<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2016:100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-14T11:15:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR 1400/14 - ghis 75953 - H 329/15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2016:100">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2016:100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-14T11:15:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2016:100 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 30-08-2016 / AR 1400/14 - ghis 75953 - H 329/15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2016:100:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Lening. Oproeping geïntimeerde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2016:100:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Burgerlijke zaken over 2016						Vonnis no.:</para>
    <para>Registratienummer: AR 1400/14 - ghis 75953 - H 329/15</para>
    <para>Uitspraak: 30 augustus 2016</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</emphasis>
      </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V O N N I S</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ISLAND FINANCE ARUBA N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>oorspronkelijk eiseres,</para>
      <para>thans appellante, </para>
      <para>gemachtigde: mr. M.E.D. Brown,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEÏNTIMEERDE],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>oorspronkelijk gedaagde,</para>
      <para>thans geïntimeerde, </para>
      <para>niet verschenen in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna Island Finance en [geïntimeerde] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van van 19 januari 2016 heeft het Hof een dictum over betekening uitgesproken en de zaak naar de rol verwezen. </para>
      <para>Op 19 april 2016 heeft Island Finance een akte ingediend, met producties.</para>
      <para>De Hofgriffie heeft een brief d.d. 28 april 2016 naar [geïntimeerde] gestuurd op het adres [adres 1]. Deze brief is met Expresspost gestuurd en teruggekomen, voorzien van een stempel waarop staat aangekruist dat de geadresseerde niet op dat adres bekend is.</para>
      <para>De Hofgriffie heeft een brief d.d. 31 mei 2016 naar [geïntimeerde] gestuurd op het adres [adres 2]. </para>
      <para>Op de rolzitting van 21 juni 2016 is akte verleend van het niet dienen van een antwoordakte door [geïntimeerde], die niet was verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het dossier blijkt niet dat uitvoering is gegeven aan het eerste dictum van het tussenvonnis van 19 januari 2016. Het Hof zal een nieuw dictum van dezelfde strekking geven in een wat meer uitgewerkte vorm.</para>
      <para>De gemachtigde van Island Finance wordt in overweging gegeven ook zelf zo veel mogelijk te bevorderen dat de in het dictum omschreven verificatie, betekening en oproeping tijdig plaatsvinden en dat er op de Hofrolzitting geen misverstanden ontstaan over de stand van het geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>B E S L I S S I N G</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>draagt de Hofgriffie op een afschrift van dit tussenvonnis ter hand te stellen aan een deurwaarder in Aruba;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>draagt de deurwaarder aan wie het afschrift van dit tussenvonnis ter hand zal worden gesteld, op:</para>
    </parablock>
    <para>a) het woonadres van [geïntimeerde] te verificeren;</para>
    <para>b) dit tussenvonnis, alsmede de akte van appel en de memorie van grieven te betekenen aan [geïntimeerde];</para>
    <para>c) [geïntimeerde] op te roepen te verschijnen op dinsdag 20 september 2016 om 8.30 uur op de Hofrolzitting in het Gerechtsgebouw in Aruba;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de kosten van de hiervoor omschreven verificatie, betekening en oproeping dienen te worden voorgeschoten door Island Finance;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 20 september 2016 om 8.30 uur voor nadere beoordeling van de oproeping van [geïntimeerde] in hoger beroep dan wel beslissing over het verdere verloop van de procedure na diens verschijning;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en D. Radder, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, </para>
      <para>Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 30 augustus 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>