<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2014:121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-09T09:21:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HLAR 66135/13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2014:121">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2014:121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-06T12:21:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2014:121 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 23-05-2014 / HLAR 66135/13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2014:121:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen verplichting betrokken bestuursorgaan tot vergoeding kosten bezwaar bij uitblijven van beschikking op dat bezwaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2014:121:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>HLAR 66135/13</para>
    <para>Datum uitspraak: 23 mei 2014</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE </para>
      <para>VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN </para>
      <para>EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Appellant], wonend in Aruba,</para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 11 september 2013 in zaak nr. Lar nr. 94 van 2013 in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellant</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de minister van Integratie, Infrastructuur en Milieu.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 12 oktober 2012 heeft de minister een verzoek van appellant om hem een vergunning tot verblijf te verlenen afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 11 september 2013 heeft het Gerecht het door appellant tegen het uitblijven van een beschikking op het daartegen door hem gemaakte bezwaar ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft een nader stuk ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 april 2014, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. G.M.N. Maduro, werkzaam in dienst van het land, is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Appellant betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat zijn belang bij het beroep niet verloren is gegaan met de op 9 november 2012 aan hem verleende verblijfsvergunning, nu hij in zijn bezwaarschrift om vergoeding van de kosten van rechtskundige bijstand voor het maken van bezwaar had verzocht en de minister ten onrechte niet op dat verzoek heeft beslist.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.1.</nr>
        <para>Dat betoog faalt. Een belanghebbende kan bij de ter zake bevoegde rechter slechts opkomen tegen een beschikking, indien hij door het gebruik van het rechtsmiddel in een gunstiger positie kan geraken.<?linebreak?>	De Landsverordening administratieve rechtspraak voorziet niet in een verplichting aan het betrokken bestuursorgaan om de kosten die bij een partij in verband met de behandeling van het bezwaar zijn opgekomen, te vergoeden bij het uitblijven van een beschikking op dat bezwaar. Ook anderszins bestaat geen zodanige verplichting. Hetgeen appellant met het beroep beoogt - veroordeling van de minister tot vergoeding van de bij hem voor de behandeling van het bezwaar opgekomen kosten - kan daarmee derhalve niet worden bereikt. Het Gerecht heeft het beroep derhalve terecht, zij het op andere gronden, wegens het ontbreken van belang daarbij, niet‑ontvankelijk verklaard</para>
        <para>.</para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, zij het met verbetering van de gronden waarop deze rust.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">bevestigt</emphasis> de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Martines, griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>