<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2025:133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-15T15:03:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202500365</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2025:133">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2025:133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-15T15:02:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2025:133 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 02-12-2025 / SXM202500365</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2025:133:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bouwzaak Sint Maarten. Overeenkomst ontbonden. Aannemer veroordeeld tot betalen van kosten afronding werkzaamheden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2025:133:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 	SXM202500365 </para>
      <para>Vonnisdatum:		2 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[eiser 1],</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [eiser 2],</emphasis>
      </para>
      <para>beiden wonende in Sint Maarten,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. Brooks, mr. T.T.P. Heymans, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de naamloze vennootschap THE FORCE PLUS N.V., </title>
    <parablock>
      <para>gevestigd in Sint Maarten,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: gedaagde 2</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>[gedaagde 2], </title>
    <parablock>
      <para>wonende in Sint Maarten,</para>
      <para>gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser], The Force en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. Het procesverloop </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- Het procesverloop blijkt uit: het inleidend verzoekschrift met producties, op 3 april 2025 ter griffie ingediend; </para>
      <para>- de conclusie van antwoord van 26 mei 2025 met producties. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 13 november 2025 plaatsgevonden in aanwezigheid van eisers, hun gemachtigde en The Force en haar gemachtigde [gedaagde]. Bij gelegenheid van deze mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten nader uiteengezet, mede aan de hand van vragen van het Gerecht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. De feiten</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 8 juni 2023 hebben partijen een bouwovereenkomst gesloten. Op dezelfde</para>
        <para>datum is ook nog een addendum toegevoegd aan hun overeenkomst. The Force zou</para>
        <para>voor [eiser] een vier-slaapkamer woning inclusief zwembad bouwen, volgens</para>
        <para>de door [eiser] aangeleverde bouwtekeningen en bouwvereisten.</para>
        <para>The Force is verantwoordelijk om al het benodigde materiaal, gereedschap en</para>
        <para>apparatuur aan te leveren en/of hiervoor te betalen om als zodanig een tijdige</para>
        <para>oplevering te kunnen bewerkstelligen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen komen overeen dat voor materiaal en arbeid, het begrote bedrag van</para>
        <para>USD 288.800,- in tranches, zal worden voldaan. Voordat een periodieke tranche</para>
        <para>uitkering plaatsvindt, dient er door The Force een voortgangsrapport te worden</para>
        <para>verschaft, die door de verzekering (Nagico) dient te worden goedgekeurd. Na</para>
        <para>goedkeuring van dergelijk rapport wordt er uitgekeerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Van het bedrag, USD 288.800,- zal 5% (USD 14.680,-) ingehouden worden</para>
        <para>voor een periode van 30 dagen na voltooiing van de constructiewerkzaamheden in</para>
        <para>verband met eventuele kosten voor aanvullend materiaal of aanvullende</para>
        <para>werkzaamheden. In aanvulling hierop wordt 60 dagen na overdracht en oplevering,</para>
        <para>een additionele 5% ingehouden voordat dit bedrag zal worden uitbetaald. Indien</para>
        <para>het ingehouden bedrag niet toereikend blijkt, dan blijft The Force hiervoor</para>
        <para>verantwoordelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In totaal werd door [eiser] een bedrag van USD 245.164,23 aan The</para>
        <para>Force en leveranciers voldaan, USD 114.960,40 direct aan The Force.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De bouw van het gehele project (woning, steunmuren, op- en afrit,</para>
        <para>parkeerplaatsen en zwembad) diende niet later dan 7 februari 2024 te zijn voltooid.</para>
        <para>Na een eerste uitstel tot april 2024 werd met wederzijds goedvinden uiteindelijk een</para>
        <para>31 juli 2024 als nieuwe opleveringsdatum overeengekomen. Deze opleveringsdatum</para>
        <para>werd niet gerealiseerd door The Force. Op 31 juli 2024 heeft [eiser] The Force in</para>
        <para>gebreke gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 8 november 2024 volgde nog een 'letter of summons' (aanmaning)</para>
        <para>verstuurd naar gedaagden, waarin The Force en Lynch verzocht werd om het</para>
        <para>overgebleven bedrag van USD 46.634,23 van wat in totaal naar gedaagden werd</para>
        <para>overgemaakt, te retourneren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 7 februari 2025 zijn gedaagden aangeschreven door de gemachtigde van</para>
        <para>[eiser] tot betaling van het terug te betalen bedrag en aanvullende schade.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3. Het geschil</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1. [</nr>
      <para>eiser] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para>a. Voor recht te verklaren dat gedaagden wanprestatie hebben gepleegd en dat</para>
      <para>eisers daardoor schade hebben geleden;</para>
      <para>b. Voor recht te verklaren dat gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de</para>
      <parablock>
        <para>door eisers geleden schade als gevolg van de niet nakoming van de</para>
        <para>overeenkomst;</para>
      </parablock>
      <para>c. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de door eisers geleden</para>
      <parablock>
        <para>schade begroot op USD 112.474,23, te vermeerderen met de wettelijke rente</para>
        <para>daarover vanaf 31 juli 2024, tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      </parablock>
      <para>d. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de door eisers</para>
      <para>gemaakte buitengerechtelijke juridische kosten van USD 2.355,93;</para>
      <para>e. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure,</para>
      <parablock>
        <para>daaronder begrepen de zegels, griffierechten, deurwaarders- en overige</para>
        <para>gedingskosten, alsook een bedrag aan salaris gemachtigde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2. [</nr>
      <parablock>
        <para>eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag.</para>
        <para>In deze zaak is de nakoming van de overeenkomst door The Force blijvend</para>
        <para>onmogelijk. De tekortkoming in de nakoming heeft als gevolg dat [eiser] de</para>
        <para>volgende kosten/schade hebben geleden.</para>
        <para>Vertragingsschade door het nalaten en uitstel van de bouw door gedaagden</para>
        <para>volgens paragraaf 9.1 van de bouwovereenkomst: USD 10.000,-;</para>
        <para>Huur van een appartement, als gevolg van de vertraging van het project:</para>
        <para>USD 1.000,- per maand;</para>
        <para>Kosten om het project af te maken. Deze zijn aanzienlijk gestegen. Ingevolge</para>
        <para>paragraaf 9.2 van het bouwovereenkomst blijven deze kosten voor rekening van</para>
        <para>The Force. Dit is een bedrag van USD 93.474,23;</para>
        <para>Kosten voor juridische bijstand, begroot op USD 2.355,93.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Eisers hebben een aannemer kunnen vinden die een rapport aan</para>
        <para>Nagico heeft kunnen verschaffen om zodoende de constructie m.b.t. de</para>
        <para>woning voort te kunnen zetten. Verzoekers hebben op 24 maart 2025 een</para>
        <para>evaluatierapport mogen ontvangen van deze aannemer, waarop op de</para>
        <para>laatste pagina duidelijk werd aangegeven dat om het project af te</para>
        <para>maken er USD 54.700.- benodigd is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>The Force heeft het volgende tot verweer gevoerd.</para>
        <para>De vertragingsschade van USD 10.000,- is juist. Het terug te betalen bedrag van</para>
        <para>USD 46.634,23 is te onduidelijk. [eiser] moet dat onderbouwen.</para>
        <para>Daarnaast heeft The Force op de eerste verdieping stenen van 8" gebruikt in plaats</para>
        <para>van de overeengekomen stenen van 6". Daarnaast is er een retaining wall gemaakt</para>
        <para>om erosie te voorkomen. Dat leidt tot een substantiële verhoging van de kosten van</para>
        <para>USD 37.680,-.</para>
        <para>De kosten voor de verdere afbouw van hete project bedragen USD 54.700,- zoals</para>
        <para>blijkt uit het door [eiser] overgelegd rapport.</para>
        <para>De kosten voor vervangende woonruimte zouden moeten worden beperkt tot één</para>
        <para>jaar.</para>
        <para>The Force neemt het standpunt in dat er tijdens de bouw dingen niet goed zijn</para>
        <para>gegaan, maar dat dat een gedeelde verantwoordelijkheid met [eiser] is, zodat</para>
        <para>de schade ook moet worden verdeeld.</para>
        <para>Ten slotte is niet begrijpelijk hoe [eiser] op het gevorderde bedrag van</para>
        <para>USD 112.474,23 komt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader</para>
        <para>ingegaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4. De beoordeling</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">vertragingsschade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 9.1. van de overeenkomst bepaalt:</para>
        <para>"In the event the work is delayed due to neglect of the Contractor and after issuance of notice to (re)commence work by the Owners, the contractor agrees to pay the Owners the sum of US $100.00 per Day- in a workweek of five (5) days, Mondays through Fridays- as liquidated damages until such time as the work is completed. Or to the maximum amount of Ten Thousand United States Dollar"</para>
        <para>The Force erkent dat zij niet tijdig heeft opgeleverd. Het gevorderde maximumbedrag van USD 10.000,- is daarom toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">kosten vervangende woonruimte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Als gevolg van het verzuim heeft [eiser] vanaf augustus 2024 tijdelijk</para>
        <para>andere woonruimte moeten vinden. The Force is het eens met een bedrag van</para>
        <para>USD 1.000,- per maand. Het Gerecht vindt het redelijk om de huurperiode te laten</para>
        <para>doorlopen tot en met december 2025. Een bedrag van USD 17.000,- is daarom</para>
        <para>toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">begrote kosten voor afronding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Beide partijen hebben het rapport Valuation of Real Property van House of</para>
        <para>Designz van 24 maart 2025 in het geding gebracht. Op grond van de conclusies in</para>
        <para>dat rapport en de ter zitting door [eiser] aangetoonde daadwerkelijke uitgaven,</para>
        <para>heeft [eiser] voldoende onderbouwd dat de kosten voor afronding van alle</para>
        <para>werkzaamheden het gevorderde bedrag van USD 93.474,23 bedragen. Dat bedrag is</para>
        <para>daarom ook toewijsbaar.</para>
        <para>Dat dit bedrag inmiddels hoger is geworden als gevolg van mogelijke</para>
        <para>prijsstijgingen, komt voor risico van The Force.</para>
        <para>Artikel 9.2 van de bouwovereenkomst bepaalt:</para>
        <para>"Increase in prices of materials and salaries shall be for the account of the Contractor and have no effect on the extent of the construction price or works to be executed".
</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kosten retaining wall</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4. [</nr>
      <parablock>
        <para>eiser] heeft als reactie op het verweer van The Force aangevoerd dat</para>
        <para>[gedaagde] het te bebouwen terrein van tevoren zelf heeft geïnspecteerd, dat alle</para>
        <para>woningen in de buurt een retaining wall hebben, maar bovenal dat de retaining wall</para>
        <para>al op de bouwtekeningen staat. Dat laatste bleek ter zitting genuanceerder te liggen.</para>
        <para>Er staan drie retaining walls ingetekend, geletterd A, B en C. De retaining wall die</para>
        <para>The Force bedoeld, was een extra muur. Daarover hebben partijen per Whatsapp</para>
        <para>overlegd. The Force heeft voldoende onderbouwd dat het hier gaat om extra kosten,</para>
        <para>die tijdens het project zijn opgekomen. Het mag zo zijn, dat [gedaagde] dit ook van</para>
        <para>tevoren zou hebben kunnen zien, maar ook dan zouden er extra kosten mee</para>
        <para>gemoeid zijn. Het in mindering te brengen bedrag van USD 12.900,- komt het Gerecht niet onredelijk voor.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op wat hiervoor is overwogen, ziet het Gerecht geen aanleiding om de</para>
        <para>kosten over beide partijen te verdelen. Toewijsbaar is zodoende:</para>
        <para>kosten afronding project USD 93.474,23</para>
        <para>vertragingsschade USD 10.000,00</para>
        <para>vervangende woonruimte USD 17.000,00-</para>
        <para>USD 120.474,23</para>
        <para>af: kosten retaining wall</para>
        <para>totaal</para>
        <para>USD 12.900,00 -/-</para>
        <para>USD 107.574,23</para>
        <para>buitengerechtelijke kosten</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>The Force heeft niet betwist dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn</para>
        <para>verricht, waarvoor [eiser] kosten heeft moeten betalen. Het Gerecht zal volgens</para>
        <para>het Procesreglement 2023 een bedrag van Cg 3.000,- toewijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">persoonlijke aansprakelijkheid [gedaagde]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 14.1 van de overeenkomst bepaalt:</para>
        <para>"[gedaagde], hereby personally guarantees the execution and proper fulfillment of this agreement by the Contractor."</para>
        <para>[gedaagde] heeft zijn persoonlijke aansprakelijk ook niet betwist en daarom zijn alle</para>
        <para>vorderingen ook jegens hem toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">verklaringen voor recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op de toe te wijzen bedragen en hoofdelijke veroordeling daartoe,</para>
        <para>bestaat geen belang bij de gevorderde verklaringen voor recht. Die zullen dus niet</para>
        <para>worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>The Force en [gedaagde] zullen als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij</para>
        <para>in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van</para>
        <para>[eiser] tot op heden begroot op:</para>
        <para>zegelkosten Cg 35,00</para>
        <para>explootkosten Cg 269,50</para>
        <para>griffierecht Cg 2.020,00</para>
        <para>salaris gemachtigde</para>
        <para>totaal:</para>
        <para>Cg 4.000,00 + (2,0 punten x Cg 2.000)</para>
        <para>Cg 6.324,50 </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">5.	De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] en The Force hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van een bedrag van USD 107.574,23, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 31 juli 2024 tot aan de dag van algehele voldoening;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt The Force en [gedaagde] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op Cg 6.324,50;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door M.J. Schutjes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>