<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAM:2025:115</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T16:37:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEASM" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">100.00055-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2025:115">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2025:115</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T16:34:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAM:2025:115 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 11-06-2025 / 100.00055-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAM:2025:115:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak vuurwapenbezit. Bewijsuitsluiting vuurwapen door onrechtmatige huiszoeking. Informatie Criminele Inlichtingen Dienst (CID) ontoereikend, nu die informatie vragen oproept en niet nader is onderzocht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAM:2025:115:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>Parketnummer: 100.00055-25</title>
    <para>Uitspraak:	11 juni 2025		tegenspraak</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis van dit Gerecht </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[naam verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] te Sint Maarten,</para>
      <para>wonende te Sint Maarten, [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
      <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 juni 2025. <?linebreak?>De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. T. Heymans, advocaat te Sint Maarten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie mr. R. Baly heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht  het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en een taakstraf voor de duur van tachtig uren, met aftrek van voorarrest. Haar vordering behelst voorts de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen vuurwapen en de munitie en de teruggave van de inbeslaggenomen telefoon van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
      <para>Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting en onder intrekking van het feit onder parketnummer 100.00577-22 – ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij <emphasis role="italic">in of omstreeks de periode van 22 augustus 2020 tot en met 16 januari 2025</emphasis> te Sint Maarten, een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten een pistool van het merk Springfield Armory, model Hellcat, van het kaliber 9x19, althans een soortgelijk voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp, en/of munitie voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Formele voorvragen</emphasis>
      </para>
      <para>Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak van het ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak bepleit omdat de bij verdachte verrichte huiszoeking onrechtmatig was en het aantreffen van het vuurwapen aldaar dus niet tot het bewijs gebezigd had mogen worden. Nu er verder geen bewijs tegen verdachte is, dient vrijspraak te volgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht overweegt daaromtrent als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Informatie van de Criminele Inlichtingen Dienst van de politie kan in beginsel, mits voldoende concreet en specifiek, een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit doen ontstaan en ook toereikend zijn voor een dwangmiddel als het verrichten van een huiszoeking in de woning van de verdachte. Dit is wel steeds afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het onderhavige geval kon de Criminele Inlichtingen Dienst de betrouwbaarheid van de door hen verstrekte informatie niet beoordelen. Dit maakt dat afbreuk is gedaan aan de meerwaarde die informatie die door de criminele inlichtingen dienst wordt verstrekt normaal gesproken heeft ten opzichte van geheel anonieme informatie die ter ore van de politie komt. Dit maakt naar het oordeel van het Gerecht dat, hoewel in beginsel nog steeds bruikbaar, toch enigszins behoedzaam met het gebruik van deze informatie dient te worden omgegaan. Enig nader onderzoek ter verificatie of falsificatie van de verstrekte informatie, waarvan niet is gebleken, had op de weg van de opsporingsautoriteiten gelegen, met name omdat de informatie uit proces-verbaal nummer 03/2025 bevreemding wekt. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat de regels rondom het door de Douane vrijgeven van in de haven aangekomen containers, vrij strikt zijn. Douanecontrole zou illusoir zijn als chauffeurs zonder toestemming van de bevoegde autoriteiten containers van het haventerrein zouden kunnen verwijderen. Het feit dat gesteld wordt dat verdachte dit kennelijk meermaals, en kennelijk steeds straffeloos, toch gedaan zou hebben, verdiende nader onderzoek, maar hiervan is dus niet gebleken. Mocht tijdsdruk een reden zijn geweest om dit onderzoek achterwege te laten, dan overtuigt dat niet. Dit onderzoek had zeer eenvoudig en zeer snel hebben kunnen plaatsvinden door een simpele bevraging bij de Douane en verdachte was op het moment dat de doorzoeking plaatsvond niet op het eiland zodat er ook enige tijd was voor gering nader onderzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorengaande leidt tot het oordeel dat de huiszoeking onrechtmatig heeft plaatsgevonden en dat het aantreffen van het vuurwapen met munitie van het bewijs dient te worden uitgesloten. Dit maakt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In beslag genomen voorwerpen</emphasis>
      </para>
      <para>Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vuurwapen en de munitie zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. De voorwerpen behoren toe aan de verdachte en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang. De voorwerpen zijn bij de gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.</para>
      <para>Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen telefoon van de verdachte. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 1:74 en 1:76 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten het vuurwapen en de munitie;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelast de teruggave van de telefoon van de verdachte aan de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. R.M. van Vuure, bijgestaan door <?linebreak?>mr. H.M. de Punder-van Dijk (zittingsgriffier), en op 11 juni 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Sint Maarten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>