<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2014:82</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T23:58:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HLAR 46799/13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2014:82">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2014:82</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-01-30T14:16:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2014:82 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 23-05-2014 / HLAR 46799/13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2014:82:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In geschil is vergunningsverzoek voor bieden van 24-uurszorg met daaraan verbonden voorschriften. In beschikking is daarvan tijdelijke ontheffing verleend. Derhalve heeft appellante belang bij het door haar ingestelde beroep en heeft het GEA haar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2014:82:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>HLAR 46799/13</para>
    <para>Datum uitspraak: 23 mei 2014</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="caps">gemeenschappelijk hof van jusTitie </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap […] Pijnkliniek N.V., gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 24 juli 2013 in zaak nr. Lar 2011/46799 in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellante</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de minister van Gezondheid, Milieu en Natuur. </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 25 april 2009 heeft appellante het bestuurscollege van het eilandgebied Curaçao verzocht haar vergunning te verlenen voor het bieden van 24-uurszorg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 21 december 2010 heeft de minister appellante medegedeeld dat haar onder het stellen van voorschriften vergunning zal worden verleend voor het bieden van 24-uurszorg op het gebied van pijnbehandeling.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze brief heeft appellante bij brief van 20 januari 2011 bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 1 februari 2011 heeft appellante tegen de brief van 21 december 2010 beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 2 februari 2011 heeft de minister het door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en aan haar de bij beschikking van 8 december 2010 voor het bieden van 24-uurszorg op het gebied van pijnbehandeling aan haar verleende vergunning, waaraan de voorschriften zijn verbonden dat zij aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet en een protocollair samenwerkingsverband met het SEHOS en de thuiszorgorganisaties aangaat, welk protocol de basis vormt voor de invulling van de door haar in de business case betreffende de nieuwbouw van het SEHOS geleverde zorg, uitgereikt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 24 juli 2013 heeft het Gerecht het bij brief van 1 februari 2011 door appellante ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft de zaak behandeld ter zitting op 8 april 2014, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. A.C. Small, advocaat, en […], en de minister, vertegenwoordigd door mr. M.G. Woudstra, mr. N.E. Soon, beiden advocaat, […] en […] zijn verschenen<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Ambtshalve overweegt het Hof als volgt. </para>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 5 oktober 2011 heeft de minister appellante tijdelijk ontheven van de verplichting om aan het aan de vergunning van 8 december 2010 verbonden voorschrift dat zij een protocollair samenwerkingsverband met het SEHOS en de thuiszorgorganisaties aangaat, welk protocol de basis vormt voor de invulling van de door haar in de business case betreffende de nieuwbouw van het SEHOS geleverde zorg, te voldoen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Appellante heeft tegen de beschikking, waarbij haar vergunning is verleend, beroep ingesteld, omdat daaraan volgens haar ten onrechte het voorschrift is verbonden dat zij een protocollair samenwerkingsverband met het SEHOS en de thuiszorgorganisaties aangaat, welk protocol de basis vormt voor de invulling van de door haar in de business case betreffende de nieuwbouw van het SEHOS geleverde zorg. <?linebreak?>	Aangezien de bij beschikking van 5 oktober 2011 van dat voorschrift verleende ontheffing tijdelijk van aard is en die, waarbij aan appellante onder het stellen van voorschriften vergunning is verleend, daarbij niet is ingetrokken of gewijzigd, heeft appellante belang bij het door haar tegen die laatste beschikking ingestelde beroep. Gelet hierop, heeft het Gerecht het door appellante bij hem ingestelde beroep ten onrechte niet‑ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang daarbij. </para>
      <para>2. Ingevolge artikel 78, tweede lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak wordt, wanneer het Gerecht de <?linebreak?>niet-ontvankelijkheid heeft uitgesproken en het Hof deze uitspraak vernietigt met een ontvankelijkverklaring, het beroepschrift naar het Gerecht terugverwezen om te worden hervat in de stand, waarin de behandeling zich bevond.</para>
      <para>3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Het Hof zal het beroep naar het Gerecht terugwijzen, opdat het de behandeling van de zaak hervat in de stand, waarin deze zich bevond. Het dient de zaak te behandelen en te beslissen met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.</para>
      <para>4. De minister dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden verwezen. Voorts dient aan appellante het griffierecht te worden vergoed.<emphasis role="underline">Beslissing</emphasis></para>
      <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het hoger beroep <emphasis role="underline">gegrond</emphasis>;</para>
        <para>II. <emphasis role="underline">vernietigt</emphasis> de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 24 juli 2013 in zaak nr. Lar 2011/46799;</para>
        <para>III. <emphasis role="underline">wijst</emphasis> de zaak naar het Gerecht <emphasis role="underline">terug;</emphasis></para>
        <para>IV. <emphasis role="underline">veroordeelt</emphasis> de minister van Gezondheid, Milieu en Natuur tot vergoeding aan de naamloze vennootschap […] Pijnkliniek N.V. van de bij deze in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van Naf. 1400,00 (zegge: duizend vierhonderd gulden), geheel toe te rekenen aan door een derde verleende rechtsbijstand; </para>
        <para>V. <emphasis role="underline">gelast</emphasis> dat het Land Curaçao aan naamloze vennootschap […] Pijnkliniek N.V. het door haar voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Naf. 300,00 (zegge: driehonderd gulden) <emphasis role="underline">teruggeeft</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Martines, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>w.g. Drop</para>
                <para>voorzitter</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>w.g. Martines</para>
                <para>griffier</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2014</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verzonden: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor eensluidend afschrift,<?linebreak?>de griffier,<?linebreak?>voor deze,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>