<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ8952</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T09:48:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ8952</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">KG 21/10 - H 36/11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroepKortGeding">Hoger beroep kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ8952">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ8952</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:23:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ8952 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 20-05-2011 / KG 21/10 - H 36/11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ8952:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hof oordeelt dat Palm Beach geen belang meer heeft bij beoordeling van haar hoger beroep. De schulden zijn voldaan en het willen vernemen van de visie van het Hof vormt een onvoldoende belang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ8952:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Burgerlijke zaken over 2011</para>
      <para>Registratienummer: KG 21/10 - H 36/11</para>
      <para>Uitspraak: 20 mei 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE </para>
      <para>van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en</para>
      <para>van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Vonnis in kort geding</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vereniging met rechtspersoonlijkheid PALM BEACH HOME OWNERS ASSOCIATION,</para>
      <para>gevestigd in Sint Maarten,</para>
      <para>oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, </para>
      <para>thans appellante,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.M. Hofman-Ruigrok,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- tegen -</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap APOLLO LTD,</para>
      <para>gevestigd in Anguilla,</para>
      <para>de stichting STICHTING PARTICULIER FONDS NEPTUNE FOUNDATION,</para>
      <para>gevestigd in Sint Maarten,</para>
      <para>de stichting STICHTING PARTICULIER FONDS WILD LIFE FOUNDATION,</para>
      <para>gevestigd in Sint Maarten,</para>
      <para>oorspronkelijk eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, </para>
      <para>thans geïntimeerden, </para>
      <para>gemachtigde: mr. J.G. Bloem. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen worden hierna Palm Beach en Apollo c.s. genoemd. </para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Het verloop van de procedure</para>
    <para />
    <para>1.1 Op 9 februari 2010 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, (hierna te noemen “GEA”) tussen partijen in kort geding vonnis gewezen. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar dat vonnis. </para>
    <para />
    <para>1.2 Palm Beach is in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis door op 16 februari 2010 een akte van hoger beroep in te dienen. Bij afzonderlijk ingediende memorie van grieven heeft zij twee grieven geformuleerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen, de vorderingen in conventie van Apollo c.s.  zal afwijzen en de vorderingen in reconventie van Palm Beach alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Apollo c.s. in de kosten van beide instanties. </para>
    <para />
    <para>1.3 Apollo c.s. hebben bij memorie van antwoord het hoger beroep bestreden en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen.  </para>
    <para />
    <para>1.4 Op de nader voor pleidooi bepaalde dag hebben partijen pleitaantekeningen overgelegd. De daarbij door Palm Beach gevoegde producties zijn, na bezwaar door Apollo c.s., door het Hof geweigerd. </para>
    <para />
    <para>1.5 Vonnis is bepaald op heden. </para>
    <para />
    <para />
    <para>2. De beoordeling</para>
    <para />
    <para>2.1 Uit de stellingen van partijen volgt dat Apollo c.s. op de vergadering van 10 februari 2010 zijn toegelaten en aldaar hebben gestemd (waarmee is voldaan aan de veroordeling in conventie en wat zich niet meer ongedaan laat maken) en dat de schulden van Apollo c.s. (waarop de vordering in reconventie betrekking had) inmiddels zijn voldaan. Hieruit volgt dat Palm Beach geen belang meer heeft bij een beoordeling van haar hoger beroep. Dat Palm Beach de visie van het Hof wil vernemen omdat het een principiële, jaarlijks terugkerende kwestie betreft, vormt onvoldoende belang. Dat geldt ook voor een eventuele veroordeling in de proceskosten (art. 281b Rv). </para>
    <para />
    <para>2.2 Het hoger beroep dient te worden verworpen. Palm Beach zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. </para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>Het Hof, </para>
    <para />
    <para>verwerpt het hoger beroep; </para>
    <para />
    <para>veroordeelt Palm Beach in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van Apollo c.s. gevallen en tot op heden begroot op NAF. 212,50 aan verschotten en NAF. 5.100,-- aan gemachtigdensalaris. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, F.J.P. Lock en J.P. de Haan, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 20 mei 2011.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>