervolgens aan de zijde van appellant gelegenheid worden geboden voor conclusie na getuigenverhoor."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de rol van 9 februari 2016 heeft appellant een akte schriftelijk bewijs ingediend, met een productie.</para>
      <para>Op de rol van 8 maart 2016 heeft geïntimeerde een "akte uitlating schriftelijk bewijs, conclusie na enquête" ingediend.</para>
      <para>De zaak is verwezen naar de rol van 26 april 2016 voor vonnis.</para>
      <para>Op 8 maart 2016 heeft appellant een akte ingediend ter griffie van het GEA, waarin hij verzoekt alsnog in de gelegenheid te worden gesteld een conclusie na getuigenverhoor in te dienen. De datum van uitspraak van het vonnis is nader (vervroegd) bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat er zij van de wijze van indiening van de akte van appellant van </para>
      <para>8 maart 2016 en de omstandigheid dat deze is ingediend nadat vonnis was bepaald, en wat er zij van de vraag of het beginsel van hoor en wederhoor wordt geschonden indien anders zou worden beslist, is het Hof van oordeel dat nu op 26 januari 2016 de procedureafspraak is gemaakt die hiervoor is weergegeven, appellant alsnog de gelegenheid dient te worden geboden een conclusie na getuigenverhoor in te dienen. Om misverstanden te vermijden zal het Hof deze conclusie hieronder in het dictum aanduiden als "antwoordconclusie na getuigenverhoor".</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>B E S L I S S I N G</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 3 mei 2016 voor antwoordconclusie na getuigenverhoor aan de zijde van appellant;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, S. Verheijen en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 5 april 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>