<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ8849</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T22:23:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ8849</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR 2825/2011Ghis 56500– H 161/12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ8849">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ8849</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:10:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ8849 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 26-03-2013 / AR 2825/2011Ghis 56500– H 161/12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ8849:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arubaanse zaak. In geschil is goedkeuring van het Land om vleesproducten goed te keuren die Compra importeert uit Colombia. Hof oordeelt dat zij niet bevoegd omdat er voor deze vordering een bestuursrechtelijke procedure bestaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ8849:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Registratienummer: AR 2825/2011 Ghis 56500 – H 161/12</para>
      <para>Uitspraak: 26 maart 2013</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>V O N N I S</para>
    <para />
    <para>in kort geding in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>COMESTIBLES PREFERIBLE ARUBANO N.V.,</para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>oorspronkelijk eiseres,</para>
      <para>thans appellante,</para>
      <para>gemachtigde: mrs. E.M.J. Cafarzuza en D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar publiek recht </para>
      <para>HET LAND ARUBA,</para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>oorspronkelijk gedaagde,</para>
      <para>thans geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.D. Langerak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen worden hierna ook Compra en het Land genoemd.</para>
    <para />
    <para>1. Het verloop van de procedure</para>
    <para />
    <para>1.1	Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (GEA) wordt verwezen naar het tussen partijen in deze zaak in kort geding gewezen vonnis van 11 januari 2012. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2	Appellant is in hoger beroep gekomen door indiening op 27 januari 2012 van een daartoe strekkende akte van hoger beroep. Op 8 februari 2012 heeft appellant een memorie van grieven met producties ingediend waarbij twee grieven zijn voorge¬dragen en toegelicht. Appellant heeft in de memorie geconcludeerd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, </para>
      <para>- het Land veroordeelt te gehengen en te gedogen dat Compra vlees en vleesproducten afkomstig van Colombia kan importeren conform de voorwaarden bedoeld in artikel 1 lid 2 Regeling in- en doorvoervlees en vleeswaren niet afkomstig uit de Verenigde Staten of de Europese Unie en </para>
      <para>- het Land beveelt om het slachthuis Camaguey waarvan Compra vlees en vleesproducten importeert goed te keuren binnen een door het Hof te bepalen periode na het vonnis in onderhavig geding,</para>
      <para>alles op straffe van een direct opeisbare dwangsom van Afl. 25.000,00 voor elke dag dat het Land mocht weigeren aan het gegeven bevel te voldoen, en</para>
      <para>met veroordeling van het Land in de kosten van deze procedure in beide instanties, alles uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>1.3	Op de daarvoor nader bepaalde dag hebben partijen pleitnota’s, met op voorhand toegezonden producties, overgelegd. Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. De feiten</para>
    <para />
    <para>De in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.9 vastgestelde feiten zijn in hoger beroep niet bestreden, zodat ook het Hof van die feiten zal uitgaan. </para>
    <para />
    <para />
    <para>3. De beoordeling</para>
    <para />
    <para>3.1	Onderhavige vorderingen van Compra strekken ertoe te bewerkstellingen dat zij vlees en vleesproducten afkomstig uit Colombia kan invoeren in Aruba.</para>
    <para />
    <para>3.2 	Als primair verweer voert het Land aan dat Compra niet in haar vorderingen kan worden ontvangen, nu niet de civiele rechter maar de bestuursrechter bij uitsluiting bevoegd is hiervan kennis te nemen. </para>
    <para />
    <para>3.3	Beslissend voor de vraag of de civiele rechter bevoegd is tot kennisneming van de vordering van Compra is het antwoord op de vraag of voor haar een andere, met voldoende processuele waarborgen omgeven, rechtsgang openstaat of heeft opengestaan voor de beoordeling van het door Compra gevorderde, te weten het bewerkstelligen dat zij vlees en vleesproducten afkomstig uit Colombia kan invoeren in Aruba.</para>
    <para />
    <para>3.4	Uit artikel 5a van de Slacht- en Keuringsverordening en artikel 1 van de ministeriële Regeling in- en doorvoer vlees en vleeswaren niet afkomstig uit de Verenigde Staten of de Europese Unie volgt dat de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid het bevoegde bestuursorgaan is aangaande de invoer in Aruba van vlees en vleesproducten afkomstig uit Colombia. Een schriftelijke afwijzing door  dit bevoegde bestuursorgaan van een (individueel) verzoek om vlees en vleesproducten afkomstig uit Colombia in te voeren in Aruba is een beschikking als bedoeld in artikel 3 van de Landsverordening administratieve rechtspraak, waartegen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter openstaat. In deze bestuurs¬rechtelijke procedure kan eveneens de vraag of er een verplichting bestaat om het slachthuis in Colombia te keuren aan het oordeel van de bestuursrechter worden voorgelegd. Niet ter discussie staat dat de bestuursrechtelijke procedure heeft te gelden als een met voldoende processuele waarborgen omgeven rechtsgang. </para>
    <para />
    <para>3.5	Uit het vorenstaande volgt dat voor een rechterlijk oordeel over het door Compra in dit geding gevorderde, te weten te bewerkstelligen dat zij vlees en vleesproducten afkomstig uit Colombia kan invoeren in Aruba, een toereikende bestuursrechtelijke rechtsgang bestaat. Het is aan Compra om middels het indienen van een aanvraag inzake invoer in Aruba van vlees afkomstig van Colombia een bestuursrechtelijke procedure te starten en aldaar antwoord te krijgen op de vraag of zij vlees en vleesproducten afkomstig uit Colombia kan invoeren in Aruba. Een doelmatige taakverdeling tussen de civiele rechter en de bestuursrechter brengt met zich dat de civiele rechter het oordeel over voormelde vraag aan de bestuursrechter dient over te laten. Een andersluidend oordeel leidt tot omzeiling van de rechtsregel betreffende een evenwichtige taakverdeling tussen de civiele- en bestuursrechter en daarmee tot het risico van verschillende uitkomsten. </para>
    <para />
    <para>3.6	Uit het voorgaande volgt dat Compra niet-ontvankelijk is in haar vorderingen. Gelet hierop zal Compra worden veroordeeld in de proceskosten van het Land. Deze proceskosten worden begroot op nihil nu de gemachtigde in dienst in van het Land. </para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>Het Hof:</para>
    <para />
    <para>-	vernietigt het bestreden vonnis, en opnieuw rechtdoende:</para>
    <para />
    <para>-	verklaart Compra niet-ontvankelijk in haar vorderingen;</para>
    <para />
    <para>-	veroordeelt Compra in de kosten van deze procedure aan de zijde van het Land tot op heden begroot op nihil. </para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, E.M. van der Bunt en S. Verheijen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 26 maart 2013.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>