<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2014:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T12:27:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HLAR 69572/14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2014:91">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2014:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-04T12:02:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2014:91 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 03-11-2014 / HLAR 69572/14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2014:91:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Na afwijzing van aanvraag door werkgever om tewerkstellingsvergunning is door appellant geen bezwaar gemaakt. Derhalve is het ingestelde beroep tegen de beschikking bij het GEA niet-ontvankelijk. Hof bevestigt de uitspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2014:91:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>HLAR 69572/14</para>
  <para>Datum uitspraak: 3 november 2014</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="caps">gemeenschappelijk hof van jusTitie </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="caps">van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="caps">EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>[Appellant], wonend in Sint Maarten, </para>
    <para>appellant,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van <?linebreak?>26 mei 2014 in zaak nr. Lar 106/2013 in het geding tussen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>appellant</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid.  </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Openbare zitting op 3 november 2014</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegenwoordig:</title>
    <parablock>
      <para>mr. E.J. van der Poel, voorzitter</para>
      <para>mr. R.W.L. Loeb</para>
      <para>mr. J.E.M. Polak</para>
      <para>mr. N.A. Martines, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verschenen:</title>
    <para>Appellant, vertegenwoordigd door mr. B.B. Brooks, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.O. Muller, ook advocaat. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>bevestigt de aangevallen uitspraak.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartoe overweegt het als volgt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Landsverordening arbeid vreemdelingen (hierna: de Lav) wordt een tewerkstellingsvergunning door de werkgever aangevraagd.<?linebreak?>	Ingevolge artikel 12, eerste lid, kan degene, die door een beschikking ter zake van een tewerkstellingsvergunning rechtstreeks in zijn belang is getroffen, hiertegen binnen vier weken na de dag, waarop deze is gegeven, bezwaar maken bij het bestuurscollege van het desbetreffende eilandgebied. <?linebreak?>	Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) kunnen natuurlijke en rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Nu appellant tegen de afwijzing van de aanvraag geen bezwaar heeft gemaakt, was het door hem bij het Gerecht tegen de beschikking op het door de werkgeefster gemaakte bezwaar ingestelde beroep reeds om die reden niet-ontvankelijk (vgl. uitspraak van het Hof van 29 november 2007 in zaak nr. 200 HLAR 28/07; www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:OGHNAA:2007:BG3816). <?linebreak?>	De door appellant in dit verband gestelde omstandigheden dat de beschikking van 20 december 2012 niet aan hem is uitgereikt en hij niet als partij in de bezwaarprocedure is aangemerkt en behandeld, geven geen grond voor het oordeel dat hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij tegen de beschikking van 20 december 2012 geen bezwaar heeft gemaakt. De minister was niet gehouden die beschikking, die aan de werkgeefster was gericht, aan appellant uit te reiken. Het was aan appellant om zich desgewenst over de beschikking op het verzoek van de werkgeefster om haar vergunning te verlenen om hem te werk te stellen, waarvan appellant op de hoogte was, te informeren. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. <?linebreak?></para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>w.g. Van der Poel</para>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>w.g. Martines</para>
              <para>griffier</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 3 november 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift,<?linebreak?>de griffier,<?linebreak?>voor deze,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>