<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2014:65</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T14:56:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-01-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HLAR 63998/13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2014:65">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2014:65</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-12-15T13:52:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2014:65 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 24-01-2014 / HLAR 63998/13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2014:65:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arubaanse zaak. In geschil zijn de in rekening gebrachte kosten van uitvoering van de Lv toezicht geldtransactiebedrijven. Beroep wordt ongegrond verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2014:65:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>HLAR 63998/13</para>
    <para>Datum uitspraak: 24 januari 2014</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="caps">gemeenschappelijk hof van jusTitie </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="caps">EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap Union Caribe N.V., gevestigd te Aruba,<?linebreak?>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 9 januari 2013 in zaak nr. Lar nr. 1168 van 2012 in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellant</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Centrale Bank van Aruba.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 17 oktober 2011 heeft de Centrale Bank van Aruba (hierna: de Bank) aan appellante (hierna: Union Caribe) kosten van uitvoering van de Landsverordening toezicht geldtransactiebedrijven over het jaar 2010 in rekening gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 15 maart 2012 heeft de Bank het door Union Caribe daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 9 januari 2013 heeft het Gerecht het door Union Caribe daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking gedeeltelijk vernietigd, doch bepaald dat de rechtsgevolgen ervan geheel in stand blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen die uitspraak heeft Union Caribe hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Bank heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 november 2013, waar Union Caribe, vertegenwoordigd door mr. E.M.J. Cafarzuza, advocaat, en de Bank, vertegenwoordigd door mr. A.A.D.A. Carlo, advocaat, zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis></para>
      <para> Ingevolge artikel 9 van de Landsverordening toezicht geldtransactiebedrijven (hierna: de Verordening) kunnen kosten, verbonden aan de uitvoering van de Verordening, de Bank gehoord, volgens bij landsbesluit houdende algemene maatregelen te stellen regels op de geregistreerde geldtransactiebedrijven worden verhaald.<?linebreak?><?linebreak?>	Ingevolge artikel 1, eerste lid, van het Landsbesluit doorberekening toezichtskosten geldtransactiebedrijven (hierna: het Landsbesluit) brengt de Bank jaarlijks vóór 1 december bij de geregistreerde geldtransactiebedrijven een bedrag van Afl. 150.000,00 in rekening voor de door haar ter uitvoering van de Verordening over het afgelopen kalenderjaar gemaakte kosten.<?linebreak?>	Ingevolge artikel 2, eerste lid, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, verdeeld over de geregistreerde geldtransactiebedrijven op basis van de verhouding van de bruto‑omzet van een geregistreerd geldtransactiebedrijf ten opzichte van de totale bruto‑omzet van de geregistreerde geldtransactiebedrijven.</para>
      <para> Union Caribe betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat de artikelen 1, eerste lid, en 2, eerste lid, van het Landsbesluit in strijd zijn met de Verordening, nu uit de Memorie van Toelichting volgt dat uitsluitend daadwerkelijke toezichtskosten, gemaakt ten behoeve van het toezicht op geldtransactiebedrijven, in rekening mogen worden gebracht, terwijl ingevolge die bepalingen van het Landsbesluit een forfaitair bedrag in rekening wordt gebracht, ongeacht of ten behoeve van een geldtransactiebedrijf kosten in verband met toezichtswerkzaamheden zijn gemaakt. Die bepalingen van het Landsbesluit zijn daarom onverbindend, aldus Union Caribe.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Dat betoog faalt. Ingevolge artikel 9 van de Verordening worden kosten, verbonden aan de uitvoering van de Verordening, volgens bij landsbesluit houdende algemene maatregelen te stellen regels op de geregistreerde geldtransactiebedrijven verhaald. Voor het betoog van Union Caribe dat aan haar uitsluitend kosten die daadwerkelijk in verband met toezicht op haar geldtransactiebedrijf zijn gemaakt, in rekening mogen worden gebracht, biedt die bepaling geen aanknopingspunten. Aan de duidelijke bewoordingen van die bepaling kan niet worden afgedaan door de Memorie van Toelichting of de door Union Caribe daaraan gegeven uitleg. <?linebreak?>	In het betoog van Union Caribe heeft het Gerecht daarom in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de artikelen 1, eerste lid, en 2, eerste lid, van het Landbesluit zich niet met artikel 9 van de Verordening verdragen en om die reden onverbindend zijn.</para>
      <para>3. Het hoger beroep is ongegrond.</para>
      <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.<?linebreak?><?linebreak?><emphasis role="underline">Beslissing</emphasis></para>
      <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>bevestigt de aangevallen uitspraak.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Martines, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>w.g. Drop</para>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>w.g. Martines</para>
              <para>griffier</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift,<?linebreak?>de griffier,<?linebreak?>voor deze,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>