<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0634</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:58:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ0634</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GHACSMBES" scheme="psi.rechtspraak">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HLAR 092/09</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0634">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0634</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:58:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0634 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 25-01-2011 / HLAR 092/09</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0634:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arubaanse zaak. Geschil betreft een verzoek voor vergunning tot tijdelijk verblijf van  vreemdeling dat door de minister van Vreemdelingenzaken is afgewezen. Vreemdeling heeft bezwaar gemaakt tegen deze beschikking. Reactie van de minister op dit bezwaar bleef uit. Vreemdeling stelt derhalve beroep in wegens het uitblijven van een beschikking op het door haar gemaakte bezwaar. Vreemdeling had tot 26 augustus 2009, ingevolge artikel 27 tweede lid van de LAR, de tijd om dit beroep in te stellen, maar deed dit 3 september 2009. Vreemdeling betoogt dat de termijn voor het instellen van beroep tegen het uitblijven van een beschikking op het door haar gemaakte bezwaar, veertien weken nadat de minister het bezwaarschrift in handen van de bezwaaradviescommissie had gesteld, is aangevangen en het beroepschrift binnen acht weken daarna en derhalve tijdig is ingediend. De rechter oordeelde echter dat de LAR geen grondslag biedt voor het betoog van de vreemdeling. Het Hof bevestigt het vonnis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0634:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>HLAR 092/09</para>
      <para>Datum uitspraak: 25 januari 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE</para>
      <para>VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN</para>
      <para>EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellante], wonend in Aruba,</para>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 25 november 2009 in zaak nr. 2833 van 2009 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de minister van Vreemdelingenzaken.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij beschikking van 30 januari 2009 heeft de minister van Vreemdelingenzaken (hierna: de minister) een verzoek van appellante (hierna: de vreemdeling) om haar een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen afgewezen.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze beschikking heeft de vreemdeling bij brief van 11 maart 2009 bezwaar gemaakt.</para>
    <para />
    <para>Het tegen het uitblijven van een beschikking op het aldus gemaakte bezwaar bij brief van 3 september 2009 door de vreemdeling ingestelde beroep heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) bij uitspraak van 25 november 2009 niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij het Hof ingekomen op 10 december 2009, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 november 2010, waar de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D.M. Passchier, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door J.M. Harewood, werkzaam bij het Departamento di Integracion, Maneho y Admision di Stranhero, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. De vreemdeling betoogt dat het Gerecht, door het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn niet-ontvankelijk te verklaren, heeft miskend dat de termijn voor het instellen van beroep tegen het uitblijven van een beschikking op het door haar gemaakte bezwaar veertien weken nadat de minister het bezwaarschrift in handen van de bezwaaradviescommissie had gesteld, is aangevangen en het beroepschrift binnen acht weken daarna en derhalve tijdig is ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1.1. Ingevolge artikel 15, aanhef en onder a, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar), voor zover thans van belang, stelt het bestuursorgaan het bezwaarschrift en de daarop betrekking hebbende stukken uiterlijk binnen twee weken na ontvangst ervan in handen van de bezwaaradviescommissie. </para>
      <para>Ingevolge artikel 19, eerste lid, brengt de bezwaaradviescommissie het bestuursorgaan binnen vier weken, nadat zij het bezwaarschrift heeft ontvangen, advies uit.</para>
      <para>Ingevolge het tweede lid kan de commissie deze termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen, indien het redelijkerwijs niet mogelijk is advies binnen die termijn uit te brengen. De commissie doet van een zodanige verlenging mededeling aan de indiener van het bezwaarschrift en het bestuursorgaan.</para>
      <para>Ingevolge artikel 20, eerste lid, neemt het bestuurorgaan de beslissing op het bezwaarschrift binnen zes weken na de dagtekening van het advies of, indien het advies niet binnen de daarvoor gestelde termijn is ontvangen, binnen zes weken na het verstrijken van die termijn.</para>
      <para>Ingevolge artikel 27, tweede lid, bedraagt, indien het beroepschrift betrekking heeft op het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift, de termijn voor het indienen van een beroepschrift acht weken en gaat deze in op de dag, waarop het bestuursorgaan in gebreke raakt tijdig op het bezwaarschrift te beslissen.</para>
      <para>Ingevolge artikel 28, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt een beroepschrift niet-ontvankelijk verklaard, indien het is ingediend, nadat de termijn is verstreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1.2. Niet in geschil is dat de bezwaaradviescommissie een mededeling, als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Lar, heeft gedaan. De minister diende derhalve binnen zestien weken na ontvangst van het bezwaarschrift op 11 maart 2009, dat wil zeggen uiterlijk op 1 juli 2009, op het daarbij gemaakte bezwaar te beschikken.</para>
      <para>Ingevolge artikel 27, tweede lid, van de Lar kon uiterlijk op 26 augustus 2009 beroep tegen het uitblijven van zodanige beschikking worden ingesteld. Voor het betoog van de vreemdeling dat de termijn voor het instellen van beroep tegen het uitblijven van een beschikking op bezwaar eerst veertien weken nadat de minister het bezwaarschrift in handen van de bezwaaradviescommissie heeft gesteld, is aangevangen, biedt de Lar geen grondslag. Het beroep is niet op of voor 26 augustus 2009 ingesteld.   </para>
      <para>Het betoog faalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, zij het met verbetering van de gronden waarop deze rust. </para>
    <para />
    <para>2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Drop</para>
      <para>voorzitter</para>
      <para>w.g. Isenia</para>
      <para>griffier</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2011</para>
    <para />
    <para>Verzonden: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift,</para>
      <para>de griffier,</para>
      <para>voor deze,</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>