<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2014:23</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T10:12:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-01-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Ghis 55632/12 – H 338/13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2014:23">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2014:23</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-16T10:55:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2014:23 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 07-01-2014 / Ghis 55632/12 – H 338/13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2014:23:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hof verklaart man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep wegens overschrijding van zijn beroepstermijn. Mocht uit DNA blijken dat hij niet de vader is kan de rechterlijke beslissing ex art. 1:401 lid 4 BW worden ingetrokken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2014:23:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>BURGERLIJKE ZAKEN 2014						BESCHIKKING NO.</para>
    <para>Registratienrs. Ghis 55632/12 – H 338/13</para>
    <para>Uitspraak: 7 januari 2014</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beschikking in de zaak van</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[man],</para>
      <para>wonende in Curaçao,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>oorspronkelijk verweerder, thans appellant,</para>
      <para>procederende in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[vrouw],</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>oorspronkelijk verzoekster, thans geïntimeerde,</para>
      <para>procederende in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zijnde de moeder van:</para>
      <para>[kind], geboren op [datum] 1998 in Curaçao,</para>
      <para>hierna te noemen: het kind.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (GEA) wordt verwezen naar de tussen partijen in de zaak met nummer 55632 van 2012 gegeven en op 18 juli 2013 uitgesproken beschikking. De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De man heeft in een per fax op 30 augustus 2013 ingekomen beroepschrift hoger beroep ingesteld van voornoemde beschikking. Hierin heeft hij het hoger beroep toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en zal bepalen dat, totdat via een DNA-test is komen vast te staan dat hij de biologische vader is van het kind, hij NAF. 150,= zal bijdragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De vrouw heeft in een verweerschrift het hoger beroep bestreden en geconcludeerd dat de man niet-ontvankelijk verklaard wordt in zijn hoger beroep dan wel dat de bestreden beschikking wordt bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Op 26 november 2013 heeft een mondelinge behandeling plaats gevonden. Beide partijen zijn in persoon verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Ontvankelijkheid</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De in hoger beroep aan de orde zijnde beschikking is uitgesproken op 18 juli 2013. Aangezien de man in eerste aanleg is verschenen, moet de beroepstermijn van zes weken worden gerekend van de dag van de uitspraak (artikel 429n lid 2 Rv). De beroepstermijn liep derhalve af op 29 augustus 2013. Het op 30 augustus 2013 ingestelde beroep is te laat en de man is daarin niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Geen sprake is van apparaatsfouten die afwijking van de in artikel 429n lid 2 Rv neergelegde regeling, waaraan strikt de hand moet worden gehouden, rechtvaardigen (vgl. HR 28 november 2003, AN8489, NJ 2005, 465 en HR 27 mei 2011, BQ0510, NJ 2012, 626). De man heeft ter zitting in hoger beroep verklaard pas op 21 augustus 2013 de beschikking van het GEA te hebben ontvangen, maar dat gaf hem nog voldoende gelegenheid om tijdig hoger beroep in te stellen. Voorts geldt in het algemeen in EJ-zaken dat het GEA, in overeenstemming met artikel 429k lid 1 Rv, na afloop van de behandeling de dag bepaalt waarop het uitspraak zal doen. Partijen worden geacht deze dag te agenderen en bij het uitblijven van een uitspraak of van ontvangst van een beschikking tijdig navraag te doen bij de griffie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ter zitting is aan de orde geweest dat, mocht later door DNA-onderzoek komen vast te staan dat de man niet de verwekker is van het kind, de rechterlijke beslissing ter zake van het levensonderhoud op de voet van artikel 1:401 lid 4 BW kan worden ingetrokken (zie het vonnis van dit Hof van 27 april 1999, NJ 1999, 809).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gelet op de aard van deze zaak worden de kosten gecompenseerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>Het Hof verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en compenseert de kosten van het hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en A.N.G.N.E. Mijnssen, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2014 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>